Besluit Energieplanning

Kort gezegd

Energie-intensieve vestigingen met een jaarlijks energiegebruik > 0,1 PJ moeten onder bepaalde voorwaarden een energieplan en/of energiestudie toevoegen bij hun omgevingsvergunningsaanvraag.
Energie-intensieve vestigingen met een jaarlijks energiegebruik > 0,5 PJ moeten in het bezit zijn van een conform verklaard energieplan.

.

Aanvaarding energiedeskundige

Zowel energieplannen als energiestudies moeten worden opgesteld door energiedeskundigen, die aanvaard zijn door het Vlaams Energieagentschap (VEA).

Het is de exploitant die een aanvraag tot aanvaarding van de energiedeskundige indient bij het VEA. Het VEA wordt bij de beoordeling van de kandidaat-energiedeskundige bijgestaan door het Verificatiebureau (VBBV)

De kandidaat energiedeskundige zal beoordeeld worden op volgende twee punten:
• hij/zij mag geen deel uitmaken van het bedrijfspersoneel van de inrichting waarvoor de energiestudie/plan wordt opgesteld;
• hij/zij moet een grondige technische en bedrijfseconomische kennis hebben van de te onderzoeken inrichting. Hiermee wordt bedoeld dat de deskundige voldoende ervaring en expertise moet hebben met de te onderzoeken installaties. Hij/zij moet het Verificatiebureau ervan kunnen overtuigen in staat te zijn een degelijk plan of studie op te stellen.

Enkel energieplannen en energiestudies opgesteld door aanvaarde energiedeskundigen komen in aanmerking. Het is in uw eigen voordeel om een deskundige te laten aanvaarden vooraleer hij/zij begint aan de energiestudie/plan van uw inrichting.

Bij de aanvraag tot aanvaarding van een energiedeskundige gebruikt u volgend formulier:
docx bestandaanvraagformulier voor de aanvaarding van energiedeskundigen (Besluit Energieplanning) (51 kB)

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) stelt op haar website een lijst met potentiële energiedeskundigen ter beschikking. Deze lijst van potentiële deskundigen is uiteraard niet-limitatief en zal zo goed als mogelijk aangevuld worden. Een vermelding op deze lijst is ook geen garantie dat de betreffende deskundige aanvaard zal worden door de bevoegde overheid in het kader van de geldende regelgeving. Omgekeerd kan de overheid ook deskundigen aanvaarden die niet voorkomen op deze lijst. Bedrijven, consultants... die wensen vermeld te worden op deze lijst kunnen zich bij VITO aanmelden.
 

Energiestudie

Volgens de bepalingen uit de wetgeving rond de Omgevingsvergunning moet de exploitant bij een omgevingsvergunningsaanvraag voor een energie-intensieve vestiging met een jaarlijks energiegebruik > 0,1 PJ, een energiestudie toevoegen als de aanvraag gaat over:

  • een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit met een totaal jaarlijks primair energiegebruik van ten minste 0,1 PJ;
  • de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit met een toekomstig totaal jaarlijks primair energiegebruik van ten minste 0,1 PJ, als die verandering een jaarlijks primair meerverbruik van ten minste 10 TJ met zich meebrengt en als in het verleden reeds een energieplan voor de inrichting of activiteit werd opgesteld. Daarbij wordt gekeken naar het energieverbruik van de nieuwe installatie(s) op zich.

Let wel: indien een energieverslindende installatie wordt vervangen door een moderner en energiezuiniger model (met een energieverbruik van minstens 10 TJ), moet ook een energiestudie voor de vervangingsinstallatie worden opgesteld, ook al resulteert deze eigenlijk in een minderverbruik.  Om die objectieve ondergrens van 10 TJ vast te stellen, kijkt men dus naar het verbruik van de nieuwe installatie op zich, en niet naar de oudere installaties die uit gebruik genomen zijn.

In de energiestudie dient aangetoond te worden dat de in bedrijf te stellen inrichting de meest energie-efficiënte inrichting is die economisch haalbaar is, m.a.w. dat er gewerkt wordt met de Best Beschikbare Technieken (BBT).
De exploitant moet in de energiestudie aantonen dat energie-efficiëntere installaties die beschikbaar zijn op de markt of dat maatregelen die extra kunnen genomen worden om de energie-efficiëntie van de inrichting te verhogen een IRR van minder dan 15% na belastingen hebben.

De exploitant voegt de energiestudie toe aan de omgevingsvergunningsaanvraag. De omgevingsvergunningscommissie vraagt vervolgens advies aan het Vlaams Energieagentschap, dat de energiestudie dan beoordeelt.

Energieplan

Volgens de bepalingen uit de wetgeving rond de Omgevingsvergunning moet de exploitant bij een omgevingsvergunningsaanvraag voor een energie-intensieve vestiging met een jaarlijks energiegebruik > 0,1 PJ, een energieplan toevoegen als de aanvraag gaat over:

  •  een hernieuwing van een ingedeelde inrichting of activiteit met een totaal jaarlijks primair energiegebruik van ten minste 0,1 PJ;
  • de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit met een toekomstig totaal jaarlijks primair energiegebruik van ten minste 0,1 PJ, tenzij reeds in het verleden een energieplan werd opgesteld.

Bedrijven die zijn toegetreden tot de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (niet-VER-bedrijven en VER-bedrijven), zijn vrijgesteld van de verplichting tot het opstellen van een energieplan.

Een energieplan bevat een lijst met maatregelen die het specifiek energiegebruik in de inrichting kunnen verminderen. Alle maatregelen van deze lijst die een interne rentevoet (IRR) van minstens 15% na belastingen hebben, moeten uiterlijk binnen de drie jaar uitgevoerd worden.

De exploitant voegt het energieplan toe aan de omgevingsvergunningsaanvraag. De omgevingsvergunningscommissie vraagt vervolgens advies aan het Vlaams Energieagentschap, dat het energieplan dan beoordeelt.

Conform verklaard energieplan

Volgens de bepalingen uit het Energiebesluit (art. 6.5.1 tem art. 6.5.8) en VLAREM II (afdeling 4.9.1.) moet  de exploitant van een energie-intensieve vestiging met een jaarlijks energiegebruik > 0,5 PJ in het bezit zijn van een conform verklaard energieplan. Dit plan moet om de vier jaar geactualiseerd worden.

Voor bedrijven die zijn toegetreden tot de energiebeleidsovereenkomsten voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie (niet-VER-bedrijven en VER-bedrijven), geldt het energieplan opgesteld voor de EBO als een conform verklaard energieplan.

Een energieplan bevat een lijst met maatregelen die het specifiek energiegebruik in de inrichting kunnen verminderen. Alle maatregelen van deze lijst die een interne rentevoet (IRR) van minstens 15% na belastingen hebben, moeten uiterlijk binnen de drie jaar uitgevoerd worden.

De exploitant dient zijn energieplan ter conform verklaring in bij het VEA, dat het energieplan dan beoordeelt.

Vertrouwelijkheid

Zowel het Vlaams Energieagentschap als het Verificatiebureau zullen alle verstrekte gegevens vertrouwelijk behandelen.

pdf bestandGeheimhoudingsovereenkomst VEA VBBV.pdf (463 kB)