Invoer van specifieke combinaties of toepassingen met warmtepompen (periode 1)

Warmtepomp in combinatie met warmteterugwinapparaat

Warmtepompen met als bron ventilatielucht worden soms gecombineerd met warmteterugwinapparaten. Bij deze combinatie geeft u de warmtepomp in als opwekker en het warmteterugwinapparaat apart onder ‘Installaties’ bij ‘Ventilatie’. De COPtest van de warmtepomp moet bepaald zijn zonder het effect van het warmteterugwinapparaat. Het effect van dat apparaat wordt al bij het luik 'ventilatie' ingerekend.

Warmtepomp met elektrische bijverwarming

Wanneer een warmtepomp gecombineerd wordt met een elektrische weerstand voor bijverwarming, moet deze weerstand als niet-preferente opwekker worden ingerekend. Ook in het geval dat de aanwezige elektrische weerstand geblokkeerd, afgekoppeld of verwijderd werd. Meer informatie vindt u bij ‘Invoergegevens voor de EPB-software’

Het equivalent rendement ervan moet u berekenen via een extern rekenblad. Meer informatie en praktische richtlijnen over het gebruik van dat rekenblad vindt u in de handleiding van het rekenblad op het eerste tabblad.

Reversibele warmtepompen

Bij warmtepompen die als actieve koelmachine kunnen gebruikt worden, moet u aangeven dat er actieve koeling is. Dat is ook het geval als de warmtepomp niet wordt gebruikt om te koelen of als de koelfunctie achteraf onbruikbaar werd gemaakt. Meer informatie vindt u onder ‘Invoergegevens voor de EPB-software’.

  • Voor een EPW-project geeft u aan dat er ‘Actieve koeling’ is onder ‘Installaties’ > ‘Verwarming en koeling’ > ‘ES’ > ‘Koeling’.  In EPW wordt actieve koeling ingerekend met een vaste waarde voor het rendement: het forfaitair systeemrendement is 0,9 en de forfaitaire EER van het koelsysteem is 2,5.
  • Voor een EPU-project (kantoor of school) valt een reversibele warmtepomp onder de noemer 'warmtepomp in zomerbedrijf '.  Er wordt gerekend met een vast opwekkingsrendement van 5. Zowel KWO (koude warmteopslag rechtstreeks in watervoerende lagen - open systeem) als BEO (Boorgaten energie opslag in verticale bodemwarmtewisselaars - gesloten systeem) worden beschouwd als een koudeopslagsysteem. Een aan BEO verwante techniek zijn de energiepalen (EP), waarbij kunststofslangen worden aangebracht in heipalen. Deze worden ook beschouwd als een koudeopslagsysteem.
    Let op: enkel wanneer de warmtepomp wordt gecombineerd met koudeopslag in de bodem (KWO, BEO of EP), is de optie ‘warmtepomp in zomerbedrijf’ (EPB-software Vlaanderen) van toepassing.

Warmtepompen met directe verdamping

De EPB-software Vlaanderen is niet volledig afgestemd op de invoer van warmtepompen die gebruik maken van directe verdamping. Om dit type warmtepomp toch in te voeren in de software past u de volgende stappen toe.

1. Maak de warmtepomp aan in de projectbibliotheek, specifiek voor directe verdamping kiest u de volgende invoer:

  • ‘Warmtebron’: kies ‘bodem’
  • ‘Elektrisch vermogen van de warmtepomp volgens EN14511 bij voorgeschreven testomstandigheden [kW]’: vul hier het elektrische vermogen van de warmtepomp in bij de testomstandigheden waarbij de COPtest werd bepaald. Dit gegeven heeft bij dit type warmtepomp geen rechtstreekse invloed op de resultaten. De invoer ervan is toch vereist opdat de EPB-software de berekening kan uitvoeren

2. Kies onder de rubriek ‘Installaties’, bij de subrubriek ‘Verwarming en koeling’ de warmtepomp als opwekkingstoestel voor die energiesector. Laat hierbij het aanvinkvak ‘Er is een pomp voor de warmtetoevoer naar de verdamper’ uitgevinkt. Bij een warmtepomp met directe verdamping is geen pomp voor warmtetransport naar de verdamper aanwezig.

Warmtepompen met directe condensatie

De EPB-software Vlaanderen is niet volledig afgestemd op de invoer van warmtepompen die gebruik maken van directe condensatie.  Om dit type warmtepomp toch in te voeren in de software past u de volgende stappen toe.

  1. Maak de warmtepomp aan in de projectbibliotheek, specifiek voor directe condensatie kiest u de volgende invoer:
  • 'Warmteafgiftemedium’: kies ‘water’. Hierdoor wordt het veld ‘Correctiefactor op de vertrektemperatuur naar het warmteafgiftesysteem’ in het project bij ruimteverwarming actief. Hierdoor kan in de EPB-software deze correctiefactor correct berekend worden
  • ‘Temperatuurstoename (van het water) over de condensor tijdens de COP-test meting [°C]’: dit invoerveld is niet van toepassing op warmtepompen met directe condensatie. De invoer ervan is toch vereist opdat de EPB-software de berekening kan uitvoeren. Vul de waarde ‘5’ in.

2. Onder de rubriek ‘Installaties’, bij de subrubriek ‘Verwarming en koeling’ kiest u de warmtepomp als opwekkingstoestel voor die energiesector en vult u de volgende gegevens in:

  • Vink het veld ‘Ontwerpvertrektemperatuur naar het afgiftesysteem is gekend’ aan onder ‘Correctiefactor op de vertrektemperatuur naar het warmteafgiftesysteem’. Vul via directe invoer (D-knop) als ‘ontwerpvertrektemperatuur’ de temperatuur in. Die temperatuur wordt berekend als volgt: 

θsupply,design,Soft = 35 - θsupply,test + θsupply,design

Daarin is:

θsupply,design   de ontwerpvertrektemperatuur, als waarde bij ontstentenis geldt 55°C. 

θsupply,test   de ontwerpvertrektemperatuur bij de COPtest meting, als waarde bij ontstentenis moet de uitlaattemperatuur van het vloeistofbad tijdens de test worden gebruikt.

  • Vink het veld onder ‘Correctiefactor op de temperatuurstoename over de condensor’ aan en vul bij ‘verschil tussen de vertrek- en retourtemperatuur bij ontwerp van het afgiftesysteem is gekend’ de waarde ’5’ in. De factor f∆θ is gelijk aan 1 voor warmtepompen met directe condensatie. Het aanvinken en invullen van het invoerveld is toch noodzakelijk om de waarde bij ontstentenis van 0.93 te vermijden.  

Hulpenergie bij warmtepompen

Wanneer een warmtepomp wordt ingezet voor ruimteverwarming d.m.v. een afgiftesysteem op water, zijn er een of meerdere pompen nodig om het water rond te stuwen. Net als bij andere opwekkers moeten deze pompen ingegeven worden bij hulpenergie.

  • Bij EPW-projecten kan u deze pompen invoeren bij ‘Installaties’, onder de subrubriek ‘Hulpenergie elektrisch en waakvlammen’. 
  • Bij EPU-projecten geeft u deze in bij ‘Installaties’, onder subrubriek ‘Hulpenergie pompen en waakvlammen.

Ventilatoren die voor luchtverwarming dienen, al dan niet gecombineerd met bewuste ventilatie, geeft u in onder de rubriek ‘Installaties’, subrubriek ‘Hulpenergie ventilatoren’. Meer informatie vindt u bij 'Hulpenergie ventilatie'.

Let op: sommige pompen en ventilatoren moeten niet meegerekend worden als hulpenergie. Meer informatie vindt u bij ‘Invoergegevens voor de EPB-software’.