Elektrische warmtepomp: invoergegevens EPB-software (periode 1)

Warmtepomp met elektrische bijverwarming

Voor warmtepompen die standaard voorzien zijn van een elektrische weerstand voor bijverwarming, moet u deze weerstand invoeren als niet-preferente opwekker. Ook al is hij softwarematig geblokkeerd, hardwarematig afgekoppeld of zelfs volledig verwijderd.

Alleen als de weerstand een product-optie is voor het betreffende toestel en er kan gestaafd worden dat deze optie niet voorzien is in het toestel op het moment van de aangifte, moet deze weerstand niet ingerekend worden.

Als de elektrische weerstand een product-optie is en aanwezig is (hetzij in werking, hetzij in geblokkeerde of afgekoppelde toestand) op het moment van de EPB-aangifte, moet deze wel ingerekend worden. Ook als niet kan gestaafd worden of deze productoptie wel of niet werd genomen, rekent u de weerstand in. Meer informatie vindt u bij stavingsstukken.

Warmtepomp met verwarmingslint

Warmtepompen met lucht als warmtebron zijn soms voorzien van een elektrisch element in de buitengroep (verwarmingslint) om de verdamper te ontdooien bij lage buitentemperaturen.
Dat elektrisch element moet u niet inrekenen als niet-preferente warmteopwekker. De invloed ervan wordt immers al meegerekend in de COPtest bepaald volgens de norm EN 14511.

Reversibele warmtepompen

Er kunnen zich verschillende situaties voordoen.

  • Voor warmtepomptypes die standaard reversibel zijn en dus in koelmodus kunnen werken, moet u – onafhankelijk van de rest van de installatie – aangeven dat er 'actieve koeling' is.
  • Voor een warmtepomp die reversibel is, maar waar de koelmodus softwarematig of hardwarematig onmogelijk werd gemaakt, moet u 'actieve koeling' ingeven. Deze actie kan immers eenvoudig omkeerbaar zijn.
  • Wanneer het reversibel zijn van de warmtepomp een productoptie is en deze optie niet werd voorzien in de warmtepomp, moet u geen actieve koeling ingeven.
  • Als de warmtepomp niet reversibel is en er geen andere koudeleveranciers aanwezig zijn, mag men aangeven dat er 'geen actieve koeling' is.

Opmerking: bij warmtepompen die buitenlucht als warmtebron gebruiken, kan er in de winter ijs vormen in de buitenunit waardoor de warmte uit de buitenlucht niet meer voldoende kan opgenomen worden. Om deze reden is dit type warmtepomp vaak omkeerbaar om in de winter het gevormde ijs te kunnen ontdooien. Wanneer een warmtepomp met lucht als warmtebron omkeerbaar is alleen om een ontdooicyclus te laten lopen in de winter, moet deze niet als actieve koeling ingegeven worden. Hierbij mag het niet mogelijk zijn voor de gebruiker om de ontdooicyclus manueel aan te schakelen en zo toch de woning te koelen in de zomer.

Hulpenergie

Wanneer de warmtepomp aangesloten is op een afgiftesysteem op water, zijn er een of meerdere pompen nodig om het water rond te stuwen. Deze pompen moet u inrekenen als hulpenergie. De volgende pompen moet u niet inrekenen:

  • een pomp op het circuit naar de verdamper (bij warmtepompen met bodem, grondwater of oppervlaktewater als warmtebron). Deze wordt al meegerekend bij het bepalen van de SPF.
  • Voor warmtepompen met directe condensatie is er geen intermediair transportmedium en bijgevolg is er dus ook geen hulpenergie nodig voor de warmteafgifte. Een validatieregel in de EPB-software verplicht u momenteel wel om toch een circulatiepomp te rapporteren die in werkelijkheid niet voorkomt.

Het hulpenergieverbruik voor ventilatoren die geïntegreerd zijn in de warmtepomp moet vaak niet ingerekend worden omdat dit al wordt meegenomen in de COPtest:

  • voor een EPW-project moet u de hulpenergie voor ventilatoren van binnen- en buitenunits van splits, multi-splits en warmtepompen niet ingeven, tenzij de binnenunits aangesloten zijn aan luchtkanalen. In dit laatste geval moet u het ventilatorverbruik ingeven.
  • Voor een EPU-project moet u de hulpenergie voor ventilatoren van binnenunits van splits, multi-splits en warmtepompen enkel ingeven indien er verse lucht rechtstreeks wordt toegevoerd via deze units.

Ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur

Meer informatie over de ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur vindt u bij afgifte.