EPB-eenheden (huidig)

Definitie

Een gebouw wordt opgesplitst in één of meerdere ‘EPB-eenheden’. Een EPB-eenheid is elke eenheid van aangrenzende lokalen die:

  • ontworpen of aangepast zijn om afzonderlijk te worden gebruikt
  • dezelfde bestemming hebben
  • ten hoogste één wooneenheid bevatten

Afspraken

  • Het beschermd volume van het gebouw wordt, naargelang het geval, opgesplitst in één of meer delen op basis van de aanwezige bestemmingen. Het is hierbij niet de bedoeling dat de indeling in EPB-eenheden op ruimteniveau gebeurt. Het indelen gebeurt intuïtief en zal aangrenzende lokalen met een gelijkaardige functie bundelen in een EPB-eenheid.
  • Twee delen met dezelfde bestemming die niet aan elkaar grenzen, vormen steeds afzonderlijke EPB-eenheden.
  • In een gebouw kunnen meerdere aangrenzende gebouwdelen voorkomen die dezelfde bestemming hebben maar die onafhankelijk van elkaar functioneren (bijvoorbeeld: twee handelszaken in hetzelfde gebouw). In dat geval hebt u de keuze om voor ieder gebouwdeel een afzonderlijke EPB-eenheid aan te maken. Dit geldt niet in het geval van wooneenheden.

EPB-eenheid per wooneenheid

Gebouwen of gebouwdelen met een residentiële bestemming deelt u op in wooneenheden. Een wooneenheid (ook een EPW-eenheid genoemd) is een eenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren:

  • een verblijfsruimte,
  • een toilet,
  • een douche of bad,
  • en een keuken of kitchenette.

Een EPB-eenheid kan maximaal één wooneenheid bevatten. Voor appartementsgebouwen, zorgwoningen, … wordt dus een EPB-eenheid per wooneenheid aangemaakt.

Samenvoegregels

Onder bepaalde voorwaarden mag u bepaalde EPB-eenheden samennemen. Dit is geen verplichting. Volgende combinaties zijn mogelijk :

  • residentieel (EPW) + niet-residentieel (EPN): een EPN-eenheid kan bij een EPW-eenheid gevoegd worden op voorwaarde dat
    • de EPN- en EPW-eenheid aan elkaar grenzen
    • de EPN-eenheid een beschermd volume heeft dat kleiner is dan 800m³
    • de EPN-eenheid niet onafhankelijk is van de EPW-eenheid. De EPN-eenheid moet op zijn minst in verbinding staan met de EPW-eenheid
  • industrie + niet-residentieel (EPN): aangrenzende EPN-eenheden mogen mee worden opgenomen in een EPB-eenheid ‘industrie’, op voorwaarde dat
    • ze grenzen aan het volume met bestemming ‘industrie’
    • ze deel uitmaken van hetzelfde gebouw
    • het beschermde volume van elk groepje EPN-eenheden kleiner dan of gelijk aan 800 m³ is
    • het beschermde volume van alle groepjes EPN-eenheden samen minder is dan 40% van het totale volume van de EPN-eenheden en de EPB-eenheid ‘industrie’
  • landbouw + niet-residentieel (EPN): aangrenzende EPN-eenheden mogen mee worden opgenomen in een EPB-eenheid ‘landbouw’, op voorwaarde dat
    • ze grenzen aan het volume met bestemming ‘landbouw’
    • ze deel uitmaken van hetzelfde gebouw
    • het beschermde volume van elk groepje EPN-eenheden kleiner dan of gelijk aan 800 m³ is
    • het beschermde volume van alle groepjes EPN-eenheden samen minder is dan 40% van het totale volume van de EPN-eenheden en de EPB-eenheid ‘landbouw’

In de EPB-Software

Elke EPB-eenheid krijgt automatisch een code bij het invoeren in de software. De EPB-eenheidcode bestaat uit 'SD' gevolgd door drie cijfers.