De warmtedoorgangscoëfficiënt van een lichte gevel

Het transmissiereferentiedocument legt de specificaties vast voor het berekenen van de Ucw-waarde. De  bepaling van de warmtedoorgangscoëfficiënt van lichte gevels houdt rekening met  de invloed van de koudebrugwerking van de onderlinge aansluitingen:

  • tussen beglazing, vulpanelen en raamprofielen;
  • van de modules zelf.

Bepaling van de totale warmtedoorgangscoëfficiënt Ucw opgebouwd uit modules

De globale Ucw-waarde van een lichte gevel is bepaald als de oppervlakte-gewogen gemiddelde U-waarde van alle afzonderlijke modules. U berekent die met:

Dit is de formule voor de totale warmtedoorgangscoëfficiënt van een lichte gevel.

waarbij :

  • Ucw,i : U-waarden van de verschillende modules (W/m²K)
  • Acw,i : oppervlakten van alle samenstellende verschillende modules (m²)

Het bepalen van de Ucw,i-waarde per gevelmodule kan met:

Waarde bij ontstentenis

Er is geen waarde bij ontstentenis vastgelegd voor de U-waarde voor de verticale en horizontale raamstijlen van de lichte gevel. Numerieke berekeningen zijn dus altijd noodzakelijk. Als de waarden, opgegeven door de fabrikant, bepaald zijn volgens de overeenstemmende normen vermeld in het transmissiereferentiedocument, kunt u deze waarden gebruiken.

Let op: opake delen van een lichte gevel

Bij grote lichte gevels kan het voorkomen dat achter de opake panelen muren of isolatielagen aanwezig zijn. Voor de evaluatie van de U-waarden zijn er twee mogelijkheden:

  • u neemt de bijkomende warmteweerstand van de achterliggende isolatie en/of muur achter een paneel via een numerieke berekening op in de Ucw-waarde.
  • U beschouwt de opake delen met achterliggende isolatie en/of muren als ‘muur’. De delen van de lichte gevel zijn dan in de U-waarde van de muur inbegrepen. Het paneel en de stijlen behoren op die plaats niet meer tot de lichte gevel.

Geldig voor alle aanvragen