Aan- en afwezigheidsregeling

werking van een bewegingssensorEen aan- of afwezigheidsregeling houdt rekening met de werkelijke bezetting van een lokaal.

Met een sensor die een menselijke beweging of een geluid kan detecteren, wordt gecontroleerd of er iemand aanwezig is in (een deel van) het lokaal.

Op basis van deze informatie kan het regelsysteem de verlichting aan- of uitschakelen.

 

Men onderscheidt twee mogelijke strategieën:

  • aanwezigheidsdetectie: van zodra de sensor een activiteit waarneemt, wordt de verlichting onmiddellijk aangeschakeld. 
    Als er geen activiteit meer wordt waargenomen, schakelt de verlichting terug uit. Meestal gebeurt dat laatste niet onmiddellijk en schakelt de verlichting pas uit nadat de sensor gedurende een korte periode (bijvoorbeeld: 10 minuten) geen activiteit meer heeft waargenomen. Men spreekt van een tijdsvertraging.
  • afwezigheidsdetectie: het verlichtingssysteem wordt manueel aangeschakeld door de gebruiker en het regelsysteem begint pas op dat ogenblik te werken. 
    Van zodra er geen activiteit meer wordt waargenomen, wordt – meestal na de ingestelde tijdsvertraging – het verlichtingssysteem uitgeschakeld.

Voor energiezuinigheid verkiest men de afwezigheidsdetectie als strategie. In dat geval wordt immers het verlichtingssysteem niet onnodig aangeschakeld en verbruikt het regelsysteem zelf geen energie op het ogenblik dat de verlichting niet in gebruik is.

In grotere ruimten met meerdere werkposten (bijvoorbeeld: een landschapskantoor), kan elke werkpost met een aan- of afwezigheidsregeling worden uitgerust.

Een mogelijke variant op beide strategieën is een systeem waarbij de verlichting na de tijdsvertraging niet wordt uitgeschakeld, maar wel wordt gedimd naar een lagere verlichtingssterkte. Eventueel wordt ook in meerdere stappen gedimd tot het systeem uiteindelijk wordt uitgeschakeld. Op die manier worden de mensen aan andere werkposten niet gestoord door bruuske variaties in de verlichtingssterkte wanneer er geen activiteit meer is ter hoogte van een bepaalde werkpost.

De voornaamste voordelen van deze regelstrategie zijn de relatief lage kosten en mogelijke grote energiebesparingen in ruimten die slechts met tussenpozen in gebruik zijn.  Het belangrijkste nadeel is dat sensoren mogelijk valse waarnemingen doen, wat dan weer kan leiden tot een storend gedrag voor de gebruikers. De mogelijke besparingen zijn sterk afhankelijk van het gebruikersgedrag, maar kunnen tot 50% oplopen.

Aan- en afwezigheidsdetectie zijn strategieën die bij voorkeur worden toegepast in kleinere kantoren, toiletten, gangen, trappenzalen, conferentiezalen, opslagruimten, grote toonzalen en warenhuizen.

De nodige componenten voor een aan- of afwezigheidsregeling zijn:

  • een bewegingssensor (infrarood, ultrasoon of akoestisch) en
  • een schakelaar of dimmer