Afgifte (periode 1)

Een afgifte-element geeft de warmte of koude, geproduceerd door een opwekker, af in een ruimte. Typische afgifte-elementen voor verwarming zijn radiatoren en vloerverwarming.

Types afgiftesystemen

In de EPB-software kunt u de volgende types afgiftesystemen voor ruimteverwarming selecteren:

  • Radiatoren
  • Oppervlakteverwarming: het meest voorkomende voorbeeld hiervan is vloerverwarming. Ook een gelijkaardig systeem ingebed in muur of plafond wordt 'oppervlakteverwarming' genoemd.
  • Andere: dit zijn alle afgiftesystemen die niet onder de bovenstaande categorieën vallen (bijvoorbeeld: ventiloconvectoren, binnenunits van lucht/lucht warmtepompen).

Voor koelsystemen kunt u het afgiftesysteem enkel invoeren voor niet-residentiële eenheden. Hierbij moet u enkel voor koelsystemen die water als afgiftemedium hebben een afgiftesysteem invoeren. We onderscheiden twee groepen:

  • Koelplafond en/of koudebalken: hierbij wordt het gekoelde water door (een deel van) het plafond gecirculeerd en wordt zo de ruimte gekoeld.
  • Andere afgiftesystemen: hieronder vallen bijvoorbeeld ventiloconvectoren en koelbatterijen in een luchtgroep. Bij dit laatste type wordt gekoeld water door een warmtewisselaar in de luchtgroep gestuurd om zo de ventilatielucht te koelen.

Impact op het resultaat

De aanwezige afgifte-elementen hebben een effect op het systeemrendement. Dit rendement is een maat voor het verschil tussen de opgewekte warmte of koude en de hoeveelheid warmte of koude die effectief wordt afgegeven aan de ruimten.

Merk op: wanneer in eenzelfde ruimte verschillende types afgifte-elementen voorkomen, moet uitgegaan worden van deze met het slechtste afgifterendement. Bijvoorbeeld: in één ruimte komen zowel vloerverwarming als radiatoren voor, dan wordt er met radiatoren als afgifte-elementen gerekend.

Het type en de dimensionering van de afgifte-elementen bepalen de vertrek- en retourtemperatuur van en naar de opwekker. Voor bepaalde opwekkers heeft dit ook een invloed op het opwekkingsrendement:

Opwekker Invloed op het opwekkingsrendement
condenserende ketels Een lagere retourtemperatuur heeft een positief effect op het condensatieproces in de ketel. De EPB-berekening houdt rekening met dit effect: een lagere retourtemperatuur zorgt voor een hoger opwekkingsrendement voor ruimteverwarming.
elektrische en gassorptiewarmtepompen

De prestatiecoëfficient van een warmtepomp wordt gemeten bij vaste omstandigheden. Bij de berekening van het opwekkingsrendement worden  correctiefactoren toegepast voor de werkelijke vertrek-en retourtemperatuur. Meer informatie hierover vindt u bij de rekenmethode voor warmtepompen.

Een hogere vertrektemperatuur zorgt voor een lager opwekkingsrendement van de warmtepomp.

koudeopwekkers die gekoeld water aanmaken Het type afgiftesysteem heeft een effect op de temperatuur in de verdamper en het opwekkingsrendement.

Ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur voor ruimteverwarming

U kunt de ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur voor ruimteverwarming in EPB op twee manieren bepalen:

  • Op basis van een dimensioneringsnota van het afgiftesysteem.
  • Op basis van het type afgiftesysteem: als er geen dimensioneringsnota is, wordt een waarde bij ontstentenis voor de ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur aangenomen op basis van het type:
    • oppervlakteverwarmingssystemen (vloer-, muur- of plafondverwarming): vertrek = 55 °C en retour = 45 °C
    • alle andere warmteafgiftesystemen: vertrek = 90 °C en retour = 70 °C

Dimensioneringsnota

Om een lagere ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur te mogen ingeven, moet u aantonen dat het geplaatste afgiftesysteem ontworpen werd om - rekening houdend met de temperatuurparameters - een vooropgesteld comfortniveau te behalen. Dit kan door een dimensioneringsnota die minstens bestaat uit:

  • Een warmteverliesberekening per ruimte, waarbij u:
  • zowel het warmtetransport naar buiten, als naar aangrenzende ruimtes beschouwt en
  • zowel transmissie-, ventilatie- en eventuele opstartverliezen beschouwt.

Bij deze berekening wordt rekening gehouden met de vooropgestelde ruimtetemperaturen en de buitentemperatuur in de winter (meestal -8° graden voor België). Per ruimte wordt op deze manier het vermogen verkregen dat nodig is om in de winter het comfortniveau te kunnen behalen.

  • Een berekening van het afgiftesysteem zodat het benodigde vermogen, verkregen uit de warmteverliesberekening, geleverd kan worden door het ontworpen systeem. Dit gebeurt aan de hand van een aantal parameters, zoals:

    • vertrek- en retourtemperatuur en/of het verschil tussen deze waardes
    • legafstand, lengte van de buizen bij vloerverwarming
    • oppervlakte en eigenschappen van het afgifte-element (bijvoorbeeld: afmetingen van de radiator of oppervlakte en materialen van de vloer)

Let op: het geplaatste systeem moet overeenkomen met het systeem waarvoor de dimensioneringsnota werd opgesteld.

Tip: voor de berekeningen kunt u de norm NBN B-62 003 of NBN EN 12831 als voorbeeld gebruiken.

Geldig voor aanvragen t.e.m. 28/02/2017