Voorbeeld: invoer meerdere split-units lucht/lucht voor koeling en verwarming

In dit voorbeeld wordt getoond hoe meerdere lucht/lucht warmtepomp split-units kunnen worden ingevoerd, voor koeling en verwarming. Deze split units kunnen al dan niet van een verschillend type zijn. De prestatie (COP/SCOPon/EER) van de split units kan ook verschillen.

Geval 1: residentieel gebouw met meerdere identieke lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling

In de figuur wordt de situatie geschetst. Er worden meerdere split-units geplaatst, maar die zijn van hetzelfde type. Ze zijn geplaatst in een residentieel gebouw.residentieel gebouw met meerdere identieke lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling

Geef deze situatie in als volgt in de EPB-software 3G:

  • alle ruimten binnen het beschermd volume worden samen genomen tot 1 energiesector per ventilatiezone;
  • geef bij de knoop ‘Verwarming’ aan dat er ‘Centrale verwarming (1ES)’ is toegepast;
  • kies in het tabblad ‘Afgiftesystemen’ bij het ‘Soort afgiftesysteem’ voor ‘Andere (radiatoren, … )’; 
  • in het tabblad ‘Warmteopwekkingssystemen’ geeft u de gegevens in van de geplaatste warmtepomp;
  • wanneer de warmtepomp kan koelen, vinkt u verplicht aan dat er 'actieve koeling' aanwezig is, dit kan in de energetische boomstructuur op het niveau van de energiesector.

Geval 2: residentieel gebouw met verschillende lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling.

Omdat er verschillende lucht/lucht warmtepompen worden toegepast, zal de prestatie voor verwarmen (COP/SCOPon) en koelen (EER) ook verschillen. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de invoer in de software. De figuur toont een mogelijk situatie waarbij drie verschillende types split-units worden gebruikt.residentieel gebouw met verschillende lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling

Geef deze situatie als volgt in voor de EPB-software 3G:

  • splits de ventilatiezone die meerdere types warmte- en koudeopwekkers bevat op zodat er per energiesector slechts 1 type warmtepomp voor verwarming en 1 type warmtepomp voor koeling overblijft (zie energiesector 1 in bovenstaande figuur). Pas per energiesector de werkwijze zoals beschreven in geval 1 toe.
  • Als er per energiesector meerdere verschillende types lucht/lucht warmtepompen voor verwarming en koeling overblijven (zie energiesector 2 en 3 in bovenstaande figuur ), duidt u aan dat er ‘Meerdere opwekkingstoestellen’ zijn en voert u de gegevens van de preferente opwekker en de niet-preferente opwekker in.

Geval 3: niet-residentieel gebouw met meerdere identieke lucht/lucht split-units voor verwarmen en koelen.

Deze situatie is gelijkaardig aan geval 1, met het verschil dat voor een niet-residentieel gebouw de opwekker voor koeling ook in detail moet ingevoerd worden. Voor de invoer in de EPB 3G software gaat u als volgt te werk:

  • neem alle ruimten binnen het beschermd volume samen tot 1 energiesector per ventilatiezone.
  • Geef zowel voor verwarming als voor koeling aan dat het om centrale verwarming en centrale koeling gaat.
  • Voer bij de knoop ‘Verwarming’ in het tabblad ‘Warmteopwekkingssystemen’ de gegevens in van de elektrische warmtepomp die gebruikt wordt. Als het gaat om een gemengde opwekker, maakt u deze eerst aan onder gedeelde systemen en koppelt u deze dan aan deze knoop.
  • Geef bij de knoop ‘Energiesector’ aan dat er een koelsysteem is
  • Voer bij de knoop ‘Koeling’ in het tabblad ‘Koudeleverancier’ de gegevens van de compressiekoelmachine (warmtepomp) in. Als het gaat om een gemengde opwekker, maakt u deze eerst aan onder gedeelde systemen en koppelt u deze dan aan deze knoop.

Opgelet: in de EPB software Vlaanderen is het verplicht om als warmtetransportmedium en koeltransportmedium voor ‘water’ te kiezen. Dit geldt voor alle aanvraagjaren in de EPB software Vlaanderen.

Geval 4: niet-residentieel gebouw met verschillende lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling.

Omdat er verschillende lucht/lucht warmtepompen worden toegepast, zal de prestatie voor verwarmen (COP/SCOPon) en koelen (EER) ook verschillen. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de invoer in de software. De figuur toont een mogelijk situatie waarbij verschillende types split-units worden gebruikt.niet-residentieel gebouw met verschillende lucht/lucht split-units toegepast voor verwarming en eventueel koeling

Geef deze situatie als volgt in voor de EPB-software 3G:

  • splits de ventilatiezone die meerdere types warmte- en koudeopwekkers bevat op in diverse energiesectoren zodat er per energiesector slechts 1 type warmtepomp voor verwarming en 1 type warmtepomp voor koeling overblijft. Daarna gaat u per energiesector tewerk zoals beschreven in geval 3.
  • Wanneer er per energiesector meerdere verschillende types lucht/lucht warmtepompen voor verwarming en koeling overblijven, duidt u aan dat er ‘Meerdere opwekkingstoestellen’ zijn en voert u de gegevens van de preferente opwekker en de niet-preferente opwekker in.

Opgelet: in de EPB software Vlaanderen is het verplicht om als warmtetransportmedium en koeltransportmedium voor ‘water’ te kiezen. Dit geldt voor alle aanvraagjaren in de EPB software Vlaanderen.

Geval 5: combinatie lucht/lucht en lucht/water warmtepomp

Twee opwekkers kunnen enkel als een combinatie van preferente en niet-preferente opwekker gezien worden, wanneer ze samen eenzelfde afgiftesysteem bedienen. In deze situatie kunt u de volgende pragmatische werkwijze hanteren.

Splits de EPB-eenheid zover mogelijk uit in verschillende energiesectoren. Als meerdere van elkaar onderscheiden centrale warmteopwekkers dezelfde ruimten bedienen, maar met elk een verschillend afgiftesysteem, wordt hetzelfde principe gehanteerd als bij plaatselijke verwarming met een lokale elektrische weerstandsverwarming. Bij de bepaling van de energieprestatie wordt het centrale verwarmingssysteem met het beste opwekkingsrendement buiten beschouwing gelaten: u kijkt enkel naar de kenmerken van het opwekkingssysteem met het minste rendement. Het andere systeem voert u niet in de software in.

Tip: om te bepalen welke opwekker het laagste opwekkingsrendement heeft, kunt u de beide ingeven in de software. De software bepaalt dan voor de beide opwekkers het rendement. Vervolgens verwijdert u het toestel met het hoogste rendement.

Opgelet: de warmtepomp met de hoogste prestatiecoëfficiënt (COP of SCOP) heeft niet noodzakelijk het hoogste rendement

Geldig voor aanvragen vanaf 01/01/12