Beschikbare warmte

Bij het opstellen van de berekeningsmethode voor de maandelijks gerealiseerde warmte-krachtbesparing wordt de geschiedenis bekeken van de warmtevraag die de warmte-krachtinstallatie invult of zal invullen na indienstneming. Deze warmtevraag kan nieuw zijn, maar het is ook mogelijk dat deze in het verleden door een andere, reeds bestaande warmteproducent werd ingevuld. In dit laatste geval wordt gesproken van “een site waar al beschikbare warmte gebruikt wordt”. De warmte-krachtinstallatie die in dienst genomen wordt, kan zowel een nieuwe als een ingrijpend gewijzigde installatie zijn.

Onder beschikbare warmte wordt warmte verstaan die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de warmte voldoet aan een economisch aantoonbare warmtevraag;
  • de warmte wordt geleverd door een andere warmteproducent dan de WKK die het voorwerp is van de certificatenaanvraag;
  • de WKK die het voorwerp is van de certificatenaanvraag produceert warmte die geheel of gedeeltelijk ter vervanging van deze beschikbare warmte dient;
  • de theoretisch technische levensduur van de bestaande warmteproducent is nog niet bereikt;
  • de primaire energiebesparing ten opzichte van de bestaande warmteproducent is lager dan de primaire energiebesparing ten opzichte van een referentiesituatie;de warmte die aan alle voorgaande voorwaarden voldoet, met uitzondering van de warmte die volgens metingen en na de indienstneming van de WKK die het voorwerp is van de certificatenaanvraag, verder voor de invulling van een economisch aantoonbare vraag wordt aangewend.

Een aantal van deze voorwaarden vereisen nadere toelichting die gegeven wordt in de toelichting beschikbare warmte.

In uitzonderlijke gevallen kan het VEA beslissen dat de hoeveelheid reeds beschikbare warmte verwaarloosbaar is. De primaire energiebesparing zal dan berekend worden ten opzichte van een referentie-installatie, overeenkomstig artikel 6.2.10, § 1 van het Energiebesluit.