Thermische massa: invoer in de software, residentieel

EPB-software 3G

 

1.Geef op het niveau van de EPB-eenheid, in de knoop 'Inertie', aan of u de vereenvoudigde of gedetailleerde methode wil gebruiken.

gebouw_thermische massa_eenvoudige methode.gif

2a. In het geval van de eenvoudige methode, geeft u aan welk 'type constructie' van toepassing is

  • Als alle energiesectoren hetzelfde type constructie hebben, hoeft u dat maar één keer te doen.
  • Als niet alle energiesectoren hetzelfde type constructie hebben, kan u per energiesector het type aangeven.

U hoeft in de software dus enkel het type aan te duiden en niet de percentages massieve delen waarop dat type gebaseerd is. Bij een eventuele controle moet u het geselecteerde type constructie natuurlijk wel kunnen staven.

gebouw_thermische massa_gedetailleerde methode

2b. In het geval van de gedetailleerde methode, geeft u de Effectieve thermische capaciteit Cm (in J/K) rechtstreeks in.

U doet dat voor de hele EPB-eenheid, voor het bepalen van de oververhittingsindicator, maar ook voor elke energiesector afzonderlijk (voor het bepalen van de benuttingsfactor van die energiesector).

U hoeft de externe berekening nergens in te voeren in de software. Bij een eventuele controle moet u deze natuurlijk wel kunnen voorleggen.

Geldig voor aanvragen vanaf 01/01/19