Overzicht van de installatie-eisen

Er zijn installatie-eisen voor:

Verwarming

Installatie Minimale eisen

Ketels (gasvormige en vloeibare brandstof)

De installatie heeft een minimaal rendement. Dat installatierendement wordt bepaald op basis van het ketelrendement en een aantal eigenschappen van de installatie zoals de gebruikte brandstof, de ontwerpretourtemperatuur, de isolatie van de leidingen, de regeling van de ketel en installatie …

Elektrische warmtepompen

De installatie heeft een minimale seizoensprestatiefactor (SPF). De minimale SPF hangt af van het soort warmtepomp:

Soort warmtepomp

Minimale SPF

bodem/water

3,3

water/water

3,9

lucht/water

2,8

lucht/lucht

2,9

dx en/of dc

geen eis

riothermie geen eis
waterlus geen eis

De bepaling van de SPF gebeurt volgens de bestaande methodiek van de E-peilberekening voor nieuwbouw (bijlage V bij het Energiebesluit). De waarde bij ontstentenis voor de SPF bedraagt:

  • 1,25 voor warmtepompen met lucht als warmtebron en als warmteafvoerend medium.
  • 2 voor alle andere types warmtepompen.

Direct elektrische verwarming

De installatie heeft een maximaal elektrisch vermogen. Het totale afgiftevermogen bedraagt maximaal 15 W per m² bruikbare oppervlakte van het te renoveren gebouw of nieuwe gebouwdeel.

Merk op:

  • Als bij een centraal verwarmingssysteem meerdere warmteopwekkers zijn aangesloten op eenzelfde watercircuit, moet u enkel rekening houden met  de preferente opwekker.
  • Een groep van identieke warmteopwekkers moet u gezamenlijk als één warmteopwekker bekijken.
  • Bij de combinatie van plaatselijke verwarming en centrale verwarming, moeten beide systemen voldoen aan de installatie-eisen.

Sanitair warm water

Installatie Minimale eisen

Elektrische boilers en doorstromers

De warmwaterproductietoestellen hebben een maximaal elektrisch vermogen. Het maximaal vermogen wordt bepaald in functie van de oppervlakte van het gebouw.

Circulatieleidingen en combilus

Circulatieleidingen en combilus leidingen moeten verplicht worden geïsoleerd.

Ventilatiesystemen

Installatie Minimale eisen

Centraal ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer (geen eisen voor andere systemen)

Een nieuw geplaatst of vervangen centraal ventilatiesysteem dat voorziet in mechanische toevoer en afvoer moet voorzien zijn van een warmteterugwinapparaat. De installatie heeft een minimaal warmteterugwinrendement. Het rendement wordt berekend in functie van het testrendement van de warmteterugwinning en een aantal karakteristieken van de installatie zoals de luchtdichtheid en isolatie van de kanalen, regelingen ...

Koeling

Installatie Minimale eisen

Ijswatersystemen

De installatie heeft een minimaal installatierendement. Het minimale rendement hangt af van het soort koelmachine. Het installatierendement van de installatie hangt af van de eigenschappen van de koelmachine, de isolatie van de leidingen en de regeling van de installatie.

Verlichting (enkel voor niet-residentiële gebouwen)

Installatie Minimale eisen

Vaste verlichtingstoestellen (aan plafond, muur en vloer)

Per ruimte geldt een maximaal equivalent specifiek geïnstalleerd vermogen. Dat maximaal vermogen is afhankelijk van het type ruimte. Bij het aftoetsen van de eis wordt het werkelijke geïnstalleerde specifiek vermogen gecorrigeerd in functie van aanwezigheidsdetectie, daglichtsturing en/of dimmen.

Merk op:

In de beleidsvoorbereidende studie zijn opties overwogen om ook het visuele comfort in rekening te brengen. Die bleken echter niet haalbaar om te gebruiken in een wetgevend kader (te ingewikkeld of niet handhaafbaar). Het feit dat het visuele comfort niet opgenomen is als eis, ontslaat de ontwerper niet van zijn verantwoordelijkheid om te voldoen aan de gangbare normen. Het niveau van de vermogenseis is zodanig gekozen dat een correct ontwerp vlot aan de eis voldoet zonder in te boeten op het visuele comfort. Enkel minder doordachte en energie-verslindende ontwerpen worden geweerd.

Richtlijnen rond visueel comfort zijn terug te vinden in de norm voor werkplekverlichting NBN EN12464-1. Daarin worden onder andere de minimale verlichtingssterktes opgegeven voor elk type werkplek. Die norm wordt sinds eind 2012 ook aangehaald in de welzijnswet - Omgevingsfactoren en fysische agentia - verlichting.

Energieverbuiksmeters verplicht voor grote installaties

Installatie Minimale eisen

Ketels > 70 kW

brandstofmeter

Ketels > 400 kW

calorimeter

Warmtepompen > 10 kW

meter voor het elektrisch verbruik

Warmtepompen > 100 kW

meter voor de hoeveelheid nuttige energie

Ijswaterinstallatie > 10 kW

meter voor het elektrisch verbruik

Ijswaterinstallatie > 100 kW

meter voor de hoeveelheid koelenergie

Geldig voor aanvragen vanaf 2015