Communicatie

Regelsystemen in gebouwen kunnen op verschillende manieren communiceren:

  • analoog;
  • digitaal.

Een belangrijk aandachtspunt bij de communicatie, is dat de afspraken duidelijk moeten zijn, zodat toestellen elkaar kunnen begrijpen. De afspraken kunnen gemaakt worden voor één welbepaald systeem van één welbepaalde fabrikant.

Nadeel is dat enkel de componenten van dat welbepaalde systeem elkaar kunnen begrijpen, waardoor het systeem veel minder flexibel wordt. Het is mogelijk een open taal of protocol, vastgelegd in een norm of in een industriële standaard, te gebruiken. De open taal maakt mogelijk om verschillende systemen te koppelen of binnen eenzelfde systeem componenten uit te wisselen en toe te voegen die elkaar kunnen begrijpen. Het bekendste protocol voor digitale communicatie in verlichtingssystemen, is het DALI-protocol.

Analoge communicatie

Bij analoge communicatie wordt de informatie doorgegeven via een spanning of stroom. De meest voorkomende regeling is de 1-10 V regeling (bijvoorbeeld: toegepast bij een elektronisch dimbare ballast).

In die gevallen geeft de controller, sensor of input aan de ballast een signaal door onder de vorm van een gelijkspanning tussen 1 en 10 V. Hoe hoger de gelijkspanning, hoe hoger de lichtstroom van de lamp. Als een lagere gelijkspanning wordt doorgegeven, dan zal de ballast de lichtstroom van de lamp verminderen (dimmen).

 

grafiek: lichtstroom in functie van regelspanning

 

typische opbouw van een analoog regelsysteem

Digitale communicatie

De communicatie in een verlichtingssysteem kan ook digitaal gebeuren. Systemen met digitale communicatie zijn duurder dan de analoge systemen maar zijn flexibeler en bieden veel meer mogelijkheden.

In tegenstelling tot de analoge systemen wordt de informatiel doorgegeven in digitale vorm. Afspraken zijn, zeker voor de meer ingewikkelde systemen, absoluut noodzakelijk. Het bekendste protocol voor verlichtingssystemen is DALI (Digital Address Lighting Interface). Dit protocol, dat ontwikkeld werd op het einde van de jaren 90, is specifiek voor verlichtingssystemen voorzien en zorgt naast het doorgeven van opdrachten afkomstig van een controller, ook voor feedback vanuit de ballast (bijvoorbeeld: over een lamp die stuk is gegaan).  Daardoor is het bijzonder interessant in gebouwsystemen waar de controle van toestellen op afstand gebeurt en waar onderhoudsrapporten vereist zijn. Het DALI-protocol leent zich ook uitstekend tot het programmeren en instellen van verlichtingsscenes. Er bestaan ook andere protocollen, die al dan niet specfiek ontworpen zijn voor verlichtingssystemen.

Digitale systemen zijn meestal eenvoudig te installeren: de communicatie gebeurt via één kabel waarmee alle componenten verbonden zijn. Bij een herconfiguratie is het niet nodig om de kabels te hersteken: men kan gewoon het systeem herprogrammeren. Mogelijke componenten zijn ballasten, schakelaars, sensoren, controllers en omvormers. Omvormers kunnen een digitaal signaal omzetten naar een analoog signaal, zodat ook analoge componenten opdrachten kunnen ontvangen, of ze kunnen zorgen voor communicatie met andere systemen op gebouwniveau, die van een ander protocol gebruik maken (bijvoorbeeld: Lonworks).