energiesparen.be

 

De technische bijlagen van het besluit

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 omvat zes technische bijlagen:

bepaalt de methode om het E-peil per wooneenheid te berekenen. Die berekeningsmethode wordt verder de 'EPW-methode' genoemd.

Innovatieve bouwconcepten of technologieën
Niet alle innovatieve bouwconcepten of technologieën kunnen beoordeeld worden aan de hand van de opgelegde berekeningsmethode. Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 bepaalt daarom dat een alternatieve berekeningswijze kan gebruikt worden op voorwaarde dat de prestatieniveaus de eisen van het besluit evenaren. De specifieke voorwaarden voor het toestaan van deze afwijking worden vastgelegd in een afzonderlijk besluit.

Invloed van de koudebruggen op het E-peil
Bij gebouwen waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend binnen twee jaar na inwerkingtreding van de regelgeving, mag de invloed van de koudebruggen op het specifieke warmteverlies door transmissie buiten beschouwing worden gelaten.

bepaalt de methode om het E peil te berekenen per eenheid van bestemming bij kantoor- en schoolgebouwen. Dat zijn utilitaire gebouwen. Die berekeningsmethode wordt verder de 'EPU-methode' genoemd.

Innovatieve bouwconcepten of technologieën
Niet alle innovatieve bouwconcepten of technologieën kunnen beoordeeld worden aan de hand van de opgelegde berekeningsmethode. Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 bepaalt daarom dat een alternatieve berekeningswijze kan gebruikt worden op voorwaarde dat de prestatieniveaus de eisen van het besluit evenaren. De specifieke voorwaarden voor het toestaan van deze afwijking worden vastgelegd in een afzonderlijk besluit.

Invloed van de koudebruggen op het E-peil
Bij gebouwen waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend binnen twee jaar na inwerkingtreding van de regelgeving, mag de invloed van de koudebruggen op het specifieke warmteverlies door transmissie buiten beschouwing worden gelaten.

Kantoor met BV ≤ 800 m³ dat deel uitmaakt van een woongebouw
Voor dit kantoor heeft men de keuze:

  • voor het kantoorgedeelte wordt geen afzonderlijk E-peil berekend volgens de EPU-methode; het kantoorgedeelte wordt samengenomen met de bijbehorende wooneenheid en het E peil wordt berekend voor het kantoorgedeelte en de wooneenheid samen, volgens de EPW-methode;
  • voor het kantoorgedeelte wordt wel een afzonderlijk E-peil berekend volgens de EPU-methode; het E-peil voor de wooneenheid wordt bepaald volgens de EPW-methode.

Het kiezen voor de eerste optie vereenvoudigt de berekening van het E-peil, bijvoorbeeld in het geval van een kantoor voor een vrij beroep dat gekoppeld is aan een woning of appartement.

omvat tabel 2-2 van dit hoofdstuk met de maximale U-waarden en minimale R-waarden en de bijbehorende verduidelijkingen.

bepaalt de verschillende manieren waarop de invloed van de koudebruggen op het specifieke warmteverlies door transmissie moet ingerekend worden.

Zoals hoger vermeld mag voor gebouwen waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend binnen twee jaar na inwerkingtreding van de regelgeving, de invloed van de koudebruggen op het specifieke warmteverlies door transmissie buiten beschouwing worden gelaten.

bepaalt dat voor de ventilatievoorzieningen in woongebouwen de norm NBN D50-001 moet gevolgd worden en somt de uitzonderingen op die regel op.
legt minimumeisen op bij het ontwerp en de realisatie van ventilatiesystemen om in niet-residentiële gebouwen bestemd voor menselijk gebruik gezonde en aangename lucht te bekomen.
De bijlage behandelt het gebruik van deze ventilatiesystemen niet. Zij waarborgt ook niet dat het voldoen aan de opgelegde minimumeisen volstaat om altijd en op alle plaatsen de gewenste luchtkwaliteit te bereiken.
  naar boven
 

naar boven
 

Vlaams Energieagentschap - Vlaams ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie - bel gratis naar 1700 - energie@vlaanderen.be
disclaimer