Bandingfactor wind met startdatum vanaf 1 januari 2022

De startdatum en vastgelegde representatieve projectcategorie van een installatie bepaalt de bandingfactor. De startdatum kan voor de effectieve datum van indienstname liggen.

Jaarlijks herberekent het VEKA de bandingfactoren voor bestaande installaties (actualisatie). Wijkt de herberekening meer dan 2% af van de geldende bandingfactor, dan kan de bandingfactor aangepast worden. De actualisaties van de bandingfactoren zijn opgenomen in de evaluatierapporten (deel 2). De bandingfactor wordt vastgelegd in het ministerieel besluit.

In de tabel ziet u voor elke periode de geldende bandingfactor en tussen de haakjes hoeveel kWh de installatie tijdens deze periode moet produceren voor een groenestroomcertificaat. Het vermogen is het maximaal AC-vermogen van de omvormer.

startdatum vanaf 1 januari 2022 geen projectcategorie cat. 4a cat. 4/1a
met burgerparticipatie ≤300 kW >300 en <2500 kW ≥2500 en ≤4500 kW
vanaf 1 januari 2022 n.v.t. 0,355 (2816 kWh) 0,133 (7518 kWh)

Het project moet gedurende de volledige steunperiode voldoen aan de voorwaarde van burgerparticipatie.

startdatum vanaf 1 januari 2022 geen projectcategorie cat. 4b cat. 4/1b
zonder burgerparticipatie ≤300 kW >300 en <2500 kW ≥2500 en ≤4500 kW
vanaf 1 januari 2022 n.v.t. 0,353 (2832 kWh) 0,131 (7633 kWh)

Windturbines met een vermogen kleiner of gelijk aan 300 kW, komen niet in aanmerking voor groenestroomcertificaten. Deze kunnen steun aanvragen via de call groene stroom.

Aandachtspunt: Negatieve prijzen kunnen tot gevolg hebben dat er geen groenestroomcertificaten worden toegekend.
Voor windprojecten met een startdatum vanaf 1 januari 2021 is een maximaal productievolume van toepassing.
In detail

De representatieve projectcategorieën vindt u in artikel 6.2/1.2 van het Energiebesluit en bijlage III/1 (hoofdstuk 3 Parameterwaarden). Voor wind zijn er volgende projectcategorieën:

Beschrijving representatieve projectcategorie volgens artikel 6.2/1.2 Beschrijving volgens bijlage III/1
2°a/1: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot 2,5 MWe: waarbij het project voorziet in burgerparticipatie cat. 4a: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot 2,5 MWe, waarbij het project voorziet in burgerparticipatie
2°a/2: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot 2,5 MWe: andere projecten cat. 4b: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot 2,5 MWe die niet vallen onder cat. 4a
2°b/1: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine vanaf 2,5 MWe tot en met 4,5 MWe: waarbij het project voorziet in burgerparticipatie cat. 4/1a: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine vanaf 2,5 MWe tot en met 4,5 MWe, waarbij het project voorziet in burgerparticipatie
2°b/2 nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een bruto nominaal vermogen per turbine vanaf 2,5 MWe tot en met 4,5 MWe: andere projecten cat. 4/1b: nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine vanaf 2,5 MWe tot en met 4,5 MWe die niet vallen onder cat. 4/1a

 

Published on: 
08-12-2021