Tijdsregeling

Een tijdsregeling houdt rekening met het voorspelde gebruik van een ruimte of een gebouw.

Bijvoorbeeld: als men weet dat een gebouw elke weekdag na 19.00 uur volledig leeg is, kan het interessant zijn op dat ogenblik de armaturen die nog aan staan, automatisch uit te schakelen. Men spreekt van een veegpuls: alle armaturen die nog aan staan worden 'uitgeveegd’.  Gebruikers die nog in het gebouw zijn, moeten na de veegpuls natuurlijk nog de mogelijkheid hebben om de verlichting in een bepaalde ruimte terug aan te zetten (manuele override).

De input die het regelsysteem nodig heeft, bestaat uit een klok en een aantal instellingen door de gebruiker: welke armaturen moeten worden uitgeschakeld en waar en wanneer moet dat gebeuren. De instellingen kunnen verschillend zijn voor verschillende types van ruimten. Het tijdstip van uitschakelen kan verschillen van lokaal tot lokaal of van dag tot dag (weekdag en weekend). Of men kan kiezen om in de kantoren alle armaturen uit te schakelen en in de gangen, om veiligheidsredenen, één op drie armaturen te laten branden. Bij een klassiek analoog systeem, zal een dergelijke keuze een invloed hebben op de bekabeling. De juiste armaturen moeten immers de juiste opdrachten ontvangen. Bij meer geavanceerde systemen krijgen armaturen een adres en kan de bekabeling eenvoudig worden gehouden. Het programmeerwerk wordt in die gevallen wel complexer.

Verschillende varianten op het basissysteem zijn denkbaar:

  • het kan interessant zijn om een dubbele veegpuls te voorzien. Eén net na de kantooruren, wanneer de meeste ruimten leeg zijn en één later op de avond, om de lichten te doven in lokalen waar laatblijvers de lichten terug hebben aangeschakeld en zijn vergeten uit te schakelen.
  • eventueel kan men het aanschakelen van de verlichting op een vast tijdstip overwegen. Om energie te besparen is het echter duidelijk dat een systeem dat manueel aanschakelen combineert met een automatische veegpuls de beste resultaten oplevert.
  • in atriums of gangen kan men gebruikmaken van een zonsopgang- en zonsondergangstrategie. De verlichting wordt uitgeschakeld bij zonsopgang en terug aangeschakeld bij zonsondergang. De tijdstippen kunnen vooraf ingesteld worden of men gebruikt een lichtsensor buiten.
  • men kan het verlichtingssysteem dimmen in plaats van uit te schakelen.

De voornaamste voordelen van deze regelstrategie zijn de lage kosten en het gebruiksgemak. Beide voordelen verdwijnen wel stelselmatig naarmate het systeem complexer wordt. 

Het belangrijkste nadeel is dat men het systeem opnieuw moet programmeren worden als kantooruren of openingsuren veranderen of wanneer een evenement plaatsvindt. Een veegpuls kan eventueel ook storend werken wanneer het gebouw ongepland langer in gebruik is dan voorzien. Mogelijke besparingen schommelen tussen 10 en 20%.

Gebouwen waar de bezetting vrij accuraat te voorspellen is, lenen zich goed voor een tijdsregeling (bijvoorbeeld: klassieke kantoorgebouwen, winkels, scholen en musea).

De nodige componenten voor een tijdsregeling zijn:

  • een agenda of systeem om de schakeltijdstippen in te stellen,
  • een klok en
  • een schakelaar of dimmer.

 

werkingsschema tijdsregeling