114 megawatt groene stroom extra op het net
21 december 2010 - De 27 groenestroomprojecten die niet gerealiseerd konden worden omdat er in de kustregio onvoldoende hoogspanningscapaciteit is, krijgen nu toch groen licht. Op aansturen van Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche hebben de verschillende betrokkenen een oplossing uitgewerkt. Elia zal de nodige capaciteit vrijmaken.
Het hoogspanningsnet in de driehoek Koksijde-Zeebrugge-Brugge zit vol omdat alle beschikbare capaciteit contractueel is gereserveerd voor windmolens op zee, ook al zijn die nog niet allemaal gebouwd. Hierdoor konden nieuwe productieparken zoals grote oppervlaktes zonnepanelen, windmolens of biowarmtekrachtkoppeling niet meer aangesloten worden op het net. Tegen 2014 zal de nodige netversterking gerealiseerd zijn, maar in afwachting kwamen 27 groenestroomprojecten –samen goed voor een capaciteit van 114 megawatt of het gemiddelde stroomverbruik van 90.000 gezinnen- op een wachtlijst terecht.
Aangezien we ons op het vlak van hernieuwbare energie geen vertragingen kunnen veroorloven, bracht minister van Energie Freya Van den Bossche alle betrokkenen rond de tafel. Als gevolg van dat initiatief is er nu een oplossing gevonden. Elia zal de nodige capaciteit vrijmaken en er zo voor zorgen dat de projecten op een ‘flexibele’ manier kunnen aansluiten op het net. Dat betekent dat de nieuwe projecten hun stroom op het net kunnen zetten, op voorwaarde dat ze bereid zijn om los te koppelen in de uitzonderlijke gevallen dat er tegelijk zeer veel productie is (veel wind) en een lage vraag (bijvoorbeeld ’s nachts). Geschat wordt dat dit maar zelden nodig zal zijn, zodat de installaties in 92 procent van de tijd normaal kunnen draaien.
Tegen 2014 moet de flessenhals in het West-Vlaamse elektriciteitsnet definitief weggewerkt zijn met de ingebruikneming van een nieuwe hoogspanningslijn, het zogenaamde Stevin-project. In afwachting daarvan zullen eventuele nieuwe projecten noodgedwongen op een nieuwe wachtlijst komen.
Ondertussen laat minister Van den Bossche ook onderzoeken hoe de uitbouw van het net en de inplanting van grootschalige elektriciteitsproductie beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Door na te gaan waar er enerzijds nog capaciteit is op het net, en wat anderzijds de interessante plekken zijn voor de diverse vormen van hernieuwbare energie-opwekking, kunnen de investeringen in de netten en de inplanting van de investeringsprojecten meer doordacht gebeuren. “Zo voorkomen we dat projecten gepland worden zonder dat er rekening wordt gehouden met de capaciteit van het net. Eerst onderzoeken waar we het best inplanten, daarna investeren. Dat lijkt me logischer.”

