Toelichting dakisolatie
Toelichting ingeval de berekening uitkomt op een blijkbaar te hoog besparingscijfer voor dakisolatie
Het spreekt vanzelf dat de uitgangsvoorwaarden bij deze berekening een heel belangrijke rol spelen voor de uitkomst van het besparingscijfer. Het bijkomend isoleren van een reeds matig geïsoleerd gebouw bijvoorbeeld, is natuurlijk niet zo rendabel dan wanneer men van de nul-positie vertrekt. De eerste centimeters isolatie, of wat er eventueel moet voor doorgaan (bijvoorbeeld een onderdak, goed gesloten leien of pannen, toch al ergens wat isolatie of afdekking, ...) geven de hoogste winst per geïnvesteerd bedrag. Elke bijkomende centimeter isolatie draagt telkens weer wat minder bij tot de besparing, terwijl onze berekeningsmodule niet weet in welke mate er al warmtebeschermende maatregelen zijn genomen. De berekening behandelt elke cm isolatie dus als gelijkwaardig.
De berekening gaat uit van de veronderstelling dat nog geen enkele energiebesparende maatregel, hoe miniem ook, is genomen. Als er al maatregelen zijn genomen, moet die besparing dus worden afgetrokken van de berekende besparing.
Wij gaan er ook van uit dat de te isoleren ruimte gedurende het hele stookseizoen verwarmd wordt. Als dat niet het geval is (bijvoorbeeld voor een zolder of zolderkamer), zal ook dan de besparing alweer minder zijn. Het is immers onmogelijk om te besparen op warmte die er niet is.
Een ander belangrijk element is de wijze van verwarmen en de plaats van verwarmen. Heeft men een ongebruikte zolder boven een ongebruikte verdieping, dan is het evident dat dakisolatie veel minder opbrengt dan bij isolatie van een verwarmde zolderruimte, zoals dat bij de berekeningsmodule wordt verondersteld. De temperatuurverschillen tussen buiten- en binnenzijde van de isolatie zijn dan zo miniem, dat de bijkomende weerstand van de isolatie niet veel meer zal bijdragen tot het verminderen van de warmteverliezen. Daarom ook dat bij een niet-gebruikte zolder steeds wordt geadviseerd om beter de zoldervloer te isoleren.
Ook het rendement van de verwarmingsinstallatie is belangrijk. Wanneer de verwarmingsinstallatie veel energie verliest om uiteindelijk de werkelijk nodige "huishoudelijke warmte" te produceren, zal in het geval de werkelijke warmtevraag wordt verminderd (bijvoorbeeld door isolatie), ook het energieverlies zoveel minder zijn. Wie verminderd energieverlies zegt, zegt eigenlijk ook verhoogde besparing.
Als de verwarmingsinstallatie daarentegen weinig energie "verliest" (wat uiteraard te verkiezen is en misschien bij u het geval is), zal de isolatie ook minder bijdragen tot het beperken van die verliezen. Als er weinig verlies is, kan er ook maar weinig op bespaard worden. Daarom ook dat men winsten niet zo maar mag optellen. Een goede verwarmingsinstallatie moet zoveel mogelijk besparen en ook een goede isolatie moet zoveel mogelijk besparen, maar de twee besparingscijfers mag men niet zomaar optellen als men beide maatregelen tegelijk neemt of een van de maatregelen al eerder genomen heeft.
Dit alles kan tot verwarring aanleiding geven bij het beoordelen van de besparingscijfers uit onze energiewinstcalculator, omdat een berekening dan tot de (foutieve) conclusie komt dat men zoveel of zelfs meer bespaart dan men al verbruikt.
Dit wil niet zeggen dat onze berekeningsmodule fout is; (bijkomend) isoleren, ook als men al weinig verbruikt, zal steeds rendabel blijven. Alleen mag men dan niet meer verwachten dat de besparing even groot zal zijn als bij een ongeïsoleerd gebouw, constant verwarmd, inclusief de zolderruimte(n) en met bovendien een niet al te zuinige verwarmingsketel.
Zijn deze voorwaarden niet dezelfde als bij u, dan kan alleen een speciaal op maat gemaakte berekening, bovendien uitgevoerd door specialisten, een correct cijfer geven. Dit is niet mogelijk op het internet.

