Energiestudie

De regels en procedure:

  • In de energiestudie dient aangetoond te worden dat de in bedrijf te stellen inrichting de meest energie-efficiënte inrichting is die economisch haalbaar is, m.a.w. dat er gewerkt wordt met de Best Beschikbare Technieken (BBT).
  • De exploitant moet in de energiestudie aantonen dat energie-efficiëntere installaties die beschikbaar zijn op de markt of dat maatregelen die extra kunnen genomen worden om de energie-efficiëntie van de inrichting te verhogen een IRR van minder dan 15% na belastingen hebben.
  • De exploitant voegt de energiestudie toe aan de milieuvergunningsaanvraag, zonder dat deze studie eerst conform moet verklaard worden. De milieuvergunningscommissie vraagt vervolgens advies aan het Vlaams Energieagentschap, dat de energiestudie dan beoordeelt.
  • De beoordeling van het VEA wordt samen met de andere adviezen/beoordelingen van eventueel andere administraties/instellingen besproken op de provinciale milieuvergunningscommissie.  Hier wordt een algemeen advies geformuleerd voor de Bestendige Deputatie, die de uiteindelijke beslissing neemt.   

doc bestandstandaardformulier voor een energiestudie (50 kB) waarin alle verplicht te rapporteren onderdelen vermeld staan.

Een voorbeeldberekening voor de interne rentevoet na belastingen vindt u hier.

Voor wie?

Voor nieuwe inrichtingen met een totaal jaarlijks energiegebruik van tenminste 0,1 PJ of bij een verandering  aan een bestaande installatie, die een (primair) meerverbruik van tenminste 10 TJ per jaar met zich meebrengt , moet bij de vergunningsaanvraag een energiestudie gevoegd worden.

Let wel: indien een energieverslindende installatie wordt vervangen door een moderner en energiezuiniger model (met een energieverbruik van minstens 10 TJ), moet ook een energiestudie voor de vervangingsinstallatie worden opgesteld, ook al resulteert deze eigenlijk in een minderverbruik.  Om die objectieve ondergrens van 10 TJ vast te stellen, kijkt men dus naar het verbruik van de nieuwe installatie op zich, en niet naar de oudere installaties die uit gebruik genomen zijn.