Hernieuwbare energie: overzicht van de eisen (periode 3)

Nieuwbouw woongebouwen

Bouwvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2016 moeten voor hun energiebehoefte:

  • ofwel minstens 10 kWh per m² bruto vloeroppervlakte uit 1 of meerdere hernieuwbare bronnen halen (via de onderstaande technieken). Er zijn enkel kwalitatieve voorwaarden:
Hernieuwbare energietechniek Kwalitatieve voorwaarden
Zonnepanelen (PV)
  • de panelen hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de panelen hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
Zonneboiler
  • de collectoren hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de collectoren hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
  • het thermisch zonne-energiesysteem moet minstens aangesloten zijn op een tappunt voor warm tapwater.
Warmtepomp
  • De warmtepomp heeft een seizoensprestatiefactor SPF > 4 (berekend volgens EPB)
Biomassa of WKK
  • De biomassaketel of -kachel (hout, pellets, ... ) heeft een opwekkingsrendement van minstens 85%, bepaald volgens het KB van 12 oktober 2010
  • De emissieniveaus (CO en fijn stof) zijn kleiner dan de grenswaarden uit fase III van KB 12 oktober 2010
Stadsverwarming of - koeling (via een warmtenet)
  • minstens 45% uit hernieuwbare bronnen
Participatie
  • ofwel minstens 1 van de onderstaande hernieuwbare technieken inzetten. Let op: de ingezette techniek telt enkel mee als die aan de onderstaande kwalitatieve en kwantitatieve voorwaarden voldoet (en dus een voldoende hoeveelheid hernieuwbare energie produceert).
Hernieuwbare energietechniek Voorwaarden (kwalitatief en kwantitatief)
Zonnepanelen (PV)
  • de panelen hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de panelen hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
  • de panelen produceren minstens 10 kWh/jaar. m² bruto vloeroppervlakte

Let op! Er wordt steeds gerekend met primaire energie. Voor PV volstaat dus een (secundaire) productie van 7/2,5 kWh/m²

Zonneboiler
  • de collectoren hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de collectoren hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
  • het thermisch zonne-energiesysteem moet minstens aangesloten zijn op een tappunt voor warm tapwater.
  • de collector heeft minstens 0,02 m² apertuuroppervlakte per m² bruto vloeroppervlakte
Warmtepomp
  • De warmtepomp is ingezet als hoofdverwarming en dekt minstens 85% van de bruto-energiebehoefte voor verwarming
  • De warmtepomp heeft een seizoensprestatiefactor SPF > 4 (berekend volgens EPB)
Biomassa of kwalitatieve WKK
  • De biomassaketel of -kachel (hout, pellets, ... ) of kwalitatieve WKK is ingezet als hoofdverwarming en dekt minstens 85% van de bruto-energiebehoefte voor verwarming
  • De biomassaketel of -kachel (hout, pellets, ... ) heeft een opwekkingsrendement van minstens 85%, bepaald volgens het KB van 12 oktober 2010
  • De emissieniveaus (CO en fijn stof) zijn kleiner dan de grenswaarden uit fase III van KB 12 oktober 2010
Stadsverwarming of - koeling (via een warmtenet)
  • minstens 45% uit hernieuwbare bronnen
Participatie
  • Minstens 20 euro per m² bruto vloeroppervlakte
  • een productie van minstens 7 kWh/m² bruto vloeroppervlakte per jaar.
  • Extra voorwaarden

Nieuwbouw: kantoren en scholen

School- en kantoorgebouwen (zowel publieke als niet-publieke) met bouwvergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2014 moeten minstens 10 kWh per m² bruto vloeroppervlakte uit 1 of meerdere hernieuwbare bronnen halen. Er zijn enkel kwalitatieve voorwaarden:

Hernieuwbare energietechniek Kwalitatieve voorwaarden
Zonnepanelen (PV)
  • de panelen hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de panelen hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
Zonneboiler
  • de collectoren hebben een oriëntatie gelegen tussen het oosten en het westen, via het zuiden;
  • de collectoren hebben een helling tussen 0 en 70° ten opzichte van de horizon.
Warmtepomp
  • De warmtepomp heeft een seizoensprestatiefactor SPF > 4 (berekend volgens EPB)
Biomassa of WKK
  • De biomassaketel of -kachel (hout, pellets, ... ) heeft een opwekkingsrendement van minstens 85%, bepaald volgens het KB van 12 oktober 2010
  • De emissieniveaus (CO en fijn stof) zijn kleiner dan de grenswaarden uit fase III van KB 12 oktober 2010
Stadsverwarming of - koeling
  • minstens 45% uit hernieuwbare bronnen
Participatie

Let op: voor niet-residentiële gebouwen is de keuze voor 1 maatregel uit de lijst van 6 niet van toepassing.