Vergunnings- en MER-plicht

Vergunningsplicht

Voor de bouw van een grootschalige windturbine is naast de stedenbouwkundige vergunning ook een milieuvergunning vereist. De stedenbouwkundige vergunning wordt steeds aangevraagd bij de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar, overeenkomstig artikel 127 van het decreet ruimtelijke ordening.

Artikel 127

§ 1. Als de aanvrager een publiekrechtelijke rechtspersoon is of wanneer de aanvraag betrekking heeft op werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang die zo aangewezen zijn overeenkomstig artikel 103, wordt de aanvraag ingediend bij en wordt de beslissing genomen door de Vlaamse regering of de [gedelegeerde] stedenbouwkundige ambtenaar, die beslist binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij het gaat over een aanvraag zoals beschreven in artikel 103, § 1, tweede lid, of over een aanvraag die in toepassing van artikel 104 onderworpen is aan milieu-effectrapportering.

Het college van burgemeester en schepenen brengt vooraf advies uit binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesvraag, tenzij de aanvraag van de gemeente uitgaat. Wordt deze termijn niet in acht genomen, dan kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. [Indien over de aanvraag een openbaar onderzoek moet georganiseerd worden, dan gaat de adviestermijn in op de veertiende dag van het openbaar onderzoek.]

Inzake de milieuvergunning worden windturbines in rubriek 20.1.6. van Vlarem I ingedeeld als volgt:

  1. 300 kW tot en met 500 kW: klasse 3 (meldingsplichtig, melding bij gemeente)
  2. Meer dan 500 kW tot en met 5.000 kW: klasse 2 (vergunningsplichtig, aanvraag bij gemeente)
  3. Meer dan 5.000 kW, alsook installaties voor het opwekken elektriciteit door middel van windenergie voor zover de activiteit betrekking heeft op 20 windturbines of meer, of 4 windturbines of meer die een aanzienlijke invloed hebben op een bijzonder beschermd gebied : klasse 1 (vergunningsplichtig, aanvraag bij bestendige deputatie van de provincie).

Projectontwikkelaars dienen bij het stedenbouwkundig attest of de vergunningsaanvraag een lokalisatienota in. Om de opmaak te vergemakkelijken, kan dit sjabloon van de lokalisatienota (Word, 60 kB) gebruikt worden.  Deze nota toetst het project aan het lokaal en provinciaal structuurplan en beschrijft en beoordeelt de relatie met de gestelde randvoorwaarden en het afwegingskader van de omzendbrief.

MER-plicht

Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage bepaalt in bijlage II de categorieën van projecten die overeenkomstig artikel 4.3.2, § 2 en § 3 van het decreet aan de project-m.e.r. worden onderworpen, maar waarvoor de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing kan indienen.

Windenergieprojecten vallen onder bijlage II, meer bepaald onder categorie "3 Energiebedrijven", subcategorie “i) Installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie voor zover de activiteit betrekking heeft:

  • Op 20 windturbines of meer, of
  • Op 4 windturbines of meer, die een aanzienlijke invloed hebben of kunnen hebben op een bijzonder beschermd gebied.

In principe moet enkel voor deze projecten een project-MER opgesteld worden.