Aanvraagprocedure supercap-regeling

Ondernemingen die voldoen aan de voorwaarden in titel VI, hoofdstuk VI van het Energiebesluit en behoren tot de sectoren vermeld in bijlage IV/1 van het Energiebesluit (verder supercap-regeling genoemd), komen in aanmerking tot een supercap-regeling.

Volgende twee regelingen zijn mogelijk:

  1. Ondernemingen die voldoen aan bovengenoemde voorwaarden en behoren tot sectoren vermeld in bijlage IV/1 deel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering komen in aanmerking tot een beperking van 4% van de bruto toegevoegde waarde.
  2. Ondernemingen die voldoen aan bovengenoemde voorwaarden, behoren tot sectoren vermeld in bijlage IV/1 (deel 1 en deel 2) en bijkomend een elektriciteitsintensiteit hebben van ten minste 20%, komen in aanmerking tot een beperking van 0,5% van hun bruto toegevoegde waarde.

In 2018 en 2019 genoten respectievelijk 21 en 18 ondernemingen/vestigingen van de steunregeling

pdf bestandSupercapsteun 2018.pdf (66 kB)

pdf bestandSupercapsteun 2019.pdf (63 kB)

 

Aanvraagprocedure

Aanvragen voor de supercap-regeling 2020 (steunjaar 2021) moeten uiterlijk op 15 juli 2020 ingediend worden bij het Vlaams Energieagentschap via energie@vlaanderen.be. Het Vlaams Energieagentschap bezorgt een elektronische ontvangstmelding.

Het aanvraagformulier voor de supercap 2020 wordt vanaf april 2020 beschikbaar gesteld.

Nodige documenten

Om in aanmerking te komen voor een supercap-regeling, dienen ondernemingen volgende documenten in:

  1. Het elektronisch aanvraagformulier
  2. Indien niet toegetreden tot een Energiebeleidsovereenkomst: een geldend energieplan of een lijst van energie-efficiëntie maatregelen genomen in het jaar voorafgaand aan de aanvraag (2018)
  3. Een gedetailleerde toelichting bij de berekening van de bruto toegevoegde waarde, conform artikel 6.6.1, § 5 van Titel VI, Hoofdstuk VI van het Energiebesluit geattesteerd door de bedrijfsrevisor.
  4. Indien geen gebruik gemaakt wordt van efficiëntiebenchmarks om het verbruik van de onderneming of vestigingseenheid te bepalen: een excelbestandvoor de rapportering van de elektriciteitsafname voor de periode 2016-2018. xlsx bestandSjabloon rapportering elektriciteitsafname 2016-2018.xlsx (69 kB)

Procedure

Het Vlaams Energieagentschap coördineert de aanvragen, en doet hierbij beroep op het Verificatiebureau en de VREG voor een verificatieadvies. Hiervoor werd een nieuw non-disclosure agreement afgesloten tussen het Vlaams Energieagentschap en het Verificatiebureau.

Indien een aanvraag onvolledig is, wordt de onderneming daarvan ten laatste een maand na ontvangst via aangetekende brief op de hoogte gebracht. Daarbij worden de redenen vermeld waarom het aanvraagdossier niet volledig werd bevonden en de termijn waarin de onderneming, op straffe van verval van de aanvraag, het dossier kan vervolledigen. Deze termijn bedraagt minstens 15 dagen.

Indien de aanvraag volledig is, de aanvrager voldoet aan de opgelegde voorwaarden van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018, en het Vlaams Energieagentschap een positief advies heeft ontvangen van het Verificatiebureau en de VREG, neemt het Vlaams Energieagentschap uiterlijk op 15 oktober 2020 een beslissing over volgende twee zaken:

a) het feit of aan de voorwaarden door de desbetreffende onderneming of vestigingseenheid wordt voldaan

b) de hoogte van wat het door die onderneming of vestigingseenheid verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten

De onderneming dient vervolgens het verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten vóór 15 november 2020 in het Energiefonds te storten. Het Vlaams Energieagentschap brengt de onderneming in kwestie op de hoogte van de hoogte van de te storten bijdrage en de betalingsmodaliteiten.

Belangrijke berekeningen

Berekening elektriciteitskosten:

De elektriciteitskosten van de onderneming of vestigingseenheid worden bepaald door het verbruik te bepalen aan de hand van:

  1. Ofwel de efficiëntiebenchmark inzake elektriciteitsverbruik voor de industrie indien deze voorhanden is;
  2. Ofwel door het rekenkundig gemiddelde van het elektriciteitsverbruik van de onderneming of vestigingseenheid over de drie meest recente jaren waarvoor gegevens beschikbaar zijn te nemen. Indien voor deze laatste optie gekozen wordt, moet een bijkomend sjabloon als bijlage bij het dossier opgeladen worden. 

Dit verbruik moet vervolgens vermenigvuldigd worden met de aangenomen elektriciteitsprijs van de verbruikscategorie die geldt voor de vestigingseenheid of onderneming. Deze ‘aangenomen elektriciteitsprijs’ is een schatting van de gemiddelde detailhandelsprijs voor elektriciteit voor ondernemingen of vestigingseenheden met een vergelijkbaar niveau van elektriciteitsverbruik in het Vlaamse Gewest, in het recentste jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn.

Het Vlaams Energieagentschap identificeert acht verbruikscategorieën met hun respectievelijke aangenomen elektriciteitsprijzen. Indien het een aanvraag op vestigingsniveau betreft, valt de vestiging onder een bepaalde categorie op basis van haar verbruik op die vestigingseenheid, niet op basis van het verbruik van de volledige onderneming.

De aangenomen elektriciteitsprijs per verbruikscategorie werden opgesteld op basis van Eurostat gegevens (bi-annual electricity prices non-household consumers). 

Aangezien de aangenomen elektriciteitsprijs  de volledige kosten omvat van financiële steun voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die zonder de kortingen aan de onderneming of vestigingseenheid zouden zijn doorberekend, worden ook de volledige kosten van de groenestroombijdrage en de federale offshore-bijdrage in de aangenomen elektrciteitsprijs opgenomen.

1) < 20 MWh: 220,3  euro/MWh

2) 20 MWh - 500 MWh: 148,6 euro/MWh

3) 500 MWh - 2000 MWh: 112 euro/MWh

4) 2000 MWh -20.000 MWh: 97,7 euro/MWh

5) 20.000 MWh - 70.000 MWh - 82,3 euro/MWh

6) 70.000 MWh - 150.000 MWh - 75,7 euro/MWh

7) 150.000 MWh - 500.000 MWh - 69,7 euro/MWh

8) > 500.000 MWh - 72,1 euro/MWh

Bruto toegevoegde waarde:

Conform artikel 6.6.1, § 5 van Titel VI, Hoofdstuk VI van het Energiebesluit, kan de bruto toegevoegde waarde van de onderneming of vestigingseenheid op twee manieren berekend worden.

  1. Omzet plus geactiveerde productie, plus andere bedrijfsinkomsten, plus of minus veranderingen in voorraden, minus aankopen van goederen en diensten, die geen personeelskosten omvatten, minus andere heffingen op producten die aan de omzet zijn gekoppeld maar niet aftrekbaar zijn, minus productiegebonden rechten en heffingen.
  2. Een alternatieve berekening is het nemen van de som van het bruto exploitatieoverschot en de personeelskosten.

Inkomsten en uitgaven die in de boekhouding van de onderneming als financieel of buitengewoon zijn ingedeeld, blijven voor de toegevoegde waarde buiten beschouwing.

Indien er gekozen wordt om de supercap-regeling in te dienen op vestigingsniveau, hebben ondernemingen de mogelijkheid de bruto toegevoegde waarde op vestigingsniveau te berekenen. Indien er geen jaarrekening beschikbaar is op vestigingsniveau, kan de berekening gebeuren via verdeelsleutel op basis van de analytische boekhouding. Deze berekeningswijze moet vervolgens gedetailleerd weergegeven worden in de bijlage.

Voor de berekening van de hoogte van de bijdrage en de berekening van de elektriciteitsintensiteit wordt gebruik gemaakt van het rekenkundige gemiddelde van de bruto toegevoegde waarde over de drie meest recente jaren waarvoor gegevens beschikbaar zijn. In het geval van ondernemingen of vestigingseenheden die minder dan drie jaar bestaan, kan er geen rekenkundig gemiddelde van de bruto toegevoegde waarde voor de laatste drie jaar berekend worden. In dat geval gelden volgende regels:

  • gedurende de loop van het eerste exploitatiejaar van een nieuw opgerichte inrichting kan geen aanvraag worden ingediend;
  • voor het tweede exploitatiejaar dienen de gegevens van het eerste jaar worden gebruikt;
  • voor het derde exploitatiejaar dient het rekenkundig gemiddelde van de gegevens voor het eerste jaar en het tweede jaar te worden gebruikt;
  • vanaf het vierde exploitatiejaar dient het rekenkundig gemiddelde van gegevens voor de drie voorafgaande jaren te worden gebruikt.

De elektriciteitsintensiteit van de onderneming of vestigingseenheid:

De elektriciteitsintensiteit wordt bepaald door de elektriciteitskosten (cf. supra) te delen door het rekenkundige gemiddelde over de drie meest recente jaren waarvoor gegevens beschikbaar zijn van de bruto toegevoegde waarde van de onderneming of vestigingseenheid.

Regeling op federaal niveau

Art. 6.6.2. §1. lid 1, art. 6.6.2. §3 en art. 6.6.3. van Titel VI, Hoofdstuk VI van het Energiebesluit van 19 november 2010 betreffen bepalingen die gelden in het geval er door de federale overheid op ondernemingsniveau of vestigingsniveau vastgestelde en in het jaar N-2 verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie op federaal niveau ontstane kosten bestaan.

Aangezien er nog geen dergelijke federale regeling bestaat, zijn deze artikels voorlopig niet van toepassing en hoeft de onderneming in haar aanvraag hier geen gegevens over op te nemen, in tegenstelling tot de bepalingen in Art. 6.6.2. § 1.

Elektronisch aanvraagformulier (supercap-regeling)

Er kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend.

Sjabloon rapportage elektriciteitsafname 2016-2018