Steun voor groene stroom en WKK gewijzigd

Op vrijdag 6 juli 2012 keurde het Vlaams Parlement de hervorming van de steunmechanismen voor milieuvriendelijke energie goed.

Het Vlaamse Parlement keurde een aantal wijzigingen van de bestaande  certificatensystemen goed, met als doel:

  1. Meer groene stroom produceren in Vlaanderen
  2. De kost per opgewekte hoeveelheid stroom fors inperken
  3. Investeerders in groene energie maximale zekerheid bieden
  4. De kosten van het steunmechanisme correct spreiden over alle verbruikers

Deze wijzigingen waren dringend noodzakelijk. Er werd de afgelopen jaren namelijk zo veel in milieuvriendelijke energie geïnvesteerd dat het steunsysteem het slachtoffer werd van zijn eigen succes. Er kwamen dermate veel certificaten op de markt de markt dat er een overaanbod ontstond, de certificatenprijs daalde en investeringen onrendabel dreigden te worden.

Wat wijzigt:

1. Naar 20,5 procent groene stroom in 2020

De doelstelling van 13% groene stroom produceren tegen 2020 wordt opgetrokken naar 14% in 2012 en 20,5% in 2020. Het betreft een aandeel ten opzichte van het certificaatplichtige verbruik.

2. Geen oversubsidiëring meer

Enkel de investeringen worden gesubsidieerd, niet langer de winsten.
Concreet betekent dat:

a.    De juiste steun voor elke technologie
Vroeger kreeg elke groenestroomproducent één certificaat per 1000 kWh opgewekte elektriciteit. De waarde van dat certificaat schommelde tot 2011 rond 107 euro, ook al had de technologie maar een certificatensteun van bijvoorbeeld 75 euro nodig om rendabel te zijn. Nu zal elke technologie nog aan steun krijgen wat nodig is om rendabel te zijn.
Voortaan is een certificaat ongeveer 97 euro waard, maar het aantal certificaten is afhankelijk van de technologie. Heeft een nieuwe windturbine 97 euro nodig om rendabel te zijn, dan er wordt één certificaat toegekend. Heeft een andere installatie maar 48,5 euro nodig, dan wordt er een half certificaat per opgewekte 1000 kWh toegekend.

b.    Permanente afstemming op de reële nood
Een observatorium dat wordt opgericht bij het Vlaams Energieagentschap zal de markt permanent evalueren, om de steun snel af te stemmen op de reële noden aan ondersteuning. Het observatorium zal minstens jaarlijks (voor PV tweemaal per jaar) de evolutie van de kosten- en opbrengstenparameters actualiseren en de vereiste steunniveaus evalueren.

c.    Steun beperkt in de tijd
De steun is beperkt tot de afschrijvingsperiode van een installatie.

d.    Boetes voor leveranciers die onterechte marges aanrekenen
Elektriciteitsleveranciers moeten elk jaar een bepaald percentage van de geleverde stroom dekken met certificaten. Leveranciers die meer dan de reële kost van de certificaten aan hun klanten doorrekenen, moeten een boete betalen die het dubbel is van het onterecht aangerekende deel.

e.    Steun voor zonnepanelen daalt naar 90 euro
De steun voor zonnepanelen daalt van 230 euro tot 90 euro per groenestroomcertificaat. Zonnepanelen zijn sterk in prijs gedaald. Met een steun van 90 euro gedurende tien jaar, is de installatie nog steeds vlot terugverdiend in 10 jaar. Daarna blijft de eigenaar zijn eigen gratis stroom opwekken. Zonnepanelen blijven dus een bijzonder rendabele investering.

De certificatenwaarde en toekenningsperiode is afhankelijk van de grootte van de installatie en de datum van ingebruikname:

nieuwe PV-installatie
in gebruik genomen
vermogen tot 250 kW vermogen groter dan 250 kW
tussen 1 april 2012 en 30 juni 2012 230 euro/certificaat, 20 jaar 90 euro/certificaat, 20 jaar
tussen 1 juli 2012 en 31 juli 2012 210 euro/certificaat, 20 jaar 90 euro/certificaat, 20 jaar
tussen 1 augustus 2012 en
31 december 2012
90 euro/certificaat, 10 jaar 90 euro/certificaat, 10 jaar
vanaf 1 januari 2013 certificatenwaarde in functie van het marktmechanisme, 10 jaar

3. Zekerheid voor investeerders

Door de percentages voor groene stroom op te trekken, moeten de leveranciers meer certificaten inleveren en worden overschotten weggewerkt.
De gegarandeerde minimumsteun blijft bestaan, waardoor investeerders een sluitend dossier kunnen voorleggen aan de bank wanneer ze investeringskapitaal zoeken.

4. Betere spreiding van de kosten

a.    minder druk op gezinnen en kleine kmo’s
Door de verplichte opkoop van groenestroomcertificaten van zonnepanelen weg te halen bij de netbeheerders, verschuift de volledige kost voor groene energie naar de energieleveranciers. Zij kunnen die kost doorrekenen aan alle energieverbruikers.

b.    vrijstellingen voor grote bedrijven
Bedrijven die onderhevig zijn aan internationale concurrentie en waarvoor de energiefactuur een belangrijk element is in de concurrentiepositie, worden gedeeltelijk vrijgesteld van de certificatenverplichting. Die vrijstellingen zijn afhankelijk van de mate waarin ze bijdragen tot energie-efficiëntie.

 

Voor de volledige tekst verwijzen wij door naar de website van het Vlaams Parlement