De wooneenheid

Wat is een wooneenheid?

Een wooneenheid is elke eenheid in een gebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren.
Volgende woonvoorzieningen maken het mogelijk om autonoom te ‘wonen’:

  • woonruimte;
  • een eigen toilet;
  • een eigen bad of douche;
  • een eigen keuken of kitchenette.

! Bijkomende voorwaarde geldig vanaf 01/06/2020:

Een wooneenheid is elke eenheid in een gebouw die wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte.

Elke wooneenheid heeft een gebouweenheid-ID. Wat als het aantal gebouweenheid-ID's in de energieprestatiedatabank niet overeenstemt met de werkelijke situatie of er geen gebouweenheid-ID beschikbaar is? Volg dan het Gebouwenregister-stappenplan.

Meer weten over het autonoom functioneren
Let wel

Ook (oudere) woningen met een beperkt of geen sanitair comfort functioneren autonoom.

Voorbeelde: wel of niet autonoom functioneren?
  • Een oude woning zonder badkamer wordt toch beschouwd als een woning. Hiervoor moet bijgevolg een EPC voor een wooneenheid (EPC residentieel) opgemaakt worden.
  • Een woning waarbij inwonende grootouders over een eigen leefruimte en kitchenette beschikken, maar niet over een eigen badkamer, wordt beschouwd als één wooneenheid. Er wordt bijgevolg één EPC residentieel opgemaakt voor het volledige woongebouw.
Meer weten over de eigen afsluitbare toegang
Let wel

Het begrip 'eigen afsluitbare toegang'  mag niet foutief geïnterpreteerd worden. Bekijk daarom zeker onderstaande voorbeelden.

Voorbeelden: wel of geen eigen afsluitbare toegang?
  • Voor appartementen in een appartementsgebouw worden afzonderlijke EPC's opgemaakt, aangezien de appartementen over eigen woonvoorzieningen en een eigen afsluitbare toegang beschikken. Elk appartement krijgt bijgevolg een eigen EPC.
  • Een studio met eigen woonvoorzieningen is gelegen op de zolder van een woning. De studio is enkel te bereiken via de traphal van de woning die ook wordt gebruikt om van de woonruimten op het gelijkvloers naar de slaapkamers op de eerste verdieping te gaan. De toegang tot de studio wordt niet beschouwd als een eigen afsluitbare toegang. Er wordt bijgevolg één EPC residentieel opgesteld voor het volledige gebouw (woning en studio).
def-wooneenheid-studio
  • Een studio met eigen woonvoorzieningen is gelegen in een collectief woongebouw (vb. een gebouw met studentenkamers en een studentenstudio). De studio is enkel te bereiken via de gemeenschappelijke traphal die ook gebruikt wordt om van de gemeenschappelijke keuken naar de studentenkamers te gaan. De toegang tot de studio wordt niet beschouwd als een eigen afsluitbare toegang. Er wordt bijgevolg één EPC residentieel opgesteld voor het volledige gebouw (collectief woongebouw met studentenkamers en studio).
  • In een gebouw zijn zowel studentenstudio’s als studentenkamers aanwezig. Een trappenhal geeft toegang tot de studentenstudio’s. Ook de studentenkamers maken gebruik van deze trappenhal om naar de gemeenschappelijke keuken te gaan. Is deze trappenhal te beschouwen als een gemeenschappelijke circulatieruimte die de studentenstudio’s voorziet van een eigen afsluitbare toegang? Met andere woorden, zijn de studentenstudio’s te beschouwen als een wooneenheid en hebben zij een apart EPC nodig bij verkoop of verhuur?
eigen afsluitbare toegang bij studentenhuizen (1)
  • Antwoord: De trappenhal wordt gebruikt om vanuit de kamers, die op de verschillende verdiepingen liggen, de gemeenschappelijke keuken te bereiken. De trappenhal is dus deel van het collectieve woongebouw(deel) en kan bijgevolg geen gemeenschappelijke circulatieruimte zijn. Men moet gebruik maken van deze interne circulatie om de studentenstudio's te bereiken. De studentenstudio's zijn dus geen wooneenheden. Er moet bijgevolg slechts 1 EPC voor een collectief woongebouw opgemaakt worden, waarin zowel de studentenkamers, de gemeenschappelijke ruimten, de trappenhal als de studentenstudio’s zijn opgenomen. Er moet geen EPC van de gemeenschappelijke delen opgemaakt worden aangezien er geen meerdere wooneenheden met een eigen afsluitbare toegang aanwezig zijn.
  • In een gebouw zijn zowel studentenstudio’s als studentenkamers aanwezig. De studentenkamers en de gemeenschappelijke voorzieningen liggen op de eerste verdieping. De studentenstudio's situeren zich zowel op het gelijkvloers als de tweede verdieping. De verdiepingen zijn bereikbaar via een trappenhal. Is deze trappenhal te beschouwen als een gemeenschappelijke circulatieruimte die de studentenstudio’s voorziet van een eigen afsluitbare toegang? Met andere woorden, zijn de studentenstudio’s te beschouwen als een wooneenheid en hebben zij een apart EPC nodig bij verkoop of verhuur?
eigen afsluitbare toegang bij studentenhuizen (2)
  • Antwoord: De trappenhal wordt enkel gebruikt om te circuleren in het gebouw. De trappenhal is dus een gemeenschappelijke circulatieruimte. De gemeenschappelijke voorzieningen voor de kamers zijn bereikbaar via een interne gang. De studentenstudio’s maken geen gebruik van deze interne gang voor hun toegang, maar alleen van de trappenhal. Hoewel de interne gang en de trappenhal in dit voorbeeld volgens het IP één ruimte vormen, neemt de energiedeskundige bij de aftoetsing van de 'eigen afsluitbare toegang' hier aan dat een fictieve wand de interne gang van de trappenhal scheidt (dit in tegenstelling tot het voorbeeld hierboven waar geen scheiding kan gemaakt worden tussen de trappenhal en de interne gang die beide als interne circulatie gebruikt worden). De studentenstudio's hebben dus een eigen afsluitbare toegang vanaf een gemeenschappelijke circulatieruimte en functioneren zelfstandig. De studentenstudio’s zijn bijgevolg wooneenheden die elk een EPC residentieel nodig hebben bij verkoop of verhuur. Voor de studentenkamers, de gemeenschappelijke ruimten en de interne gang moet bijkomend een EPC voor een collectief woongebouw opgemaakt worden. De trappenhal wordt niet opgenomen in het EPC collectief, want het is geen deel van het collectief woongedeelte (in tegenstelling tot het voorbeeld hierboven). Aangezien er meer dan 2 wooneenheden in dit gebouw aanwezig zijn, moet er vanaf 2022 ook een EPC van de gemeenschappelijke delen aanwezig zijn.

Is er in het gebouw naast een wooneenheid ook een niet-residentiële eenheid aanwezig? Is er in het gebouw naast een kleine niet-residentiële eenheid ook een deel industrie aanwezig?

Bekijk ook de uitgewerkte cases: