Het steunbedrag

Het principe

De subsidie per project bedraagt maximaal 75% van de totale investeringskost van het project, na aftrek van andere Vlaamse subsidies, groenestroom-, warmte-krachtcertificaten en energiepremies van de netbeheerders, de zogenaamde netto-investeringskost.

Naast een inschatting van de investeringkost van het project, zullen steden/gemeenten initieel ook een inschatting moeten maken van de te ontvangen premies, subsidies, en warmte-kracht- en groenestroomcertificaten. Voor wat betreft groenestroom- en warmte-krachtcertificaten moet de steun berekend over de volledige steunperiode in mindering worden gebracht.

Voor bijvoorbeeld totaalrenovatieprojecten kunnen enkel de kostprijs van de energetische componenten in rekening worden gebracht.

Indien de gemeente de btw voor het betrokken project kan recupereren, gebeurt de berekening van de subsidie op de projectkosten exclusief btw. Indien de gemeente de btw niet kan recupereren, wordt rekening gehouden met de projectkost inclusief btw.

De subsidie wordt vervolgens afgetopt op 1 euro per inwoner van de betrokken gemeente. Voor de bepaling van het aantal inwoners per gemeente wordt gerekend met de wettelijke bevolking dd. 1 januari 2018. In de kolom rechts vindt u hiervan het overzicht per gemeente.

Maar met beoordeling in fases

Om rekening te kunnen houden met het door de Vlaamse Regering ter beschikking gestelde totaalbedrag, wordt met een getrapt systeem gewerkt.

Beoordeling en subsidiëring
Het eerste project

Bij gunstige beoordeling criteria: 75% van de netto-investeringskost met een maximum van 1 euro per inwoner kan worden gesubsidieerd.
 

Indien alle steden en gemeenten een project indienen waardoor het totale beschikbare budget dat voor deze projectoproep ter beschikking werd gesteld, wordt overschreden, dan worden alle projectsubsidies pro rata herrekend op basis van dit beschikbare budget.
Bijkomende projecten

Indien na de subsidiëring van alle eerste projecten van steden en gemeenten de subsidiemiddelen nog niet uitgeput zijn, kunnen de bijkomende projecten die ingediend werden door steden en gemeenten en die voldoen aan de criteria worden gesteund.

Ook hier wordt stapsgewijs gewerkt, met andere woorden, eerst worden alle als tweede ingediende projecten beoordeeld en gesteund. Pas indien na deze tweede ronde het beschikbare budget nog niet werd opgebruikt, worden de als derde ingediende projecten bekeken.

Desgevallend wordt in een van deze extra evaluatierondes opnieuw een pro rata herrekening toegepast.

Aangezien er enkel maxima per project gelden en geen absoluut subsidiebedrag per gemeente/stad, kan een gemeente met 10.000 inwoners dus meerdere projecten indienen waarvoor een steun van 10.000 euro wordt aangevraagd. Zoals hierboven verduidelijkt wordt, zal alleen het eerste project met zekerheid gesteund worden (indien natuurlijk voldaan is aan de inhoudelijke voorwaarden). De bijkomende projecten schuiven door naar een volgende evaluatieronde.

Dit heeft als gevolg dat, indien een gemeente met 10.000 inwoners voor een eerste project 5000 euro steun aanvraagt en voor een tweede project 4000 euro, het tweede project ook doorschuift naar de volgende ronde, ondanks het feit de gemeente voor haar eerste project niet haar ‘budget’ van 1 euro per inwoner heeft opgebruikt. Dergelijke projectvoorstellen kan men dus best bundelen in 1 gecombineerd projectvoorstel.