U-waarde van opake scheidingsconstructies

De warmtedoorgangscoëfficiënt of U-waarde van een ondoorschijnend bouwelement wordt gegeven door:

formule voor het berekenen van de U-waardeIn de bovenstaande formule is RT gelijk aan de totale warmteweerstand van een bouwelement. De mate waarin de individuele materialen al of niet goed warmtegeleidend zijn, bepaalt dus de warmteweerstand R van de samenstellende laag en de uiteindelijke¨U-waarde van de constructie.

RT wordt verschillend berekend, naargelang het gaat om een homogeen of een niet-homogeen element.

Totale R-waarde van homogene elementen

De totale warmteweerstand RT van een vlak bouwelement, opgebouwd uit thermisch homogene lagen (bijvoorbeeld een isolatielaag,…) die loodrecht staan op de warmtestroom, wordt berekend volgens :

RT = Rsi + R1 + R2 + … + Rn + Rse    (m²K/W)

waarin:

Rsi

De warmteovergangsweerstand aan het binnenoppervlak. Deze waarde is afhankelijk van de richting van de warmtestroom.

R1, R2, …. Rn

De warmteweerstanden van elke bouwlaag. De warmteweerstand van een bouwlaag wordt berekend volgens:

formule voor de berekening van de warmteweerstand van elke bouwlaag.met d de dikte van het materiaal en λ de warmtegeleidbaarheid of de lambda-waarde van het materiaal.

Rse

De warmteovergangsweerstand van het buitenoppervlak. Deze waarde is afhankelijk van de richting van de warmtestroom.

Totale R-waarde van niet-homogene elementen

De totale warmteweerstand RT van een bouwelement, opgebouwd uit thermisch niet-homogene bouwlagen die loodrecht staan op de warmtestroom, wordt berekend door de laag op te splitsen in secties.  Voor elke ‘sectie’ moet u de deeloppervlakte of de fractie berekenen en ook de R-waarde.

Bijvoorbeeld:  bij een dakopbouw waar tussen de kepers is geïsoleerd, geeft u een fractie hout en een fractie isolatie in. Voor elk materiaal geeft u de lambda-waarde in en berekent u ook de fractie in %.

Richting van de warmtestroom

De warmtestroom doorheen een bouwlaag staat steeds loodrecht op het vlak van de bouwlaag en de richting van de warmtestroom wordt gemeten ten opzichte van het horizontaal vlak. Voor plafonds, daken, muren en vloer is de richting van de warmtestroom weergegeven in onderstaande tabel. Venstergehelen en deuren of poorten hebben dezelfde warmtestroomrichting als de scheidingsconstructie waarin ze voorkomen.

Type scheidingsconstructie Helling Richting van de warmtestroom ten opzichte van het horizontaal vlak
Plafonds en daken 0°-60° Verticaal of opwaarts
Muren 60°-120° Horizontaal
Vloeren 120°-180° Neerwaarts

Correcties op de U-waarde

Er kunnen ook correcties worden toegepast op de U-waarde van een bouwelement om rekening te houden met de effecten van de volgende gevallen of situaties:

  • Luchtspleten of holten in isolatielagen
  • Mechanische bevestigingen die isolatielagen doorboren
  • Neerslag op omgekeerde daken
  • In situ gespoten PUR

Meer in detail?

Meer gedetailleerde informatie over de berekening van de U-waarde van muren, daken en vloeren vindt u in het hoofdstuk Scheidingsconstructies.

Andere pagina's over Rekenmethode: U- en R-waarde

Geldig voor alle aanvragen