Wijzigingen

Het gebeurt vaak dat men in de loop van het bouwproces nog bepaalde zaken aan een bestaande stedenbouwkundige vergunning wil wijzigen, waarvoor een nieuwe stedenbouwkundige vergunning moet worden aangevraagd. Als die wijzigingen worden vergund, bestaan er dus twee stedenbouwkundige vergunningen en dus twee energieprestatiedossiernummers voor één project.

EPB bij wijzigingen aan een project

Er zijn twee mogelijke situaties.

1. Er wordt een nieuwe stedenbouwkundige vergunning voor het ganse gebouw, inclusief de wijzigingen, aangevraagd

Bij vrij ingrijpende wijzigingen aan een bestaande vergunning moet vaak voor het ganse gebouw, inclusief de wijzigingen, een volledig nieuwe stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd. De eerste vergunning betreft bijvoorbeeld een aanvraag tot “het bouwen van een woning (met een zadeldak en ingebouwde garage)” en de tweede vergunning “het bouwen van een woning (met plat dak zonder garage)“.

In dat geval gelden de EPB-eisen van het moment van die laatste aanvraag.

2. Er wordt enkel een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd voor de wijzigingen

Voor de gewijzigde situatie wordt een specifieke wijzigingsvergunning toegekend. De vergunningverlenende overheid behandelt de nieuwe aanvraag als een onderdeel van het bestaande dossier. Bovendien blijkt uit het voorwerp van de nieuwe vergunning duidelijk dat het gaat om het wijzigen van een eerder verleende vergunning. Om na te gaan welke EPB-eisen van toepassing zijn, worden twee mogelijkheden onderscheiden:

  • de nieuwe aanvraag betreft een fysieke uitbreiding met EPB-eenheden. Tijdens de bouw van een appartementsgebouw wordt bijvoorbeeld nog een bijkomende bouwlaag met 2 appartementen erin, aangevraagd.
    Op het vergunde gebouw gelden de EPB-eisen die van toepassing waren op het moment van de oorspronkelijke vergunningsaanvraag.
    Op de nieuw vergunde EPB-eenheden gelden de EPB-eisen die geldig waren op het moment van de aanvraag van de vergunningswijziging (volgens de aanvraagdatum van de wijziging).
  • De nieuwe aanvraag betreft geen fysieke uitbreiding of een uitbreiding zonder EPB-eenheden. Tijdens de bouw van een appartementsgebouw wenst de koper van het dakappartement een grotere dakuitbouw, dan de vergunde. Die gewijzigde dakopbouw met grotere dakuitbouw wordt aangevraagd. De EPB-eisen op het moment van de aanvraag van de oorspronkelijke vergunning gelden.

Merk op: de vergunningsverlenende overheid (gemeente of Vlaanderen Departement Omgeving) beslist of een nieuwe vergunningsaanvraag of enkel de wijziging van een bestaande vergunning nodig is. Dit is geen bevoegdheid van het Vlaams Energieagentschap.

Indienen van de EPB-aangifte

U werkt steeds met het energieprestatiedossiernummer dat overeenkomt met de vergunning die de eisen vastlegt. Het andere energieprestatiedossiernummer dient door het VEA aan dit dossier gekoppeld te worden. U stuurt hiervoor een e-mail naar energie@vlaanderen.be met als titel ‘koppelen EPB-dossiernummers’ en als tekst de twee nummers en een korte beschrijving van de situatie.

Indien de nieuwe aanvraag een uitbreiding met EPB-eenheden betreft, wordt onder beide energieprestatiedossiernummers een EPB-aangifte ingediend.

Voorbeelden

  1. Situatie: in augustus 2011 werd een stedenbouwkundige vergunning toegekend voor het bouwen van een eengezinswoning, met als EPB-dossiernummer 71004-G-2011/12345. Op basis van dat nummer werd de startverklaring ingediend. Tijdens de bouwwerken werd besloten om een insprong in de voorgevel weg te laten, en de woning dus iets te vergroten. Er werd een aanvraag ingediend om de bestaande vergunning te wijzigen naar die nieuwe situatie. De nieuwe aanvraag had als omschrijving “wijzigen van vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning”, en kreeg het EPB-dossiernummer 71004-G-2012/45678.
    Besluit en actie: het betreft hier een wijzigingsvergunning zonder bijkomende EPB-eenheid. Bijgevolg mag de EPB-aangifte worden ingediend onder het EPB-dossiernummer 71004-G-2011/12345. De eisen van 2011 blijven van toepassing. Die situatie wordt via e-mail aan het VEA toegelicht. Het VEA noteert die informatie in beide dossiers, zodat later geen onterechte brief voor een ontbrekende EPB-aangifte onder het tweede EPB-dossiernummer wordt verstuurd.
  2. Situatie: in 2013 werd een stedenbouwkundige vergunning goedgekeurd (44022-G-2013_123) voor het slopen van de bestaande woning en oprichten van een nieuwe eengezinswoning. Na het toekennen van die vergunning, wijzigt zowel de inplanting als de indeling van de nieuwe woning op het perceel. De stedenbouwkundige dienst beslist dat voor die wijziging een volledig nieuwe vergunning vereist is. De stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd in 2014. Die nieuwe vergunning wordt toegekend met als EPB-dossiernummer 44022-G-2014_456 en met de volgende omschrijving: “Oprichten van een eengezinswoning en slopen van bestaande bebouwing”.
    Besluit en actie: het betreft hier een volledig nieuwe vergunning, zodat de eisen van 2014 van toepassing zijn. Zowel de startverklaring als de EPB-aangifte worden opgemaakt op basis van EPB-dossiernummer 44022-G-2014_456. Die situatie wordt via e-mail bij het VEA toegelicht. Het VEA noteert die informatie in beide dossiers, zodat er later geen onterechte brief voor een ontbrekende EPB-aangifte onder het eerste EPB-dossiernummer wordt verstuurd.
Andere pagina's over vergunde werken, wijzigingen en regularisaties

Geldig voor alle aanvragen