Vloeren boven onverwarmde kelders

De invloed op de warmteoverdracht door de aanwezigheid van een onverwarmde kelder onder een vloer is vastgelegd via de temperatuurreductiefactor (bU).
De bU-waarde is afhankelijk van de aanwezigheid van een buitendeur of buitenvenster in de onverwarmde ruimte en de mate waarin deze ruimte geventileerd is. Wanneer een kelder is opgebouwd uit verschillende van elkaar gescheiden ruimten die met elkaar in verbinding staan via deuren of openingen, wordt de kelder altijd in zijn geheel beschouwd. Bijvoorbeeld de tellerlokalen of bergruimten toegankelijk vanuit een ondergrondse parkeergarage die afgesloten is van de buitenomgeving met een opake sectionaalpoort behoren tot eenzelfde ‘onverwarmde kelder met buitendeur’. Er wordt geen opsplitsing gemaakt van de kelderruimte.

Voor de evaluatie van de Umax-eis voor vloeren boven onverwarmde ruimten is de gecombineerde waarde van toepassing die bekomen wordt door de temperatuurreductiefactor bU te vermenigvuldigen met equivalente U-waarde van de vloer.

Onverwarmde kelder of kruipruimte bU (-)

Kelderruimte (minstens 70% van de buitenwanden in contact met de grond)

 
  • zonder buitenvenster of buitendeur
  • met buitenvenster of buitendeur

0,5
0,8

Kruipruimten (*)  
  • sterk geventileerd (nue ≥ 1 h-1)
  • niet of zwak geventileerd (nue < 1 h-1)
 1,0 
 0,8 
(*): conventionele waarden van het ventilatievoud (nue) volgens tabel 6  

 

Geldig voor alle aanvragen

Published on: 
10-07-2019