De EPU-berekeningsmethode bepaalt de methode om het E-peil te berekenen per eenheid van bestemming bij kantoor- en schoolgebouwen. Dat zijn utilitaire gebouwen.

 

Berekening E-peil

De EPU-methode is grotendeels analoog met de EPW-methode.

Het belangrijkste verschil is dat het primaire energieverbruik voor verlichting meegerekend wordt.
Bij kantoorgebouwen vertegenwoordigt het primaire energieverbruik voor verlichting ongeveer een derde van het totale primaire energieverbruik.

Het primaire energieverbruik voor warm tapwater wordt niet in rekening gebracht, aangezien het aandeel daarvan te verwaarlozen is ten opzichte van de andere types van energieverbruik in het gebouw.

De formule voor het E-peil ziet er als volgt uit:

E = 100 maal het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik gedeeld door (constante b1 maal het gebruiksoppervlak + constante b2 maal het warmteverliesoppervlak + constante b3 maal het minimaal ventilatiedebiet + constante b4 maal het ontwerpventilatiedebiet (als het ontwerpventilatiedebiet hoger is dan het minimaal ventilatiedebiet) + constante b5 maal het verlichtingsniveau)

(b1 = 105, b2 = 175, b3 = 50, b4 = 35, b5 = 0,7)

 

Luchtdichtheid: meten is weten

Een goede luchtdichtheid van de gebouwschil heeft een grote invloed op het E-peil (tot meer dan 10 E-punten t.o.v. de waarde bij ontstentenis). Om bij de bepaling van het E-peil de goede luchtdichtheid in rekening te kunnen brengen, moet het bewijs van de luchtdichtheid geleverd worden door middel van een meting. Deze meting dient overeenkomstig NBN EN 13829:2001 uitgevoerd te worden. Deze norm laat echter nog 2 verschillende varianten toe, en laat ook een aantal andere concrete vragen onbeantwoord.

De 3 gewesten hebben daarom gezamenlijk een aantal aanvullende specificaties vastgelegd die gerespecteerd moeten worden opdat een luchtdichtheidsmeting in het kader van een EPB-aangifte erkend zou kunnen worden. Zo stellen de gewesten o.a. dat voor de energieprestatieregelgeving enkel de methode A van toepassing is.

Deze aanvullende regels zijn vastgelegd in een "Specificatiedocument" dat u hier kunt downloaden. Op deze webpagina vindt u ook een document dat toelichting geeft bij de gemaakte keuzen. 

In het document 'Luchtdichtheidstest: te meten zone' (pdf-bestand 0,3 MB) kunt u nalezen welke zone van het gebouw moet worden gemeten bij een luchtdichtheidsmeting, om de resultaten te gebruiken in de EPB-aangifte. 

 

Ventilatoren en ventilatiewarmteterugwinning: toelichting bij productgegevens

De productgegevens van warmteterugwinapparaten en van ventilatoren die gebruikt worden voor ventilatie en/of verwarming/koeling met lucht dienen door de leverancier/fabrikant aangeleverd te worden.

Het document 'Toelichting bij de productgegevens van ventilatoren en warmteterugwinapparaten' (pdf-bestand 0,2 MB) wil helpen om:

  • de juiste informatie nauwgezet op te vragen;
  • na te gaan of de aangeleverde productinformatie conform is met de gegevens die bij de EPB-berekeningen nodig zijn.

 

 

Erkende verlichtingsprogramma's


De EPU-methode  voorziet in de mogelijkheid om de hulpvariabele L door middel van een gedetailleerde berekening te bepalen.  De hulpvariabele wordt dan gelijkgesteld aan de gemiddelde verlichtingssterkte op een fictief vlak op 0,8 m hoogte, bij conventie berekend voor de volledige oppervlakte van de lege ruimte.  

Deze mogelijkheid is vanzelfsprekend vooral interessant voor armaturen waarvoor de eenvoudige conventionele methode op basis van de fluxcode niet toegelaten is, bijvoorbeeld  muurarmaturen.

Het programma dat voor de berekening gebruikt wordt, moet vooraf erkend worden.  De drie gewesten hebben daarom gezamenlijk de voorwaarden vastgelegd waaraan een rekenprogramma moet voldoen om een erkenning te kunnen bekomen.  Er is ook een administratieve erkenningsprocedure uitgewerkt. 

Op www.epbd.be vindt u verder informatie: de lijst met erkende programma's, aanvullende aandachtspunten bij de berekeningen, de aanvraagprocedure en de aanvraagformulieren.

 

Opmerkingen

  • alternatieve berekeningswijze

Niet alle innovatieve bouwconcepten of technologieën kunnen beoordeeld worden aan de hand van de opgelegde berekeningsmethode. Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 bepaalt daarom dat een alternatieve berekeningswijze kan gebruikt worden op voorwaarde dat de prestatieniveaus de eisen van het besluit evenaren. De specifieke voorwaarden voor het toestaan van deze afwijking worden vastgelegd in een afzonderlijk besluit.

  • invloed van de koudebruggen

Bij gebouwen waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend vanaf 2011 moet de invloed van de bouwknopen (de nieuwe benaming voor de koudebruggen) op het specifieke warmteverlies door transmissie in de berekeningsmethode meegerekend worden.  

  • kantoor < 800 m³ dat deel uitmaakt van een woongebouw

U heeft de keuze:

    • voor het kantoorgedeelte wordt geen afzonderlijk E-peil berekend volgens de EPU-methode; het kantoorgedeelte wordt samengenomen met de bijbehorende wooneenheid en het E peil wordt berekend voor het kantoorgedeelte en de wooneenheid samen, volgens de EPW-methode;
    • voor het kantoorgedeelte wordt wel een afzonderlijk E-peil berekend volgens de EPU-methode; het E-peil voor de wooneenheid wordt bepaald volgens de EPW-methode.

      Het kiezen voor de eerste optie vereenvoudigt de berekening van het E-peil, bijvoorbeeld in het geval van een kantoor voor een vrij beroep dat gekoppeld is aan een woning of appartement.

  

Meer informatie over de EPU-rekenmethode

Aanvullende informatie over de berekeningsmethode vindt u in opleidingsmodule 4. Die bestaat uit: 

Inleiding EPU  (pdf-bestand 1,5 MB)
Ruimteverwarming EPU: netto energiebehoefte (pdf-bestand 2,9 MB)
Ruimteverwarming EPU: van bruto energiebehoefte naar primair verbruik (pdf-bestand 1,9 MB)
Hulpenergie in EPU (pdf-bestand 1,4 MB)
Verlichting in EPU (pdf-bestand 2,4 MB)
Synthese E-peil berekening EPU (pdf-bestand 1,6 MB)