Ketel: invoer in EPB-software - nieuwbouw (huidig)

EPB-software 3G

Invoer ketel voor ruimteverwarming

Deze figuur geeft aan hoe een ketel moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 1 en 2 beschreven in het stappenplan.

1. Maak een nieuwe warmte-/koudeopwekker aan in het menu ‘Technische installaties’.

2. Vul de algemene gegevens van het toestel in. Afhankelijk van de ingevoerde gegevens, zal u nog enkele vragen moeten invullen om na te gaan of het toestel onder de Ecodesign-richtlijn valt.

Deze figuur geeft aan hoe een ketel die instaat voor verwarming moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 3, 4 en 5 beschreven in het stappenplan.

3. Vink het tabblad ‘Verwarming’ aan.

4. Duid aan of het nominaal vermogen > 400 kW. Dit is de laatste vraag die bepaalt of het toestel onder de Ecodesign-richtlijn valt. Er verschijnt een informatieve melding onderaan.

5. Vul vervolgens de andere gegevens in. De verdere invoer hangt af van het feit of de opwekker al dan niet onder de Ecodesign-richtlijn valt. Zie ook Invoergegevens EPB-software.

  • In het geval u niet beschikt over het deellastrendement of de temperatuur waarbij dit rendement werd bepaald, kunt u de waarde bij ontstentenis voor het rendement gebruiken. Vink hiervoor ‘ja’ aan bij ‘Waarde bij ontstentenis voor het rendement’.
  • In het geval de ketel niet uitgerust is met een regeling die de ketel permanent warm houdt, vinkt u ‘nee’ aan bij ‘De ketel wordt op temperatuur gehouden’. Merk op: wanneer u niet kunt staven dat de ketel niet uitgerust is met een dergelijke regeling, moet u ‘ja’ aanvinken.
Deze figuur geeft aan hoe een ketel die instaat voor verwarming moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 6 beschreven in het stappenplan. 6. Koppel tenslotte de ketel met het juiste verdeelsysteem. Als u nog geen verdeelsysteem hebt aangemaakt, moet u dat eerst doen.

Tip: de ontwerpretourtemperatuur heeft ook een invloed op het opwekkingsrendement van de ketel. Die moet u ingeven in de knoop ‘Afgiftesysteem’. Meer informatie vindt u bij Afgifte.

Invoer ketel voor warm tapwater

Tip: als de ketel ook voor ruimteverwarming gebruikt wordt, kunt u stap 1 en 2 hieronder overslaan.

Deze figuur geeft aan hoe een ketel moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 1 en 2 beschreven in het stappenplan.

1. Maak een nieuwe warmte-/koudeopwekker aan in het menu ‘Technische installaties’.

2. Vul de algemene gegevens van het toestel in. Afhankelijk van de ingevoerde gegevens, zal u nog enkele vragen moeten invullen om na te gaan of het toestel onder de Ecodesign-richtlijn valt.

Deze figuur geeft aan hoe een ketel die instaat voor sanitair warm water moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 3, 4 en 5 beschreven in het stappenplan.

3. Vink het tabblad ‘Sanitair warm water’ aan.

4. Kies de juiste configuratie van het opslagvat of de warmtewisselaar. Dit is de laatste vraag die bepaalt of het toestel onder de Ecodesign-richtlijn valt. Er verschijnt een informatieve melding onderaan. Meer informatie over wanneer een toestel onder Ecodesign valt, vindt u op de pagina Warm tapwater en Ecodesign.

5. Vul vervolgens de andere gegevens in.  De verdere invoer hangt af van het feit of de opwekker al dan niet onder de Ecodesign-richtlijn valt. Zie ook Invoergegevens EPB-software.

  • In welke gevallen u moet aangeven of er warmteopslag is, wordt uitgelegd bij 'invoergegevens EPB-software'.
  • Als het toestel onder een Ecodesign-verordening valt, voert u het capaciteitsprofiel en de energie-efficiëntie van het toestel in, bepaald volgens die verordening. Voor toestellen met een vermogen ≤ 70 kW kan de energie-efficiëntieklasse ingevoerd worden in het geval de energie-efficiëntie niet gekend is.
  • Als het toestel niet onder een Ecodesign verordening valt, wordt een vaste waarde voor het product van het opslag- en opwekkingsrendement bepaald op basis van het type toestel. Hier moet u alleen nog het vermogen van de opwekker en de eventuele opslag invoeren.
Deze figuur geeft aan hoe een ketel die instaat voor sanitair warm water moet ingegeven worden in de EPB-software, volgens stap 6 beschreven in het stappenplan.

6. Koppel tenslotte de ketel met de juiste energiesector(en) of het juiste verdeelsysteem.

Let op: enkel als er een circulatieleiding of combilus aanwezig is, moet u de ketel hier koppelen met een primair verdeelsysteem.

Invoer ketel voor bevochtiging

Tîp: als de ketel ook gebruikt wordt voor bevochtiging, vink dan ook het tabblad ‘Bevochtiging’ aan. Er is verder geen invoer nodig.