Controllers

Controllers zijn de informatieverwerkende eenheden van een regelsysteem. De informatie die ze ontvangen, is afkomstig van de reële situatie of de wens van de gebruiker via sensoren en manuele input (drukknoppen, draaiknoppen, afstandsbediening).

Er kunnen een aantal vaste gegevens geprogrammeerd worden in de controller (of in een externe processor die de gegevens via een netwerk bezorgt aan de controller), zoals de te behalen verlichtingssterkte, de voorspelde werkuren of het gewenste gedrag bij afwezigheid. De controller zal de reële situatie vergelijken met de geprogrammeerde of gewenste situatie en indien nodig de opdracht geven om de lichtstroom van de lamp(en) aan te passen.

De controller kan in bepaalde gevallen ook communiceren met andere controllers, in een netwerk.

Meestal wordt een controller apart gevoed op netspanning en gaat de voeding van de sensor ook via de controller. Het verbruik van een controller (eventueel met inbegrip van de sensor) is in vele gevallen niet verwaarloosbaar en kan meerdere Wh bedragen.

In eenvoudige configuraties is de controller geen apart stuurapparaat, maar wordt de opdracht gewoon gegeven door de sensor of schakelaar. Je kan in dat geval de controller en de invoer als één geheel beschouwen.

DALI controllerDe controller kan zijn opdrachten op twee manieren geven, afhankelijk van de communicatiewijze:

  • klassiek gebeurt dit analoog, met een gelijkspanningssignaal dat tussen 1 en 10 V varieert;
  • tegenwoordig gebeurt dit meer en meer op digitale wijze. 

Om het geven van opdrachten of de communicatie tussen controllers onderling vlot te laten verlopen, zijn er natuurlijk afspraken nodig met betrekking tot de betekenis van de digitale combinaties. Een aantal protocollen zijn daarom ontwikkeld, waarvan het bekendste het DALI-protocol is. Dit protocol wordt door de meeste Europese fabrikanten gebruikt, wat betekent dat hun toestellen onderling kunnen communiceren en elkaar begrijpen.