Functionele delen en functies

Definitie

Bij EPN-eenheden wordt een energiesector opgesplitst in 1 of meerdere functionele delen. Dat is nodig om de specifieke gebruikskenmerken van de verschillende functies correct in te rekenen.

Gebruikskenmerken zijn functiespecifieke parameters. Deze parameters zijn bijvoorbeeld: de binnentemperatuur, de bezettingstijd, de werkingstijd van de verlichting, de tijdsfractie van de ventilatie, interne warmtewinsten, netto behoefte van warm water, behoefte van bevochtiging. De opdeling in functionele delen heeft de bedoeling om specifieke noden voor een bepaalde functie in rekening te brengen zoals bijvoorbeeld dat de temperatuur in een zwembad hoger gaat zijn dan in een sporthal.

Functies

Meer informatie over functies vindt u op een afzonderlijke pagina.

Afspraken

U hebt veel vrijheid in de keuze om verschillende aangrenzende ruimten wel of niet samen te nemen. De genomen keuzes moeten wel verdedigbaar zijn. Het opdelen in veel functionele delen betekent echter veel meetwerk, aangezien u per functioneel deel alle verliesoppervlakten moet ingeven. Het samennemen vereenvoudigt het invoeren in de EPB-software.

Het indelen in functionele delen gebeurt in 2 stappen.

Stap 1

Alle aangrenzende ruimten die deel uitmaken van een geheel met een gelijkaardige functie neemt u samen in een functioneel deel. Om als aangrenzend te worden beschouwd, moeten 2 ruimten naast of boven elkaar liggen, eventueel via tussenliggende circulatieruimten (gangen, trappen, … ). De circulatieruimte mag u meenemen met dat functioneel deel. Toegankelijkheid tussen de ruimten is geen voorwaarde om ze samen te nemen, u mag ook ruimten die onderling niet toegankelijk zijn, samennemen.

Dit wordt de initiële indeling in functionele delen genoemd. Deze initiële indeling is:

  • pragmatisch: het is niet de bedoeling dat de EPN-eenheid op ruimteniveau ingedeeld wordt in functionele delen. Er wordt gestreefd naar een logische begrenzing van de functionele delen.
  • Representatief voor de functies die in de EPN-eenheid voorkomen: de functie van het gebouw zelf (bijvoorbeeld: kantoorgebouw, schoolgebouw) kan al een indicatie geven van de te verwachten functionele delen. Functieondersteunende ruimten worden onmiddellijk opgenomen in het functionele deel dat ze bedienen. Dit is ook het geval voor tussenliggende circulatieruimten.

Standaard wordt de begrenzing van een ruimte bepaald door de scheidingsconstructies ervan. Als 2 verschillende functionele delen in 1 ruimte voorkomen, binnen eenzelfde ventilatiezone en energiesector, is het toegelaten een fictieve scheidingsconstructie te veronderstellen tussen beide functionele delen (bijvoorbeeld: een restaurant met een grote open keuken).

Stap 2

Om tot de finale indeling in functionele delen te bekomen, mag u vereenvoudigingsregels toepassen. De vereenvoudigingsregels laten het toe om onder bepaalde voorwaarden verschillende functionele delen samen te nemen.

De vereenvoudiging mag slechts eenmalig toegepast worden. Het is niet de bedoeling om verschillende vereenvoudigingsstappen uit te voeren.

U heeft de keuze om deze vereenvoudigingsregels toe te passen of niet. Het is geen verplichting.

Vereenvoudigingsregel A

Als 1 of meerdere (al dan niet onderling aan elkaar grenzende) kleine functionele delen grenzen aan een groter functioneel deel en voldoen aan een grenswaarde, dan mogen ze worden opgenomen bij het grotere aangrenzende functionele deel. Voor de grenswaarde geldt:

  • elk van de kleine functionele delen heeft een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan of gelijk aan 250m²;
  • en elk van de kleine functionele delen heeft een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan of gelijk aan 20% van de bruikbare vloeroppervlakte van het groter functioneel deel waarmee het wordt samengenomen;
  • en in geval van meerdere kleine functionele delen is de som van de bruikbare vloeroppervlakten van de kleine functionele delen kleiner dan of gelijk aan 25% van de bruikbare vloeroppervlakte van het groter functioneel deel waarmee het wordt samengenomen. Bij het samennemen van meerdere kleine functionele delen met een groter aangrenzend functioneel deel, moet met het kleinste functioneel deel worden begonnen en verder oplopend worden gewerkt tot de grens van 25% wordt bereikt.

Let op: op deze vereenvoudigingsregel gelden volgende uitzonderingen.

  • Het is niet toegelaten om functionele delen samen te nemen met de grotere functie ‘technische ruimten’ omdat voor de technische ruimten geen koel- en verwarmingsvraag wordt ingerekend.
  • Het is niet toegelaten om functionele delen samen te nemen met de grotere functie ‘gemeenschappelijk’. Het is niet toegelaten dat een EPN-eenheid bestaat uit slechts 1 functioneel deel ‘gemeenschappelijk’. Een functioneel deel ‘gemeenschappelijk’ moet aan minstens 1 ander functioneel deel grenzen.

Vereenvoudigingsregel B

Voor het functioneel deel ‘gemeenschappelijk’ tellen de bovenstaande grenswaarden niet. Hiervoor geldt:

  • horizontale gemeenschappelijke delen kunnen altijd worden meegenomen met een aangrenzend functioneel deel dat het bedient;
  • voor verticale gemeenschappelijke delen is er keuze uit 3 werkwijzen:
    • horizontaal per verdieping meenemen met het grootste aangrenzende functioneel deel per verdiep, waarbij een fictieve horizontale scheiding mag worden verondersteld met onder- en bovenliggende delen;
    • verticaal meenemen met het grootste aangrenzende functioneel deel;
    • apart nemen als functioneel deel ‘gemeenschappelijk’.

Bij de toepassing van vereenvoudigingsregel B verdient het de voorkeur om een gemeenschappelijk deel dat duidelijk gescheiden is van de rest van het gebouw (bijvoorbeeld: traphal) niet samen te nemen met een aanliggend functioneel deel maar als een apart functioneel deel ‘gemeenschappelijk’ te beschouwen.