Luchtverwarmingssysteem als ventilatiesysteem

Het is toegelaten om ventilatie en luchtverwarming in één distributiesysteem te combineren. Er zijn echter wel een aantal eisen bij de realisatie ervan.

Eisen

De hiernavolgende opsomming is gericht op ventilatiesysteem D, hoewel theoretisch gezien ook andere systemen kunnen worden gebruikt.

Toepassingsgebied Omschrijving
ontwerpdebiet voor droge ruimte Elke droge ruimte moet het minimaal geëiste ontwerptoevoerdebiet halen.
natte ruimte Volgens de norm NBN D50-001 §4.3.3 mag er geen gerecirculeerde lucht gebruikt worden uit natte ruimten zoals badkamer, open of gesloten keuken, douche, wc, wasplaats of analoog.
woonkamer
  • Het debiet verwarmingslucht moet voldoen aan het minimaal geëiste ontwerptoevoerdebiet van de woonkamer.
  • Er mag voor de ventilatie 100% gerecirculeerde lucht gebruikt worden uit slaapkamers, studeerkamers, speelkamers of uit gangen.
homogeen luchtmengsel
  • Als de toegevoerde lucht in een ruimte een mengsel is van buitenlucht en gerecirculeerde lucht wordt dit mengsel als homogeen gezien als de lucht via een gezamenlijk kanaal wordt toegevoerd. Het aandeel buitenlucht in het totale inblaasdebiet moet voldoen aan de eis.
  • Voorbeeld: 1000 m³/h verwarmingslucht waarvan 250 buitenlucht en 750 gerecirculeerd. Om te kunnen voldoen aan een ontwerpdebiet van 50 m³/ h in een slaapkamer zal 200 m³/h verwarmingslucht volstaan.
doorstroomopening Elke droge of natte ruimte moet een conforme doorstroomopening hebben, ook al functioneert het verwarmingssysteem ook goed zonder.
niet-uitschakelbaarheid Het ventilatiesysteem als deel van de verwarmingsinstallatie mag niet kunnen worden uitgeschakeld. Er moet dus steeds een minimum aan luchttoevoer en -afvoer gerealiseerd worden.

Opmerking: regeling van de verwarming

De bovenvermelde ventilatie-ontwerpdebieten moeten zowel buiten het stookseizoen, in uitgeschakelde verwarmingsmodus, als in het stookseizoen bij maximaal verwarmingsvermogen kunnen worden gerealiseerd. Die debieten mogen wel geregeld worden naargelang de ventilatiebehoefte.

Voor verwarming is het echter ongewenst om de verwarming enkel te regelen door in te werken op de luchtdebieten. Dat doet u bij voorkeur door de temperatuur van de ingeblazen lucht te regelen. Die temperatuurregeling mag zo nodig het gewenste ventilatiedebiet verhogen, maar niet verlagen.

Tip: Meestal zijn de luchtdebieten voor verwarming groter dan de minimale nominale debieten voor ventilatie. In dat geval is het aangeraden om een warmtewisselaar te gebruiken die de warmte uit de afgevoerde lucht overdraagt aan de toegevoerde buitenlucht.

Geldig voor alle aanvragen