Energiebeleidsovereenkomsten 2015-2020

Op 4 april 2014 keurde de Vlaamse Regering de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (niet VER-bedrijven & VER-bedrijven) definitief goed. De energiebeleidsovereenkomsten zijn de belangrijkste beleidsinstrumenten om de energie-efficiëntie van de energie-intensieve industrie te verbeteren in Vlaanderen, zonder de groeikansen ervan te ondermijnen.

De industrie is in Vlaanderen goed voor ca. één derde van het totale energieverbruik. Met industriële activiteit zal altijd energieverbruik gepaard gaan. Zonder meer kan dus worden gesteld dat de manier waarop de industrie omspringt met energie zeer belangrijk is. Rationeel energiegebruik is en blijft hier een belangrijk aandachtspunt. De stijgende energieprijs is een zeer belangrijke drijfveer om efficiënt om te springen met energie, bovendien is er voor de VER-bedrijven nog een extra drijfveer door de Europese opgelegde besparing voor broeikasgassen. Daarnaast is er ook het ondersteuningsbeleid van de overheid.

De Vlaamse overheid ontwikkelde in het verleden reeds een aantal instrumenten ter verbetering van het rationeel energiegebruik binnen de Vlaamse industrie: de artikelen 6.5.1-6.5.8 van het Energiebesluit (het vroegere het besluit Energieplanning), de energieconsulenten voor bedrijven, het audit- en het benchmarkingconvenant, de ecologiepremie, groene waarborg, REG-premies, energiescan voor bedrijven, enz.

Binnen een veranderend Europees regelgevingsklimaat is het voor een regio zoals Vlaanderen belangrijk te blijven inzetten op blijvende energie-efficiëntieverbeteringen in de industrie. Recente initiatieven tot wijziging van Europese richtlijnen betreffende energietaxatie en energie-efficiëntie geven aan dat binnen de Europese Unie energie steeds kostbaarder zal worden en bijgevolg zo efficiënt mogelijk moet worden gebruikt.

De aandacht van het beleid gaat in de eerste plaats naar de energie-intensieve industrie met een primair industrieel eindverbruik van 0,1 PJ. Binnen de NACE-BEL 2008 code 05 tem 33 (winning van delfstoffen en industrie) wordt hun aantal ingeschat op een 450- à 500-tal bedrijven, goed voor meer dan 88% van het totaal industrieel energieverbruik in Vlaanderen.

De beheersbaarheid van het instrument vormt een belangrijk argument om de doelgroep niet verder uit te breiden. Als bijkomend argument is er de overeenstemming die zo ontstaat met de artikelen 6.5.1-6.5.8 van het Energiebesluit (het vroegere besluit Energieplanning), waarin dezelfde ondergrens van 0,1 PJ wordt gehanteerd.

Tot de doelgroep van de nieuwe energiebeleidsovereenkomst behoort de volledige energie-intensieve industrie, zowel de VER-bedrijven als de niet VER-bedrijven. Er wordt gekozen voor twee energiebeleidsovereenkomsten, enerzijds voor de VER-bedrijven en anderzijds voor de niet VER-bedrijven, omwille van het verschillend Europese kader voor deze doelgroepen.

De VER-bedrijven zijn aan het Europees emissiehandelsysteem onderhevig en bij deze bedrijven zal de kost van energie en een ton CO2 het al dan niet investeren in een bepaalde energie-efficiëntieverbeterende maatregel mee bepalen. Indien de investering in energie-efficiëntie niet rendabel is, dan zal een bedrijf emissierechten aankopen of overstappen op energiebronnen met een lagere emissiefactor. Een energiebeleidsovereenkomst met tegenprestaties zal er dus voor zorgen dat de rendabiliteit van een bepaalde investering in energie-efficiëntie verhoogt, zodanig dat het bedrijf verkiest te investeren in energie-efficiëntieverbetering in Vlaanderen. Een energiebeleidsovereenkomst die ervoor zorgt dat investeren in Vlaanderen loont, zal er dus toe bijdragen dat de VER-bedrijven in Vlaanderen vooraanstaand kunnen blijven op gebied van energie-efficiëntie en hun groeikansen vrijwaren. Dit genereert investeringen in Vlaanderen, zorgt voor bijkomende werkgelegenheid en houdt de Vlaamse industrie op een hoog niveau van energie-efficiëntie waardoor bedrijven minder afhankelijk zijn van onzekere energieprijzen. Verder kan het vanuit emissiereductiedoelstellingen irrelevant lijken de VER-bedrijven te blijven stimuleren maar vanuit energie-efficiëntie oogpunt is het echter des te zinniger om de grote energieconsumenten aan te zetten om te investeren in rendabele maatregelen, aangezien (zelfs) een (kleine) besparing bij deze bedrijven in absolute cijfers heel zwaar doorweegt.

De energiebeleidsovereenkomst met de niet VER-bedrijven moet de Vlaamse Regering helpen haar klimaatdoelstellingen te realiseren en geeft aldus uitvoering aan de beslissing van de Vlaamse Regering in verband met de verdere voorbereiding van het Vlaams Mitigatieplan 2013-2020. Het niet realiseren van bijkomende energiebesparingen in de niet VER-industrie, zal de Vlaamse Regering ertoe dwingen extra maatregelen te nemen in andere niet VER-sectoren of, in laatste instantie, tot het aankopen van verhandelbare emissierechten.

De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten lopen over de periode 2015-2020. Jaarlijks worden geaggregeerde monitoringsrapporten voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Op die manier kan de bijdrage van de industrie aan de realisatie van de Vlaamse doelstellingen op gebied van broeikasgasemissies (niet-VER) en op gebied van energie-efficiëntie (VER en niet-VER) worden geïnventariseerd.

Nuttige websites