Invoer van specifieke combinaties of toepassingen met warmtepompen (periode 3)

Warmtepomp in combinatie met warmteterugwinapparaat

Warmtepompen met als bron ventilatielucht worden soms gecombineerd met warmteterugwinapparaten. Bij deze combinatie geeft u de warmtepomp in als opwekker en het warmteterugwinapparaat apart in onder ‘Installaties’ bij ‘Ventilatie’. De COPtest van de warmtepomp moet bepaald zijn zonder het effect van het warmteterugwinapparaat. Het effect van dat apparaat wordt al bij het luik 'ventilatie' ingerekend.

Warmtepomp met elektrische bijverwarming

Wanneer een warmtepomp gecombineerd is met een weerstand voor bijverwarming, moet deze weerstand als niet-preferente opwekker ingerekend worden. Ook in het geval dat de aanwezige elektrische weerstand geblokkeerd, afgekoppeld of verwijderd werd. Meer informatie vindt u bij 'Invoergegevens voor de EPB-software'. In de EPB-software 3G geeft u in dit geval de warmtepomp in als preferente opwekker en de elektrische weerstand als niet-preferente opwekker.

Wanneer een elektrische weerstand wordt gebruikt voor de aanmaak van warm tapwater, geeft u bovenaan het scherm aan dat er meerdere opwekkingstoestellen zijn. In dit geval verschijnt er extra invoer:

  • ‘de opwekkers staan ook in voor ruimteverwarming’: vul hier ‘ja’ in indien de volledige combinatie aan preferente en niet-preferente opwekkers ook in staan voor ruimteverwarming. Als bijvoorbeeld de elektrische bijverwarming alleen voor sanitair warm water werkt en niet voor ruimteverwarming, geeft u hier ‘nee’ in.
  • ‘Vermogen (nominaal of thermisch)’: vul hier het thermische vermogen van de warmtepomp in. Dit vermogen moet bepaald zijn bij dezelfde omstandigheden als de COPtest. Meer informatie vindt u bij Prestatiecoëfficiënt COPtest.

Uitzondering: in het volgende geval moet de weerstand niet als aparte opwekker ingevoerd worden. Voor projecten aangevraagd vanaf 2017 voor sanitair warm water: als de warmtepomp onder Ecodesign valt en de weerstand ingeschakeld was tijdens de testen volgens Ecodesign, moet de weerstand niet meer als aparte opwekker ingevoerd worden voor sanitair warm water. U moet wel aantonen dat de weerstand ingeschakeld werd bij de testen waarbij de Ecodesign gegevens bepaald werden. Als u dit niet kunt aantonen of als de warmtepomp niet onder Ecodesign valt, moet de weerstand wel steeds als een aparte opwekker ingevoerd worden.

Reversibele warmtepompen

Bij warmtepompen die als actieve koelmachine kunnen gebruikt worden, moet aangegeven worden dat er actieve koeling is. Dit is ook het geval als de warmtepomp niet wordt gebruikt om te koelen of als de koelfunctie achteraf onmogelijk werd gemaakt. Meer informatie vindt u onder 'Invoergegevens voor de EPB-software'.

  • Voor een EPW-project geeft  u aan dat er ‘Actieve koeling’ is bij de knoop van de energiesector in de boomstructuur.  In EPW wordt actieve koeling ingerekend met een vaste waarde voor het rendement: het forfaitair systeemrendement is 0,9 en de forfaitaire EER van het koelsysteem is 2,5.
  • Voor een EPU-project (kantoor of school) of EPN-project geeft u bij de knoop van de energiesector in de boomstructuur ‘ja’ aan bij ‘Koelsysteem’. Hierdoor verschijnt er een knoop ‘Koeling’ in de boomstructuur, onder deze energiesector. Onder deze knoop geeft u de warmtepomp in als compressiekoelmachine.

Warmtepompen met directe verdamping en/of directe condensatie

In de EPB-software 3G kan u bij de invoer van de warmtepomp als toestel voor ruimteverwarming aangeven of de warmtepomp werkt met directe verdamping en/of condensatie.

  • Directe verdamping: kies bij ‘Warmtebron van de verdamper’ voor ‘Bodem (directe verdamping)’
  • Directe condensatie: kies bij ‘Warmteafgiftemedium van de condensor’ voor ‘Geen fluïdum (directe condensatie)’

Bij de invoer van de warmtepomp als opwekker voor warm tapwater kan niet ingegeven worden of er gebruik gemaakt wordt van directe condensatie. De warmtebron en het afgiftemedium hebben immers geen effect op het resultaat.

Hulpenergie bij warmtepompen

Wanneer een warmtepomp wordt ingezet voor ruimteverwarming d.m.v. een afgiftesysteem op water, zijn er een of meerdere pompen nodig om het water rond te stuwen. Net als bij andere opwekkers moeten deze pompen ingegeven worden bij hulpenergie. U geeft deze in onder de knoop ‘verwarming’ in de boomstructuur, in het tabblad ‘Hulpenergie circulatiepompen’.

Ventilatoren die voor luchtverwarming dienen, al dan niet gecombineerd met bewuste ventilatie, geeft u in onder de knoop ‘Ventilatie’ in de boomstructuur, in het tabblad ‘Hulpenergie’. Meer informatie hierover kan u vinden bij Hulpenergie ventilatie.

Let op: sommige pompen en ventilatoren voor warmtepompen moeten niet meegerekend worden als hulpenergie. Meer informatie vindt u bij 'Invoergegevens voor de EPB-software'.