Rekenmethode - ruimteverwarming (periode 1)

Opwekkingsrendement voor ruimteverwarming

Productinformatie van een warmtepomp vermeldt meestal een algemene prestatiecoëfficiënt (COP). Deze COP wordt bepaald bij specifieke omstandigheden, zoals een vaste temperatuur van de warmtebron en het afgiftemedium. De prestatie van verschillende warmtepompen kunt u vergelijken op basis van deze COPtest.

Bij de plaatsing van een warmtepomp in een gebouw, zijn de omstandigheden vaak niet dezelfde als deze waarbij de COPtest werd bepaald. Daarom wordt het opwekkingsrendement van een warmtepomp bepaald als de gemiddelde seizoensprestatiefactor (SPF). De SPF is de gemiddelde prestatiecoëfficiënt van de warmtepomp, berekend over het ganse stookseizoen en in het specifieke gebouw. Daarbij wordt rekening gehouden met het verbruik van bepaalde randapparatuur, zoals pompen in een captatienet.

Formule seizoensprestatiefactor

De SPF wordt bepaald door de COPtest te vermenigvuldigen met enkele correctiefactoren.

SPF = fθ f∆θ fpumps fAHU COPtest    (-)

Met:

  • fθ: correctiefactor op de vertrektemperatuur naar het warmteafgiftesysteem
  • f∆θ: correctiefactor op de temperatuurstoename over de condensor
  • fpumps: correctiefactor voor het energieverbruik van een pomp op het circuit naar de verdamper
  • fAHU: correctiefactor voor het verschil in luchtdebiet bij ontwerp en het luchtdebiet bij de test volgens NBN EN 14511
  • COPtest = de prestatiecoëfficiënt van de warmtepomp volgens (de gepaste combinatie van) NBN EN 14511 en/of NBN EN 15879-1.

Er kan zo worden verrekend dat de projectomstandigheden verschillen van de testomstandigheden van de warmtepomp.

Correctiefactoren

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende correctiefactoren, waar ze rekening mee houden en hun waarde bij ontstentenis. Meer informatie over hoe deze factoren bepaald worden kan u vinden in de regelgeving.

Factor

=  1 als

Waarde bij ontstentenis

fθ

Lucht als afgiftemedium of directe condensatie

Oppervlakteverwarming (vloer-, muur- of plafondverwarming): 0,88

Andere afgiftesystemen (radiatoren, convectoren): 0,53

f∆θ

Lucht als afgiftemedium of directe condensatie

0,93

fpumps
 
Directe verdamping of lucht als warmtebron 0,83 (5/6)
fAHU
 
Warmtepomp niet op ventilatielucht

Afgevoerde ventilatielucht enige warmtebron (zonder voorafgaande menging met buitenlucht)

  • toegevoerde ventilatielucht enig warmteafvoerend fluïdum (zonder recirculatie van ruimtelucht): 0,51
  • warmteafgifte niet alleen aan de toegevoerde ventilatielucht: 0,75
Toegevoerde ventilatielucht enig warmteafvoerend fluïdum (zonder recirculatie van ruimtelucht), afgevoerde ventilatielucht niet de enige warmtebron: 0,75
In alle andere gevallen: 1