Ketel: rekenmethode - RVW (huidig)

Opwekkingsrendement voor ruimteverwarming

De toegepaste rekenmethode voor ruimteverwarming hangt af van het type toestel:

  • toestellen die onder de Europese Verordening (EU) n°813/2013 of (EU) n°2015/1189 vallen
  • toestellen die er niet onder vallen

De volgende ketels vallen onder de Europese Verordening (EU) n°813/2013 of (EU) n°2015/1189 :

Type ketel

Functie

Brandstof

In de handel vanaf

Vermogen

type B1

alleen ruimteverwarming

gas of vloeibare brandstof, behalve biobrandstof

26 september 2015

kleiner dan 10 kW

type B1

ruimteverwarming en SWW

gas of vloeibare brandstof, behalve biobrandstof

26 september 2015

kleiner dan 30 kW

geen type B1

-

gas of vloeibare brandstof, behalve biobrandstof

26 september 2015

kleiner dan 400 kW

alle types ruimteverwarming en/of SWW vaste brandstof: hout(briketten), pellets, kolen ... 1 januari 2020 kleiner dan 500 kW

Opmerking: een ketel van het type B1 is een ruimteverwarmingstoestel met brandstofgestookte ketel. Hij maakt gebruik van een trekonderbreker, die verbonden moet worden met een rookafvoerkanaal met natuurlijke trek. Dat voert de verbrandingsresten af tot buiten de kamer waarin het ruimteverwarmingstoestel met brandstofgestookte ketel staat en haalt de verbrandingslucht rechtstreeks uit de kamer. Een verwarmingsketel type B1 wordt uitsluitend als verwarmingsketel type B1 in de handel gebracht.

Voor ruimteverwarming wordt het opwekkingsrendement in beide methodes bepaald op basis van de volgende gegevens:

  • het deellastrendement bij 30% van de nominale warmteafgifte (zowel voor condenserende als niet-condenserende ketels )
  • de ketelinlaattemperatuur waarbij het deellastrendement bepaald is (enkel bij condenserende ketels)
  • de seizoensgemiddelde ketelwatertemperatuur, die afhankelijk is van de  ontwerpretourtemperatuur van het warmteafgiftesysteem (enkel bij condenserende ketels)

Hoe het deellastrendement en de ketelinlaattemperatuur bij de deellasttest bepaald zijn hangt af van de gebruikte rekenmethode. Meer informatie over waar u deze gegevens kunt vinden of hoe ze worden bepaald, vindt u bij Invoergegevens EPB-software.

Op het rendement worden ook nog de volgende correcties toegepast:

  • wanneer het  toestel buiten het beschermd volume opgesteld is, wordt het berekende rendement verminderd met 0,02.
  • in het geval de ketel uitgerust is met een regeling die de ketel permanent, dus ook gedurende periodes zonder warmtevraag, warm houdt, wordt het bekomen rendement verminderd te worden met 0,05. Meer informatie vindt u bij Invoergegevens EPB-software.

Waarde bij ontstentenis

De waarde bij ontstentenis voor het rendement van een ketel voor ruimteverwarming is 73%. Op het rendement worden nog correcties toegepast, zoals hierboven beschreven.