Aanwezigheid EPB-aangifte

De EPB-aangifte geeft de werkelijk uitgevoerde toestand weer en toetst die toestand af met de EPB-eisen. Zonder EPB-aangifte is er geen aftoetsing aan de EPB-eisen mogelijk en beschikt de aangifteplichtige ook niet over een bewijs dat hij voldoet.

Vaststelling

Het VEA maakt een vaststelling dat de EPB-aangifte na de indieningstermijn ontbreekt. Dat kan o.a. door:

  • Een vaststelling ter plaatse
  • Een vaststelling van ingebruikname als domicilie in VKBP (Vlaamse Kruispuntbank voor Personen)
  • Een vaststelling van ingebruikname als maatschappelijke zetel in het Belgisch Staatsblad of VKBO (Vlaamse Kruispuntbank voor Ondernemingen)
  • Een vaststelling op basis van melding einde der werken aan de gemeente
  • Een vaststelling dat het verlenen van de vergunning 5 jaar verstreken is

Aanmaning

Het VEA verstuurt een aanmaning naar de aangifteplichtige en geeft daarbij een nieuwe termijn (meestal zes weken) waarin de EPB-aangifte moet worden ingediend.

Te ondernemen actie na aanmaning

De aangifteplichtige brengt best zo snel mogelijk zijn verslaggever op de hoogte (of stelt er één aan als dat nog niet gebeurde) en laat die de EPB-aangifte binnen de vastgestelde termijn indienen. Hij bezorgt de verslaggever de nodige stavingsstukken van de werkelijk uitgevoerde toestand. Meld als aangifteplichtige daarbij uitdrukkelijk aan de verslaggever dat u een aanmaning ontving en dat de afhandeling dus dringend is.

Let op: ook als nog niet alle werken zijn afgerond, moet de aangifteplichtige een EPB-aangifte laten opmaken.

Termijn verstrijkt zonder ingediende EPB-aangifte

Als het VEA bij het verstrijken van de termijn vaststelt dat er geen EPB-aangifte in de energieprestatiedatabank aanwezig is, zal het VEA de aangifteplichtige een schriftelijke hoorzitting versturen met daarin de intentie tot het opleggen van de boete. Daarbij krijgt de aangifteplichtige, voor het nemen van de beslissing, nog de kans om zijn argumenten voor te leggen.

Te ondernemen actie na boete

Het betalen van de boete stelt de aangifteplichtige niet vrij van de verplichting om een EPB-aangifte in te dienen. Zonder de EPB-aangifte kunnen de eisen immers niet worden afgetoetst. In de boetebrief wordt daarom een nieuwe deadline opgelegd van 60 dagen. Na die deadline begint er een dwangsom voor het niet-indienen van de EPB-aangifte te lopen.

Geldig voor alle aanvragen