Gasontladingslampen

Een gasontladingslamp bestaat uit een lamp (glazen buis of peer) gevuld met een gas onder hoge of lage druk waardoor een elektrische stroom wordt gestuurd.

In de tertiaire sector worden drie grote soorten gasontladingslampen gebruikt:  de fluorescentielamp (lineaire of circulaire buislampen), de CFL-lamp (de compacte versie van de TL-lamp, algemeen gekend als ‘de spaarlamp’) en de metaalhalogenide-lampen.

Deze lampen werken allemaal volgens het principe van ontlading met behulp van een gas. Een elektrische stroom bestaat uit elektronen. Wanneer er een elektrische stroom vloeit door de  lamp,  botsen de circulerende elektronen met het gas dat zich in de lamp bevindt. Bij deze botsingen geven de elektronen energie aan de elektronen van de gasmoleculen: men noemt dit excitatie. Omdat de gasmoleculen echter streven naar een lagere energietoestand (de grondtoestand), zenden ze die opgenomen energie terug uit, in de vorm van een onzichtbare ultraviolette straling. Deze straling komt in contact met de fluorescerende stoffen die op de buitenkant van de buis zijn aangebracht en die de UV-straling omzetten in zichtbaar licht. Er kunnen verschillende kleurtemperaturen en kleurweergave-indexen verkregen worden afhankelijk van de mengeling van fluorescerende stoffen. Gasontladingslampen bieden een hoog lichtrendement waardoor ze een bijzonder aantrekkelijke verlichtingsoplossing vormen.

 

een buisvormige, een compacte fluorescentielamp en een metaalhalogenide lamp