Prestatiecoëfficiënt COPtest (periode 1)

De COPtest (= prestatiecoëfficiënt) van de warmtepomp wordt bepaald volgens NBN EN 14511 en/of NBN EN 15879-1 onder de testomstandigheden vastgelegd in de regelgeving.

Opgelet: COP-gegevens die overeenkomen met de Ecodesign richtlijn (norm EN14825) mogen niet gebruikt worden in het kader van de energieprestatieregelgeving.

Sommige warmtepompen worden niet behandeld in de Europese testnorm NBN EN 14511 maar kunnen wel ingerekend worden in de EPB-software. De specificaties voor de bepaling van COPtest worden vastgelegd in de regelgeving en gelden voor:

  • Warmtepompen die gebruik maken van directe verdamping en/of directe condensatie

Temperatuurstoename over de condensor bij COPtest meting

Deze temperatuurstoename moet alleen ingevuld worden als u het warmteafgiftemedium ‘water’ kiest. Dit gegeven verifieert u best in de productinformatie of vraagt u op aan de fabrikant.

Bij de meeste types warmtepompen schrijft de norm NBN EN 14511 voor dat deze temperatuurstoename bij de test 5 °C is. U moet deze waarde altijd in combinatie met de COPtest bij de leverancier opvragen.

Elektrisch vermogen van de warmtepomp bij COPtest meting

Dit vermogen moet enkel worden ingevuld bij een warmtepomp waarvoor u als warmtebron ‘bodem’ of ‘grondwater’ kiest. Dit vermogen is een productgegevens dat u opvraagt bij de leverancier.