Extra subsidie voor vzw's en lokale besturen
Voortaan komen publiekrechtelijke rechtspersonen en niet-commerciële instellingen in aanmerking voor een extra subsidie van 20% voor de plaatsing van een warmtepomp. Deze subsidie komt bovenop de premie van de netbeheerder.
Onder publiekrechtelijke rechtspersonen vallen provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, besturen van de erkende erediensten en intercommunales die niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn.
Onder niet-commerciële instellingen vallen scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting.
Met deze bijkomende premie wil de Vlaamse overheid deze instanties een extra stimulans geven om gebruik te maken van hernieuwbare energie. De ondersteuning past in de lopende communicatiestrategie om potentiële gebruikers te informeren over de voordelen van het gebruik van kleinschalige hernieuwbare energietoepassingen. De betrokken instanties beschikken over gebouwen met een publieke functie gekoppeld aan een relatief grote, regelmatige warmtevraag. Het zijn bijvoorbeeld sporthallen, zwembaden, sociale woningen, onderwijsinstellingen en verzorgingsinstellingen: locaties die uitermate geschikt zijn voor de toepassing en de promotie van warmtepompen.
De subsidieregeling maakt ook deel uit van een geïntegreerd plan voor de verdere uitbouw van kleinschalige hernieuwbare energie in het Vlaamse Gewest. Voor particulieren bestaat al de mogelijkheid om te genieten van een vermindering van de personenbelasting en een premie van de netbeheerder. Vennootschappen kunnen beroep doen op een ecologiepremie en een verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen. Deze nieuwe subsidieregeling speelt in op de nood van een specifieke actie voor de betrokken doelgroepen.
De subsidieerbare kosten omvatten alle kosten (inclusief plaatsingskosten) rechtstreeks verbonden aan het warmtepompsysteem (warmtepomp, captatienet, boringen, …). Investeringen in systemen, apparaten of toestellen om de geproduceerde warmte aan te wenden, komen niet aan bod.
De aanvrager van de subsidie moet beschikken over een eigendomstitel, een geregistreerd huurcontract, erfpacht, recht van opstal of een gelijkwaardig document met betrekking tot het betreffende gebouw.
De warmtepomp mag niet gebruikt worden voor koeling en de coëfficient of performance (COP), gemeten volgens EN14511, EN255 of CETIAT onder de vermelde condities, is hoger of gelijk aan:
• 4,0 voor bodem/water warmtepompen (brontemperatuur 0, afgiftetemperatuur 35);
• 4,5 voor water/water warmtepompen (brontemperatuur 10, afgiftetemperatuur 35);
• 3,6 voor lucht/water warmtepompen (brontemperatuur 7, afgiftetemperatuur 35);
• 3,4 voor lucht/lucht warmtepompen (brontemperatuur 7, afgiftetemperatuur 20);
• 3 voor directverdamping/water warmtepompen (brontemperatuur -5, afgiftetemperatuur 35);
• 4 voor directverdamping/directcondensatie warmtepompen (brontemperatuur -5, afgiftetemperatuur 35).
Ook warmtepompen die warmte onttrekken aan ventilatielucht, of warmtepompen voor de productie van sanitair warm water, komen in aanmerking.
De warmtepomp moet geplaatst worden door een geregistreerde aannemer. Enkel installaties die geplaatst worden in wettelijk vergunde gebouwen die volledig op het grondgebied van het Vlaamse Gewest liggen, komen, voor zover op het moment van de subsidieaanvraag nog niet begonnen is met de werkzaamheden, in aanmerking voor subsidie. De projectkosten worden aangetoond door middel van facturen. Enkel facturen die dateren van na de subsidie-aanvraag komen in aanmerking.
De subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Vlaams Energieagentschap door middel van het aanvraagformulier (doc-bestand). De subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot en met 30 juni 2010.
Het Vlaams Energieagentschap rangschikt de aanvragen in volgorde van indienen. De eerst gerangschikte projecten worden gesubsidieerd tot zover de kredieten van het Energiefonds strekken. De resterende aanvragen worden doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar en daar terug gerangschikt samen met de nieuwe aanvragen.
Het gedetailleerde overzicht van de subsidievoorwaarden is opgenomen in het "Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende de toekenning van een subsidie voor de plaatsing van micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen door niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen."

