Kleurtemperatuur

bronnen met 2 kleurenWit licht kan vele tinten hebben: van een eerder rode tint, over een geel-wit licht tot een blauwige tint. Die tint bepaalt voor een groot stuk het kleurklimaat in een ruimte. Rode tinten worden geassocieerd met warmte en gezelligheid, terwijl blauwe tinten koel en kil overkomen. Om onderscheid tussen die verschillende tinten te maken, maakt men gebruik van de kleurtemperatuur. Deze wordt uitgedrukt in Kelvin (K).

Lage waarden stemmen overeen met warme tinten en indrukken, hoge waarden wijzen op een een kouder kleurklimaat.  De norm NBN EN 12464-1 typeert kleurtemperaturen onder 3300 K als warm wit en kleurtemperaturen boven 5300 K als koud wit. Tussen de twee grenswaarden spreekt men van neutraal wit.

Enkele typische waarden voor de kleurtemperatuur worden vermeld in onderstaande tabel :

bron kleurtemperatuur
op- of ondergaande zon 1.000 - 2.500 K
maanlicht 4.000 - 4.400 K
middagzon in de zomer (heldere hemel) 5.800 - 6.500 K
bewolkte hemel 7.000 K

Definitie: de kleurtemperatuur van een lichtbron is de temperatuur die een zwarte straler moet hebben om dezelfde kleur van licht uit te stralen als de lichtbron en wordt uitgedrukt in Kelvin (K).