Invoeren van gemeenschappelijke verwarming voor EPW-volumes
De EPB-software versie 1.1 maakt het mogelijk om de collectieve verwarming van meerdere appartementen in te voeren. Per EPW-volume is het dan mogelijk om als aard van het ruimteverwarmingssysteem ‘gemeenschappelijk’ in te geven naast ‘plaatselijk’ of ‘centraal’.
Invoeren van overkoepelende gegevens voor EPW-volumes
Naast de knoppen van de Projectgegevens en de Bibliotheken is een knop Overkoepelende gegevens toegevoegd. Die knop wordt enkel actief als er gemeenschappelijke installaties mogelijk zijn voor meerdere subdossiers en/of deelprojecten, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke circulatieleiding voor warm tapwater in een appartementsgebouw.
Als de knop actief wordt, kunt u het bijhorende tabblad openen en de gegevens invoeren. Momenteel omvat dat onderdeel enkel de invoergegevens voor g emeenschappelijke circulatieleidingen voor warm tapwater (dus enkel bij EPW).
Invoeren van warmteopwekkingsinstallaties via externe warmtelevering
Als de nodige warmte voor het verwarmen van een EPW- of EPU-volume, voor het opwekken van warm tapwater in een EPW-volume of voor de bevochtiging of koeling van een EPU-volume, opgewekt wordt op een ander perceel, is er sprake van externe warmtelevering.
Een typisch voorbeeld daarvan is stadsverwarming, waarbij de warmte afkomstig kan zijn van bijvoorbeeld een elektriciteitscentrale, een industrieel productieproces of afvalverbranding.
Die invoermogelijkheid laat ook toe om warmteopwekkingsinstallaties in te voeren met een brandstof verschillend van de traditionele brandstoffen, zoals gas of stookolie, die vermeld worden in de EPB-software.
De installaties voor externe warmtelevering worden ingevoerd bij de hoofdknoop Installaties onder Bibliotheken zoals hieronder weergegeven.
Het genereren van de EPB-aangifte
In de menubalk is de functie Aangifte toegevoegd, waarmee u een EPB-aangifte kunt genereren van elk deelproject of subdossier dat hiervoor in aanmerking komt.
Als u epb-files oplaadt, opgemaakt in de EPB-software versie 1.0, gaat u best na of de validatieregels (= minimale vereiste invoergegevens) zijn nageleefd om een EPB-aangifte te kunnen genereren.
Er zijn enkele wijzigingen aangebracht op het tabblad Administratieve gegevens en op het bijkomende tabblad Detailinformatie en gebouwentypes. Vooraleer u de EPB-aangifte tracht te genereren, bekijkt u best of die tabbladen volledig zijn ingevuld.
Meer uitleg over het genereren van de aangifte vindt u in annex 3 van de EPB-nieuwsbrief 2007-01 (april).
Gegevens noodzakelijk voor het energieprestatiecertificaat
Opdat de EPB-software versie 1.1 het energieprestatiecertificaat kan genereren, moet een minimum aantal gegevens beschikbaar zijn. Dat kunt u nagaan op het bijkomende tabblad Certificaat onder de hoofdknoop Resultaten na het aanklikken van de eindknoop Algemeen. Het tabblad Certificaat bevat de volgende gegevens:
- de datum van ingebruikname van het gebouw;
- het resultaat van de berekening van de energieprestatie van het gebouw zoals vermeld in de EPB-aangifte;
- een referentiewaarde met betrekking tot de geldende maximumeis;
- eventuele aanbevelingen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw.
Het tabblad Certificaat bevat enkele elementen die weergegeven worden op het certificaat waaronder een E-peil index. Het E-peil van het subdossier dat aan een E-peileis onderworpen is, wordt weergegeven met een cijfer op de gekleurde balk. Een E-peil dat in de groene zone ligt, voldoet aan het opgelegde maximum (kleiner dan E100). Als het E-peil van het subdossier zich in de rode zone bevindt, zijn er onvoldoende maatregelen genomen om aan de E-peileis te voldoen.
Het jaarlijkse primaire energieverbruik wordt automatisch door de EPB-software berekend bij het bepalen van het E-peil.
Het referentieoppervlak wordt door de EPB-software voor gebouwen met een woonbestemming automatisch berekend door het beschermde volume te delen door een vastgestelde hoogte van 2,90 m. Het primaire energieverbruik per m² wordt indicatief weergegeven in het tabblad, maar wordt niet weergegeven op de afdruk van het certificaat.
De verslaggever heeft de mogelijkheid om in een vrij tekstveld een aantal opmerkingen en aanbevelingen toe te voegen die nog kunnen bijdragen tot een beter inzicht in de EPB-aangifte of tot een betere energieprestatie van het gebouw.
Aanpassing aan het tabblad met dossiergegevens
Het tabblad Dossier bij de Projectgegevens werd licht aangepast. Het invoerveld van de kadastrale gegevens werd opgesplitst in Afdeling, Sectie en Nummer(s).
Bij de omzetting van een epb-file uit de EPB-software versie 1.0 naar een epb-file in de EPB-software versie 1.1, wordt die opsplitsing niet automatisch uitgevoerd. Na de omzetting zult u de kadastrale gegevens opnieuw moeten invoeren.
Aanpassing aan het tabblad met administratieve gegevens
Per deelproject of subdossier worden administratieve gegevens ingevoerd over de aangifteplichtige, de verslaggever, de architect, de aannemer en het bouwdossier.
Als u subdossiers kopieert, worden de administratieve gegevens van het subdossier mee overgenomen in de kopie.
Er zijn geen invoervelden meer voor de e-mailadressen, de datum van de start van de werken en datum van de startverklaring. Die velden worden bij de omzetting naar EPB-software versie 1.1 verwijderd.
Bij de administratieve gegevens van de verslaggever is een veld Code verslaggever toegevoegd.
Als de architect, die belast is met de controle van de werkzaamheden, ook de verslaggever van het project is, worden de administratieve gegevens maar één keer ingevuld bij de administratieve gegevens van de verslaggever. Bij de architect vinkt u dan gewoon aan dat de architect ook de verslaggever is. Nieuw tabblad voor de invoer van detailgegevens over de bestemming, het gebouwtype en de bouwvorm
Er werd een bijkomend tabblad ontwikkeld om meer informatie te bekomen over de bestemming, het gebouwtype en de bouwvorm.
De informatie van dat tabblad is verplicht in te vullen om een EPB-aangifte te kunnen indienen.
Afhankelijk van de aangeduide bestemming (wonen, school, kantoor, industrie of andere specifieke bestemming) kruist u aan bij welk gebouwtype of bouwvorm het subdossier of het deelproject kan ingedeeld worden.
De EPB-software activeert in het tabblad enkel die gebouwtypes of bouwvormen die van toepassing kunnen zijn in overeenstemming met de aangeduide bestemming.
Voor deelprojecten is het mogelijk dat meerdere gebouwtypes aangekruist worden.
De bouwvorm wordt enkel aangekruist als u te maken hebt met eengezinswoningen. De keuze beperkt zich tussen gesloten, halfopen of vrijstaande bebouwing.
Unieke code voor ruimten In de EPB-software versie 1.0 was het al vereist dat elk afsluitbaar lokaal van het beschermde volume apart gedefinieerd wordt, ook al zijn er geen ventilatie-eisen volgens de energieprestatieregelgeving, bijvoorbeeld speciale ruimten, gangen, traphallen ... Dat laat toe om de gegevens over ventilatie en/of verlichting correct in te geven. De term Ruimte wordt gebruikt als algemene omschrijving voor een lokaal, een vertrek, een plaats, een gang, enzovoort.
In de EPB-software versie 1.1 wordt er naast de naam, de bestemming, het soort ruimte en de gebruiksoppervlakte ook automatisch een unieke code aan de ruimte toegekend.
Die code kunt u vrij wijzigen, wel rekening houdend met de volgende drie beperkingen:
- de code moet uniek zijn. Ze mag nog niet toegekend zijn aan een andere ruimte in het bouwproject (alle subdossiers en deelprojecten in het epb-bestand);
- de code mag geen spaties bevatten;
- het vakje met de code mag niet leeg zijn.
De unieke code die aan elke ruimte wordt toegekend, moet ook voor elke overeenkomstige ruimte op de bouwplannen worden aangebracht .
Als de code per ruimte aangepast wordt aan de plancodes van het project, waakt de EPB-software erover dat de code nog niet werd toegekend.
Als de code al gebruikt is, wordt dat weergegeven in de statusregel onderaan het scherm. De EPB-software kent automatisch de code toe zoals die verschijnt in het veld bij het invoeren van de ruimte.
Evaluatie van maximale U-waarde voor deuren en poorten
Voor de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning in 2006 werden nog geen EPB-eisen gesteld aan deuren en poorten.
Vanaf 1 januari 2007 moet de U-waarde van deuren en poorten lager zijn dan de maximale waarde (U max = 2,9 W/m 2K). Dat geldt zowel voor de opake als voor de transparante deuren en poorten.
De EPB-software versie 1.1 gaat na, aan de hand van de datum van aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die u hebt ingevuld, of de U-waarde van deuren en poorten al dan niet getoetst moet worden aan de eis: U max = 2,9 W/m 2K.
Deuren en poorten die niet voldoen aan de U max-eis worden opgelijst in het resultatenblad.
Aanpassingen aan de invoer van de oriëntatie
In de EPB-software versie 1.0 waren oriëntatiegegevens van bepaalde scheidingsconstructies overbodige invoergegevens voor het uitvoeren van de berekeningen. Vanuit het oogpunt van de gebruiksvriendelijkheid zijn, in de EPB-software versie 1.1, sommige overbodige invoervelden weggelaten. Andere invoervelden staan nog vermeld maar zijn onbruikbaar gemaakt. De informatie over de weggelaten invoergegevens wordt getoond bij het converteren van bestanden vanuit de EPB-software versie 1.0 naar de EPB-software versie 1.1.
Naamswijziging van subdossier wonen met kantoor
Bij het opdelen van het deelproject in subdossiers, is de naam van een subdossier "wonen met kantoor" gewijzigd naar “wonen met niet-residentiële bestemming”.
Bij collectieve woongebouwen zoals een rusthuis komen vaak ruimtes voor die qua ventilatie vallen onder niet-residentiële ventilatie. Voorbeelden hiervan zijn de grootkeuken en de eetzaal.
Zo een woongebouw geeft men in als subdossier "wonen met niet-residentiële bestemming" om bij ventilatie zowel ruimten met een residentiële als met een niet-residentiële bestemming te kunnen invoeren.
|