En als het niet waait?

Vaak wordt beweerd dat windenergie geen waardevolle bijdrage kan leveren aan de elektriciteitsvoorziening, omdat grote investeringen nodig zijn in reservecentrales, zodat "het licht niet uitgaat als het niet waait". Vlaamse en internationale studies spreken dergelijke beweringen echter tegen.

Volgens het Duitse Energie-agentur moet gemiddeld slechts 9% en maximum 19,4% van het opgestelde windvermogen als reservevermogen beschikbaar staan. 

De Vlaamse studie over de "Verhoging van de waarde van elektriciteit uit windenergie"  verscheen in 2005, deel 1: Literatuurstudie (pdf, 215 kB), deel 2: Eindrapport (pdf, 268 kB). In de vrijgemaakte Vlaamse elektriciteitsmarkt is elke windstroomproducent verantwoordelijk voor het evenwicht tussen de windstroomproductie die hij vooraf opgeeft en de werkelijke productie. De windstroomproducent draagt hiervoor de kosten. Kan hij geen evenwicht garanderen, dan moet hij ELIA, de hoogspanningsnetbeheerder, betalen om het onevenwicht te compenseren. Vanaf begin 2006 zijn deze onevenwichtstarieven kostenreflectiever gemaakt. Uit de recente Vlaamse studie blijkt dat daardoor de onevenwichtskosten met een factor drie gedaald zijn. Het gebruik van weersvoorspellingen kan deze onevenwichtskosten nog verder met een factor twee doen dalen. De onevenwichtskosten worden daardoor beperkt tot grootte-orde 0,5 eurocent per kWh windstroom. Dit is te vergelijken met de beursprijs voor elektriciteit van grootte-orde 7 eurocent per kWh en een prijs voor huishoudens van ongeveer 16 eurocent per kWh. Windstroom hoeft dus helemaal niet veel minder waard te zijn dan "grijze stroom".

Ook het Britse energieonderzoekscentrum UK Energy Research Centre, een overheidsinstelling die het energie-onderzoek in Groot-Brittannië coördineert, heeft een scenario onderzocht waarin windenergie 20% van de Britse elektriciteitsproductie dekt. De extra kosten voor het compenseren van het wisselend windvermogen zouden dan beperkt blijven tot minder dan 1% van het huishoudelijk elektriciteitstarief.