Verlichting

Principe

De invloed van een verlichtingsinstallatie wordt enkel beschouwd bij niet-residentiële gebouwen. In woongebouwen rekent u verlichting niet mee.

U rekent enkel verlichting binnen de EPN-eenheid in. U houdt dus geen rekening met verlichting buiten de EPN-eenheid, zoals:

  • buitenverlichting
  • binnenverlichting in ruimten buiten het beschermd volume
  • verlichting in woongedeelten van het gebouw
  • verlichting in andere ruimten binnen het beschermd volume waarvoor geen EPN berekening dient uitgevoerd te worden

Binnen de EPN-eenheid hoeft u bovendien volgende vormen van verlichting niet mee te nemen:

  • lampen die richtingsaanwijzers van nooduitgangen oplichten (en vaak permanent aangeschakeld blijven)
  • noodverlichting (zolang deze enkel in geval van nood aanschakelt)
  • verlichting in liftkooien en liftschachten

Losse verlichting

Losse verlichting zijn losse toestellen die door de gebruiker met een stekker via een stopcontact op het elektriciteitsnet worden aangesloten, zoals bijvoorbeeld staande armaturen, bureaulampen, lampen die aan het kader van schilderijen worden vastgehecht.
Losse verlichting wordt in principe niet ingerekend, maar voor vergunningsaanvragen vanaf 2018 mag u dit vrijwillig wel doen. Als u deze zou willen inrekenen, moet dat wel via een erkende software gebeuren. Momenteel is er nog geen software erkend, zodat deze piste dus praktisch nog niet bruikbaar is.

Geldig voor alle aanvragen