Haalbaarheidsonderzoek hernieuwbare energie in grote gebouwen

Verplicht haalbaarheidsonderzoek hernieuwbare energie

In het Energiebesluit van 19 november 2010 (B.S. 8 december 2010) zijn - onder Titel IX, Hoofdstuk I, Afdeling II, Onderafdeling IV - de bepalingen voor de invoering van het haalbaarheidsonderzoek voor alternatieve energiesystemen opgenomen. Zoals wordt opgelegd door de Europese Richtlijn betreffende energieprestaties van gebouwen, voorziet het besluit in een verplicht haalbaarheidsonderzoek voor nieuwe gebouwen groter dan 1000 m².

In het Ministerieel besluit van 11 januari 2008 werd vastgelegd welke technieken te onderzoeken zijn, afhankelijk van de functie en de grootte van het gebouw. De te onderzoeken technieken werden zodanig geselecteerd dat de kans heel groot is dat de toepassing effectief haalbaar is. Het ministerieel besluit legt ook het webformulier vast waarmee de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek moeten gerapporteerd worden.

De bedoeling is vooral de bouwheren te informeren over de mogelijke technieken, de subsidies en de haalbaarheid van de verschillende alternatieve energiesystemen. Het is in het belang van de bouwheer om het onderzoek al tijdens de ontwerpfase te laten uitvoeren, zodat alle resultaten nog in het definitieve ontwerp integreerbaar zijn. 

Voor welke gebouwen moet een verplicht haalbaarheidsonderzoek gebeuren?

Voor gebouwen die aan volgende kenmerken voldoen:

  • nieuw op te richten (deel van een) gebouw > 1000 m² (indien het project binnen één bouwvergunningsaanvraag meerdere gebouwen omvat, moeten de bruikbare vloeroppervlakken samengeteld worden. Als referentie voor de vloeroppervlakte van een gebouw kan men uitgaan van de totale oppervlakte van een gebouw die gerapporteerd wordt aan het Nationaal Instituut voor de Statistiek (A7 in het NIS-formulier). Hier wordt als definitie genomen "de som van de oppervlaktes van de verschillende niveaus, berekend tussen de buitenmuren, de oppervlakte ingenomen door de muren zelf inbegrepen";
  • stedenbouwkundige vergunning aangevraagd na 31 januari 2008;
  • het gebouw of de betreffende delen worden verwarmd om ten behoeve van mensen een specifieke binnentemperatuur te bekomen (dus vb. geen parkings);
  • onder nieuw op te richten (deel van een) gebouw wordt begrepen:
    • nieuwbouw;
    • herbouw na volledige afbraak van een gebouw;
    • afbraak gevolgd door herbouw van een deel van een gebouw;
    • nieuw gebouwd toegevoegd deel van een gebouw dat uitgebreid wordt;
    • ontmanteling: de dragende structuur van het (betreffende deel van een) gebouw blijft behouden maar de installaties voor het bekomen van een specifiek binnenklimaat en minstens 75% van de gevels worden vervangen.

Hoe kan ik voldoen aan de verplichting om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren? Het haalbaarheidsonderzoek moet via een samenvattend webformulier ingediend worden bij het Vlaamse Energieagentschap binnen de maand na het aanvragen van de stedenbouwkundige vergunning. Daarnaast dient het haalbaarheidsonderzoek (volledige versie op papier) ondertekend te worden door de uitvoerder van het haalbaarheidsonderzoek en door de bouwheer, en dient ze door de bouwheer 3 jaar bijgehouden te worden.

Het webformulier kan pas geldig ingediend worden indien alle vereiste velden ingevuld zijn. De velden worden automatisch gecontroleerd of de ingevulde waarden zich binnen een normaal bereik bevinden. Bij afwijkende waarden krijgt u een foutenboodschap te zien. U kan wel een voorlopige versie van het webformulier opslaan. In dat geval krijgt u per e-mail een toegangscode voor dat dossier toegestuurd, zodat u het later verder kan afwerken. U kan het voorlopige of ingediende webformulier ook afdrukken.

Welke technieken moeten onderzocht worden? De te onderzoeken technieken worden in functie van de gebouwbestemming en de bruikbare vloeroppervlakte aangegeven in de tabel in Bijlage I van het Ministerieel besluit. Voor de volledige oppervlakte van het project (ook als het uit verschillende gebouwen bestaat) wordt uitgegaan van die bestemming die het grootste deel van de volledige oppervlakte inneemt. Voor de gebouwbestemming worden dezelfde bestemmingstypes gebruikt als voor de energieprestatieregelgeving:  

  • woongebouw: gebouw bestemd voor individuele of collectieve huisvesting;
  • kantoorgebouw: gebouw bestemd voor een dienstverleningsfunctie waarin voornamelijk administratief werk wordt verricht en waaronder ook de gebouwen vallen die bestemd zijn voor de uitoefening van een vrij beroep zoals gedefinieerd in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen;
  • schoolgebouw: gebouw bestemd voor een onderwijsfunctie;
  • industrieel gebouw: gebouw bestemd voor productie, de bewerking, de opslag of manipulatie van goederen;
  • gezondheidszorg: onder deze categorie vallen zowel gezondheidsvoorzieningen als welzijnsvoorzieningen;
  • bijeenkomstgebouw: dagopvang voor kinderen, voor bejaarden, voor gehandicapten, congrescentrum, polyvalent wijklokaal, bioscoop, theater, museum, kunstgalerij, dancing, binnenspeeltuin,...

Vanaf 1 november 2008 moet de beschikbaarheid voor stads/blokverwarming of -koeling onderzocht worden voor gebouwen die zich - in vogelvlucht - op minder dan 500 m afstand bevinden van de aangeduide locaties. Het dichtstbijzijnde punt van het op te richten gebouw geldt als referentie. Indien de aangeduide warmteleverancier aangeeft dat hij geen warmte meer ter beschikking heeft of wenst te leveren, is een verder onderzoek niet nodig. 

Wie kan het haalbaarheidsonderzoek uitvoeren?

Om een behoorlijk haalbaarheidsonderzoek te kunnen uitvoeren, is een grondige kennis van de alternatieve energietechnieken vereist. Er zijn strikt genomen geen wettelijke regels opgenomen over wie het haalbaarheidsonderzoek mag uitvoeren. Het is in het belang van de bouwheer om hierbij de beste prijs/kwaliteitsverhouding na te streven. Gezien de verschillende technieken die in de haalbaarheidsonderzoeken aan bod dienen te komen, is een brede kennis nodig die moeilijk in een korte opleiding kan opgebouwd worden. Vermoedelijk zullen dus vooral ingenieursbureaus en studiebureaus die zich toeleggen op duurzaam bouwen zich aangesproken voelen om deze taak op zich te nemen. Studiebureaus die zich hierop richten, vindt u via de zoekrobot bedrijven milieuvriendelijke energie.

De goede inpassing van de verschillende technieken vereist een goede kennis en ruime ervaring van alternatieve energiesystemen die niet kan vervangen worden door een eenvoudige rekentool of standaard berekeningsmethode. De situatie verschilt zo sterk van project tot project dat een standaardberekening zou leiden tot onrealistische resultaten. De uitvoerder van het haalbaarheidsonderzoek mag zich daarom voor zijn berekeningen baseren op offertes, eerder uitgevoerde projecten, richtwaarden uit publicaties van VEA, ODE, Cogen Vlaanderen, Biogas-e, sectorstudies, internationale normen e.d.m. Het ministerieel besluit van 11 januari 2008 creërt juridisch de mogelijkheid dat het VEA voor bepaalde technologieën standaard berekeningsmethodes of richtwaarden voorstelt, maar dit wordt momenteel niet opportuun geacht, gezien de eerder vermelde te verwachten onnauwkeurigheid van algemene rekenmethodes en gezien de inmiddels gecontroleerde haalbaarheidsonderzoeken van een aanvaardbaar niveau zijn.