energiesparen.be

 

Nieuw bij de EPB-software versie 1.1

De derde publieke versie (april 2007) van de EPB-software is een verdere uitwerking van de 1.0 versie.

Backward compatibility

Backward compatibility zorgt ervoor dat bestanden uit de vorige softwareversie kunnen ingeladen worden in een nieuwe versie van de EPB-software. Dat is noodzakelijk om een EPB-aangifte te kunnen opmaken en indienen.

Dat betekent concreet dat bestanden:

  • aangemaakt met de EPB-software versie 1.0 kunnen ingeladen worden in EPB-software versie 1.1;

  • aangemaakt met de EPB-software versie 0.3 niet kunnen ingeladen worden in EPB-software versie 1.0 of versie 1.1;

  • aangemaakt met of geconverteerd naar de EPB-software versie 1.1 niet meer ingeladen kunnen worden in de EPB-software versie 1.0.

Als in de EPB-software versie 1.1 een projectbestand (= epb-file) van de EPB-software versie 1.0 wordt ingeladen, zal de EPB-software op dat bestand een aantal conversies uitvoeren, als gevolg van aangepaste functionaliteiten en verbeteringen. Een aantal overbodige invoergegevens, zoals enkele administratieve gegevens en oriëntatiegegevens, worden verwijderd.

Aan de hand van een wizard wordt u als gebruiker doorheen de conversie geleid. Er wordt onder andere een overzicht getoond van alle conversies en optioneel kunt u een back-up laten maken van het oorspronkelijke epb-bestand in de EPB-software versie 1.0.

Het is aan te raden een back-up te maken van die bestanden tijdens het eerste gebruik van de EPB-software versie 1.1. Daarom is de back-up-optie standaard aangevinkt. Het aanmaken van een aparte folder voor epb-bestanden in de EPB-software versie 1.1 kan nuttig zijn.

In de EPB-software versie 1.1 kunt u zowel projecten invoeren met een aanvraagdatum tot stedenbouwkundige vergunning in 2006 als vanaf 2007. Bij de evaluatie of aan de EPB-eisen is voldaan, wordt rekening gehouden met het eisenpakket dat geldig was of is op die datum.

Dat betekent dat de EPB-software versie 1.1, bij projecten met een aanvraagdatum tot stedenbouwkundige vergunning in 2006, rekening houdt met de keuze tussen twee eisenpakketten in de overgangsperiode 2006.

Enkel voor projecten met aanvraagdatum tot stedenbouwkundige vergunning vanaf 2007 geldt de maximale U-waarde voor deuren en poorten.

Aanvullingen en aanpassingen ten opzichte van de EPB-software versie 1.0

Invoeren van gemeenschappelijke verwarming voor EPW-volumes

De EPB-software versie 1.1 maakt het mogelijk om de collectieve verwarming van meerdere appartementen in te voeren. Per EPW-volume is het dan mogelijk om als aard van het ruimteverwarmingssysteem ‘gemeenschappelijk’ in te geven naast ‘plaatselijk’ of ‘centraal’.

Invoeren van overkoepelende gegevens voor EPW-volumes

Naast de knoppen van de Projectgegevens en de Bibliotheken is een knop Overkoepelende gegevens toegevoegd. Die knop wordt enkel actief als er gemeenschappelijke installaties mogelijk zijn voor meerdere subdossiers en/of deelprojecten, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke circulatieleiding voor warm tapwater in een appartementsgebouw.

Als de knop actief wordt, kunt u het bijhorende tabblad openen en de gegevens invoeren. Momenteel omvat dat onderdeel enkel de invoergegevens voor g emeenschappelijke circulatieleidingen voor warm tapwater (dus enkel bij EPW).

Invoeren van warmteopwekkingsinstallaties via externe warmtelevering

Als de nodige warmte voor het verwarmen van een EPW- of EPU-volume, voor het opwekken van warm tapwater in een EPW-volume of voor de bevochtiging of koeling van een EPU-volume, opgewekt wordt op een ander perceel, is er sprake van externe warmtelevering.

Een typisch voorbeeld daarvan is stadsverwarming, waarbij de warmte afkomstig kan zijn van bijvoorbeeld een elektriciteitscentrale, een industrieel productieproces of afvalverbranding.

Die invoermogelijkheid laat ook toe om warmteopwekkingsinstallaties in te voeren met een brandstof verschillend van de traditionele brandstoffen, zoals gas of stookolie, die vermeld worden in de EPB-software.

De installaties voor externe warmtelevering worden ingevoerd bij de hoofdknoop Installaties onder Bibliotheken zoals hieronder weergegeven.

Het genereren van de EPB-aangifte

In de menubalk is de functie Aangifte toegevoegd, waarmee u een EPB-aangifte kunt genereren van elk deelproject of subdossier dat hiervoor in aanmerking komt.

Als u epb-files oplaadt, opgemaakt in de EPB-software versie 1.0, gaat u best na of de validatieregels (= minimale vereiste invoergegevens) zijn nageleefd om een EPB-aangifte te kunnen genereren.

Er zijn enkele wijzigingen aangebracht op het tabblad Administratieve gegevens en op het bijkomende tabblad Detailinformatie en gebouwentypes. Vooraleer u de EPB-aangifte tracht te genereren, bekijkt u best of die tabbladen volledig zijn ingevuld.

Meer uitleg over het genereren van de aangifte vindt u in annex 3 van de EPB-nieuwsbrief 2007-01 (april).

Gegevens noodzakelijk voor het energieprestatiecertificaat

Opdat de EPB-software versie 1.1 het energieprestatiecertificaat kan genereren, moet een minimum aantal gegevens beschikbaar zijn. Dat kunt u nagaan op het bijkomende tabblad Certificaat onder de hoofdknoop Resultaten na het aanklikken van de eindknoop Algemeen.

Het tabblad Certificaat bevat de volgende gegevens:

  • de datum van ingebruikname van het gebouw;
  • het resultaat van de berekening van de energieprestatie van het gebouw zoals vermeld in de EPB-aangifte;
  • een referentiewaarde met betrekking tot de geldende maximumeis;
  • eventuele aanbevelingen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw.

Het tabblad Certificaat bevat enkele elementen die weergegeven worden op het certificaat waaronder een E-peil index.  Het E-peil van het subdossier dat aan een E-peileis onderworpen is, wordt weergegeven met een cijfer op de gekleurde balk.  Een E-peil dat in de groene zone ligt, voldoet aan het opgelegde maximum (kleiner dan E100).  Als het E-peil van het subdossier zich in de rode zone bevindt, zijn er onvoldoende maatregelen genomen om aan de E-peileis te voldoen.

Het jaarlijkse primaire energieverbruik wordt automatisch door de EPB-software berekend bij het bepalen van het E-peil.

Het referentieoppervlak wordt door de EPB-software voor gebouwen met een woonbestemming automatisch berekend door het beschermde volume te delen door een vastgestelde hoogte van 2,90 m. Het primaire energieverbruik per m² wordt indicatief weergegeven in het tabblad, maar wordt niet weergegeven op de afdruk van het certificaat.

De verslaggever heeft de mogelijkheid om in een vrij tekstveld een aantal opmerkingen en aanbevelingen toe te voegen die nog kunnen bijdragen tot een beter inzicht in de EPB-aangifte of tot een betere energieprestatie van het gebouw.

Aanpassing aan het tabblad met dossiergegevens

Het tabblad Dossier bij de Projectgegevens werd licht aangepast. Het invoerveld van de kadastrale gegevens werd opgesplitst in Afdeling, Sectie en Nummer(s).

Bij de omzetting van een epb-file uit de EPB-software versie 1.0 naar een epb-file in de EPB-software versie 1.1, wordt die opsplitsing niet automatisch uitgevoerd. Na de omzetting zult u de kadastrale gegevens opnieuw moeten invoeren.

Aanpassing aan het tabblad met administratieve gegevens

Per deelproject of subdossier worden administratieve gegevens ingevoerd over de aangifteplichtige, de verslaggever, de architect, de aannemer en het bouwdossier.

Als u subdossiers kopieert, worden de administratieve gegevens van het subdossier mee overgenomen in de kopie.

Er zijn geen invoervelden meer voor de e-mailadressen, de datum van de start van de werken en datum van de startverklaring. Die velden worden bij de omzetting naar EPB-software versie 1.1 verwijderd.

Bij de administratieve gegevens van de verslaggever is een veld Code verslaggever toegevoegd.

Als de architect, die belast is met de controle van de werkzaamheden, ook de verslaggever van het project is, worden de administratieve gegevens maar één keer ingevuld bij de administratieve gegevens van de verslaggever. Bij de architect vinkt u dan gewoon aan dat de architect ook de verslaggever is.

Nieuw tabblad voor de invoer van detailgegevens over de bestemming, het gebouwtype en de bouwvorm

Er werd een bijkomend tabblad ontwikkeld om meer informatie te bekomen over de bestemming, het gebouwtype en de bouwvorm.

De informatie van dat tabblad is verplicht in te vullen om een EPB-aangifte te kunnen indienen.

Afhankelijk van de aangeduide bestemming (wonen, school, kantoor, industrie of andere specifieke bestemming) kruist u aan bij welk gebouwtype of bouwvorm het subdossier of het deelproject kan ingedeeld worden.

De EPB-software activeert in het tabblad enkel die gebouwtypes of bouwvormen die van toepassing kunnen zijn in overeenstemming met de aangeduide bestemming.

Voor deelprojecten is het mogelijk dat meerdere gebouwtypes aangekruist worden.

De bouwvorm wordt enkel aangekruist als u te maken hebt met eengezinswoningen. De keuze beperkt zich tussen gesloten, halfopen of vrijstaande bebouwing.

Unieke code voor ruimten

In de EPB-software versie 1.0 was het al vereist dat elk afsluitbaar lokaal van het beschermde volume apart gedefinieerd wordt, ook al zijn er geen ventilatie-eisen volgens de energieprestatieregelgeving, bijvoorbeeld speciale ruimten, gangen, traphallen ... Dat laat toe om de gegevens over ventilatie en/of verlichting correct in te geven. De term Ruimte wordt gebruikt als algemene omschrijving voor een lokaal, een vertrek, een plaats, een gang, enzovoort.

In de EPB-software versie 1.1 wordt er naast de naam, de bestemming, het soort ruimte en de gebruiksoppervlakte ook automatisch een unieke code aan de ruimte toegekend.

Die code kunt u vrij wijzigen, wel rekening houdend met de volgende drie beperkingen:

  • de code moet uniek zijn. Ze mag nog niet toegekend zijn aan een andere ruimte in het bouwproject (alle subdossiers en deelprojecten in het epb-bestand);
  • de code mag geen spaties bevatten;
  • het vakje met de code mag niet leeg zijn.

De unieke code die aan elke ruimte wordt toegekend, moet ook voor elke overeenkomstige ruimte op de bouwplannen worden aangebracht .

Als de code per ruimte aangepast wordt aan de plancodes van het project, waakt de EPB-software erover dat de code nog niet werd toegekend.

Als de code al gebruikt is, wordt dat weergegeven in de statusregel onderaan het scherm. De EPB-software kent automatisch de code toe zoals die verschijnt in het veld bij het invoeren van de ruimte.

Evaluatie van maximale U-waarde voor deuren en poorten

Voor de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning in 2006 werden nog geen EPB-eisen gesteld aan deuren en poorten.

Vanaf 1 januari 2007 moet de U-waarde van deuren en poorten lager zijn dan de maximale waarde (U max = 2,9 W/m 2K). Dat geldt zowel voor de opake als voor de transparante deuren en poorten.

De EPB-software versie 1.1 gaat na, aan de hand van de datum van aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die u hebt ingevuld, of de U-waarde van deuren en poorten al dan niet getoetst moet worden aan de eis: U max = 2,9 W/m 2K.

Deuren en poorten die niet voldoen aan de U max-eis worden opgelijst in het resultatenblad.

Aanpassingen aan de invoer van de oriëntatie

In de EPB-software versie 1.0 waren oriëntatiegegevens van bepaalde scheidingsconstructies overbodige invoergegevens voor het uitvoeren van de berekeningen. Vanuit het oogpunt van de gebruiksvriendelijkheid zijn, in de EPB-software versie 1.1, sommige overbodige invoervelden weggelaten. Andere invoervelden staan nog vermeld maar zijn onbruikbaar gemaakt. De informatie over de weggelaten invoergegevens wordt getoond bij het converteren van bestanden vanuit de EPB-software versie 1.0 naar de EPB-software versie 1.1.

Naamswijziging van subdossier wonen met kantoor

Bij het opdelen van het deelproject in subdossiers, is de naam van een subdossier "wonen met kantoor" gewijzigd naar  “wonen met niet-residentiële bestemming”.
Bij collectieve woongebouwen zoals een rusthuis komen vaak ruimtes voor die qua ventilatie vallen onder niet-residentiële ventilatie. Voorbeelden hiervan zijn de grootkeuken en de eetzaal.
Zo een woongebouw geeft men in als subdossier "wonen met niet-residentiële bestemming" om bij ventilatie zowel ruimten met een residentiële als met een niet-residentiële bestemming te kunnen invoeren.

Extra’s: gebruiksvriendelijke ingrepen in de EPB-software versie 1.1

Om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren, zijn er ook een aantal niet-rekenkundige functionaliteiten toegevoegd.

Kort samengevat waren volgende zaken aanwezig in de EPB-software versie 1.0:

  • Ontbrekende invoer: op elke resultatenscherm wordt getoond welke invoergegevens er nog ontbreken om de betreffende berekening te kunnen uitvoeren;
  • Kopieerfunctie: subdossiers en bibliotheekelementen kunnen gekopieerd worden;
  • Resultatenformulier: voor subdossiers met een E-peileis is het mogelijk om een overzicht van de resultaten als pdf-bestand op te slaan.

Bijkomend zijn de volgende zaken toegevoegd:

  • Uitbreiding kopieerfunctie: ook ruimten kunnen nu gekopieerd worden. Dat vergemakkelijkt de invoer voor de hygiënische ventilatie en voor de verlichting;
  • Bijkomende Mac-ondersteuning: integratie in Mac-specifieke menustructuur;
  • Zichtbaar maken van de U-waarden van alle scheidingsconstructies in het resultatenblad via een aanvinkvak.

Aanpassing aan het resultatenblad

Het resultatenblad werd voorzien van een aanvinkvak om een volledig overzicht te kunnen bekomen van de U-waarden van alle scheidingsconstructies. Dat vak staat standaard aangevinkt. Enkel de scheidingsconstructies die niet voldoen, worden dan getoond. Zowel de scheidingsconstructies die voldoen aan de eisen van maximale U-waarden of minimale R-waarden, als de scheidingsconstructies die niet voldoen, worden slechts getoond bij het uitvinken van het vakje.

Het dubbelklikken op de calc-knop gaf in de EPB-software versie 1.0 hetzelfde effect. Dat dubbelklikken heeft in de EPB-software versie 1.1 geen effect meer.

  naar boven
 

naar boven
 

Vlaams Energieagentschap - Vlaams ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie - bel gratis naar 1700 - energie@vlaanderen.be
disclaimer