Warm tapwater en Ecodesign

Deze pagina geeft wat meer uitleg over welke toestellen er onder de Europese verordeningen 811 tot 814 vallen en hoe deze worden behandeld in de EPB-regelgeving.

Vooraf

De bepaling van het opwekkingsrendement  voor systemen voor warm tapwater gebeurt:

  • Ofwel aan de hand van productgegevens die vastgesteld zijn volgens de methode van Verordeningen 811 tot 814 voor de systemen die vallen onder Ecodesign voor SWW (of, bij gebrek aan voldoende gegevens, aan de hand van een waarde bij ontstentenis)
  • Ofwel aan de hand van vaste waarden voor de systemen die niet onder deze Verordeningen vallen

Projecten waarvoor in 2016 een stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd, worden met enige flexibiliteit behandeld om ze niet te benadelen tijdens hun uitvoering. Voor projecten met aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning vanaf 2017 geldt deze uitzondering niet meer.

Systemen “die vallen onder de Ecodesignverordeningen”

De volgende definitie is hier van toepassing:

  • Het verwarmingstoestel is rechtstreeks aangesloten op een bron van drinkwater of sanitair water en verwarmt het water via een interne warmtewisselaar of een geïntegreerd vat.
  • Het toestel bevindt zich niet in één van de volgende situaties: 
    • in de handel gebracht vóór 26-9-2015
    • Brandstof hoofdzakelijk van biomassa afkomstig
    • Vaste brandstof
    • Warmtekrachtkoppeling met een elektrisch vermogen groter dan 50 kW
    • Verwarmingstoestel met apart vat of met externe warmtewisselaar. (In die gevallen is niet het verwarmingstoestel, maar het vat of het secundaire circuit van de warmtewisselaar rechtstreeks aangesloten op een bron van drinkwater of sanitair water. Dat geldt ook zelfs als de Ecodesigngegevens beschikbaar zijn)
    • Collectieve verbrandingstoestellen (d.w.z. die meerdere EPB-eenheden verwarmt) met een thermisch vermogen groter dan 70 kW en/of een opslagvolume groter dan 500 l. (Dat geldt ook zelfs als de Ecodesigngegevens beschikbaar zijn)

Het opwekkingsrendement van systemen die “vallen onder Ecodesign” gebeurt op basis van gegevens uit de Ecodesignverordeningen: energie-efficiëntie ηwh, het opgegeven capaciteitsprofiel en eventueel de energie-efficiëntieklasse en het warmhoudverlies van het warmwatervat.

Systemen die “niet vallen onder de voormelde Verordeningen”

Alle andere installaties vallen in deze categorie:

  • Toestellen in de handel gebracht voor 26/09/2015
  • Toestellen met brandstof hoofdzakelijk van biomassa afkomstig
  • Toestellen die gebruik maken van vaste brandstof
  • Warmtekrachtkoppeling met een elektrisch vermogen groter dan 50 kW
  • Verwarmingstoestel met apart vat of met externe warmtewisselaar
  • In die gevallen is niet het verwarmingstoestel, maar het vat of het secundaire circuit van de warmtewisselaar rechtstreeks aangesloten op een bron van drinkwater of sanitair water
  • Collectieve verbrandingstoestellen (d.w.z. die meerdere EPB-eenheden verwarmt) met een thermisch vermogen groter dan 70 kW en/of een opslagvolume groter dan 500 l

Voor deze toestellen wordt uitgegaan van een vaste waarde voor het product van het opwekkings- en opslagrendement.

Voor verbrandingstoestellen:

  • De vaste waarde zonder opslag is 0,50.
  • De vaste waarde met opslag is 0,45.
  • Collectieve systemen met een thermisch vermogen groter dan 70 kW en/of een opslagvolume groter dan 500 L: hier worden de waarden uit tabel [32] van bijlage V bij het Energiebesluit van 19 november 2010 gebruikt
     
tabel ketels

Voor toestellen andere dan verbrandingstoestellen wordt de waarde uit tabel [31] van bijlage V bij het Energiebesluit van 19 november 2010 gebruikt:

tabel met de waarde 'ogenblikkelijke opwarming' en met de waarde 'met warmteopslag'

Uitzonderingen

Voor toestellen die niet onder de Ecodesign verordening vallen wordt het opwekkingsrendement bepaald op basis van vaste waarden. Voor projecten waarvoor de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning werd ingediend in 2016 is voor de volgende toestellen een uitzondering op deze regel voorzien:

  • Verwarmingstoestel met apart vat of met externe warmtewisselaar
  • Collectieve verbrandingstoestellen (d.w.z. die meerdere EPB-eenheden verwarmt) met een thermisch vermogen groter dan 70 kW en/of een opslagvolume groter dan 500 l

Voor deze combinatie van aanvraagdatum en toestellen is het toegestaan de Ecodesigngegevens te gebruiken, die overeenstemmen met het gebruikte verwarmingstoestel of de combinatie van een specifiek verwarmingstoestel met een apart vat of met een bepaalde externe warmtewisselaar.

Dossiers van 2016 die al met dit type van gegevens rekening hielden bij het opstellen van de startverklaring, worden op die manier niet benadeeld.

Projecten met aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in 2017 vallen niet onder deze afwijking en moeten deze werkwijze strikt volgen.

Geldig voor aanvragen vanaf 01/01/16