Ingave in de software - ruimteverwarming (huidig)

Invoer als opwekkingstoestel voor ruimteverwarming

De invoer van een warmtepomp voor ruimteverwarming verloopt in twee fasen:

  • Fase 1: bepalen of het toestel onder een Ecodesign verordening valt
  • Fase 2: invoer van de eigenschappen van de warmtepomp nodig voor de berekening. Op basis van het resultaat van fase 1 kan de nodige invoer verschillen.

Om na te gaan of de warmtepomp onder een Ecodesignverordening (EU °813/2013 of °206/2012) valt, moeten er eerst enkele algemene vragen ingevuld worden:

  • Warmtebron en warmteafgiftemedium van de warmtepomp zoals die in werkelijkheid zal geïnstalleerd worden in dit project
  • Datum waarop het toestel op de markt werd gebracht, zie ook invoergegevens voor de EPB software
  • Nominaal vermogen van het toestel: hiervoor kijkt u naar het thermische vermogen van de warmtepomp zie ook invoergegevens voor de EPB software

Op basis van deze vragen, bepaalt de software of het toestel onder een van de bovenvermelde verordeningen valt. Er verschijnt een melding hierover in het blauw, zoals in onderstaande figuur.Op basis van deze vragen, bepaalt de software of het toestel onder een van de bovenvermelde verordeningen valt. Er verschijnt een melding hierover in het blauw, zoals in onderstaande figuur.Op basis van deze vragen bepaalt de software of het toestel onder een van de bovenvermelde verordeningen valt. Er verschijnt een melding hierover in het blauw, zoals in de onderstaande figuur.

schermafbeelding uit de software

De verdere invoer hangt af van het resultaat van fase 1. Zie ook de uitgewerkte voorbeelden voor warmtepompen die onder Ecodesign vallen.

Als de warmtepomp niet onder Ecodesign valt is de invoer dezelfde als voor projecten met een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor 2018.

Afhankelijk van de warmtebron en het type warmteafgiftemedium verschijnen nog enkele vragen om de correctiefactoren  voor het berekenen van de SPF of de SCOPinst te bepalen. Standaard worden waarden bij ontstentenis van de correctiefactoren gebruikt. Betere waarden kunnen worden berekend als detailwaarden worden ingevoerd. Meer informatie over deze correctiefactoren kan u vinden onder rekenmethode.

Correctiefactor op de vertrektemperatuur naar het afgiftesysteem

In het geval dat de ontwerpvertrektemperatuur naar het afgiftesysteem gekend is, kan u dit aangeven in het blok ‘Correctiefactor op de vertrektemperatuur naar het afgiftesysteem’ en die temperatuur (in °C) ingeven. Daaruit berekent de EPB-software de correctiefactor fθ. In het andere geval, als u niet aangeeft dat die temperatuur gekend is, gebruikt de EPB-software de waarde bij ontstentenis voor de ontwerpvertrektemperatuur naar het warmteafgiftesysteem. Deze temperatuur hangt af van het afgiftesysteem dat u invoert op het tabblad ‘afgiftesystemen’. Meer informatie over de bepaling van de ontwerpretourtemperatuur kan u vinden bij Invoergegevens voor de EPB-software.

Correctiefactor op de temperatuurstoename over de condensor

In het geval dat het verschil tussen de vertrek- en de retourtemperatuur van het afgiftesysteem bij ontwerpomstandigheden gekend is, kan u dit aangeven in het blok ‘Correctiefactor op de temperatuurstoename over de condensor’. De waarde wordt bepaald bij ontwerpomstandigheden en als een systeem voor warmteopslag aanwezig is, moet dat ook in rekening worden gebracht. Meer informatie over hoe u dit verschil kan bepalen kan u vinden bij Invoergegevens voor de EPB-software.

In dit vak geeft u ook de temperatuurstoename over de condensor in, dit is de temperatuurstoename bij de COPtest  of SCOPON bepaling. Meer informatie over deze waarde kan u vinden bij Invoergegevens voor de EPB-software.

Als u het temperatuursverschil over de condensor en tussen vertrek en retour opgeeft, berekent de EPB-software de correctiefactor f∆θ. In het andere geval gebruikt de EPB-software de waarde bij ontstentenis voor de correctiefactor van 0,93.

Correctiefactor voor een pomp op het circuit naar de verdamper

Als de warmtebron van de warmtepomp bodem (zonder directe verdamping) of water is, wordt er steeds verondersteld dat er een pomp aanwezig is voor warmtetoevoer naar de verdamper.  Als het vermogen van deze pomp gekend is, kan u dit ingeven in dit blok.  Als er meerdere pompen zijn, geeft u de som van de vermogens in. Het elektrisch vermogen is het maximaal elektrisch vermogen dat de elektromotor (of de elektromotor-pomp-combinatie) bij continu bedrijf kan opnemen, met inbegrip van alle voorschakelapparatuur. Het elektrisch vermogen wordt dus gemeten ter hoogte van de netvoeding. 

Als u dit vermogen ingeeft, moet u ook het elektrisch vermogen van de warmtepomp ingeven. Dit is het elektrisch vermogen bij de condities waarbij de COPtest werd bepaald.

Correctiefactor voor luchtdebieten

Als de ontwerpdebieten (in m³/h) doorheen de installatie gekend zijn, en u wenst deze in rekening te brengen, kan u deze invullen in dit blok.

Enkel bij volgende types warmtepompen kan het ontwerptoevoerdebiet (in m³/h) worden ingevuld:

  • een warmtepomp met afgevoerde ventilatielucht als enige warmtebron en toegevoerde ventilatielucht als enig warmteafgiftemedium;
  • een warmtepomp met de combinatie van afgevoerde ventilatielucht en buitenlucht als warmtebron en toegevoerde ventilatielucht als enig warmteafgiftemedium.

Als u de ontwerpdebieten ingeeft moet u ook het luchtdebiet doorheen de installatie tijdens de COPtest of SCOPON meting en het maximaal luchtdebiet doorheen de installatie (zoals opgegeven door de fabrikant) invoeren.

Correctiefactor voor de temperatuur van de warmtebron

Deze correctiefactor wordt alleen ingerekend voor warmtepompen die onder Ecodesign vallen. Deze factor brengt het verschil tussen de temperatuur van de warmtebron bij de test waarbij de SCOPON werd bepaald en de temperatuur van de werkelijke warmtebron in rekening. Hiervoor moet u de warmtebron waarbij de SCOPON werd bepaald invoeren, deze hangt af van het type warmtepomp vermeld op de fiche volgens Ecodesign:

  • geef  ‘water’ in als op de technische fiche staat dat het een water/water warmtepomp is
  • geef  ‘pekel’ in als op de technische fiche staat dat het een bodem/water warmtepomp is
  • geef ‘onbekend’ in als u de warmtebron niet kan achterhalen uit de technische fiche