Ventiloconvectoren

In de energieprestatieregelgeving wordt onder ‘ventiloconvector' een afgifte-element bedoeld, dat uitgerust is met een ventilator en een warmtewisselaar. Doorheen de warmtewisselaar stroomt warm of gekoeld water, naargelang er wordt verwarmd of gekoeld. Door de ventilator wordt lucht uit de ruimte over de warmtewisselaar gestuurd en terug in de ruimte geblazen. Door deze 'gedwongen' circulatie van de lucht over de warmtewisselaar wordt de warmte/koude beter afgegeven aan de lucht van de ruimte in vergelijking met een gewone convector zonder ventilator. Deze ventilator zorgt natuurlijk wel voor een extra energieverbruik.

Merk op: de warmte of koude wordt niet opgewekt in de ventiloconvector zelf, maar door een afzonderlijk warmteopwekkingstoestel of een combinatie van warmteopwekkers. 

schema van een de werking van een ventiloconvector met een warmte-opwekker

schema van een de werking van een ventiloconvector met een koude-opwekkerHet is mogelijk dat een ventiloconvector naast luchtverwarming of luchtkoeling, ook instaat voor hygiënische ventilatie. In dit geval voert de ventiloconvector rechtstreeks buitenlucht toe en/of af.

Let op: elektrische convectoren met ventilator, plafondventilatoren, luchtmengers (destratificatoren), binnenunits van warmtepompen en ventilatoren voor centrale recirculatie worden niet als ventiloconvectoren gezien.

Ventiloconvectoren in residentiële eenheden

Wanneer ventiloconvectoren worden toegepast in een EPW-eenheid kiest u in de software als type afgiftesysteem voor ‘Andere’. Het hulpenergieverbruik van de ventiloconvectoren moet u apart ingeven zoals hieronder uitgelegd. In dit deel wordt de invoer specifiek voor ventilatoren voor ruimteverwarming besproken. Voor de overige invoer wordt verwezen naar het algemene deel over hulpenergie ventilatie.

EPB-software 3G

schermafbeelding voor het invoeren van hulpenergie van de ventiloconvectoren in 3G In de EPB-software 3G voert u de hulpenergie voor de ventiloconvectoren in onder de knoop ‘Ventilatie’ op het tabblad ‘Hulpenergie’. Hier kiest u eerst de berekeningswijze.
Schermafbeelding waar u aangeeft dat er ventilatoren voor luchtverwarming zijn.

Als u kiest voor de vereenvoudigde berekening gaat u als volgt te werk.

  1. Geef aan dat er ventilatoren zijn voor luchtverwarming.
  2. Vul de modus in, als de ventiloconvectoren alleen instaan voor verwarming kiest u ‘enkel verwarming’. Anders geeft u ‘Verwarming in combinatie met ventilatie’ aan.
  3. Kies het type regeling.
  4. Vul het nominale vermogen van de opwekker in: dit is het thermisch vermogen van de warmteopwekker (ketel, warmtepomp, … ) waarop de ventiloconvectoren zijn aangesloten.
  • Als deze opwekker ook andere gebouwdelen bedient, neem de fractie van het totale vermogen overeenkomstig met de verhouding van het volume van de beschouwde energiesector tot het hele volume dat door de opwekker wordt bediend.
  • Als meer dan één opwekker de ventiloconvectoren in de energiesector bedient, wordt de som genomen van de vermogens van deze opwekkers. Hierbij kan bovenstaande regel toegepast worden als de opwekkers meerdere energiesectoren bedienen.
Schermafbeelding bij de detailberekening waar u aangeeft dat er ventilatoren voor luchtverwarming zijn.

Als u kiest voor een detailberekening is de invoer specifiek voor ventilatoren voor luchtverwarming gelijkaardig als deze voor de vereenvoudigde berekening.

  1. Bij de ventilator modus kiest u voor de optie ‘Enkel verwarming’ of ‘Verwarming in combinatie met ventilatie’.
  2. Bij het elektrisch vermogen van de ventilator vult u de som van de elektrische vermogens van alle ventiloconvectoren in de ventilatiezone in.
  3. Het vermogen van de warme-lucht opwekkingseenheid bepaalt u zoals hierboven beschreven.
Vink onderaan alle energiesectoren aan die bediend worden met de ventiloconvectoren.

EPB-software Vlaanderen

schermafbeelding voor het invoeren van hulpenergie van de ventiloconvectoren in software Vlaanderen

In de EPB-software Vlaanderen voert u de hulpenergie voor ventiloconvectoren als volgt in.

  1. Navigeer in de EPB-software naar ‘Installaties’ en vervolgens naar ‘Hulpenergie ventilatoren’.
  2. Vink aan: ‘Er zijn ventilatoren voor luchtverwarming (die eventueel ook instaan voor bewuste ventilatie)’.
  3. Selecteer een optie voor de bepaling van het elektrisch ventilatorvermogen: waarde bij ontstentenis of detailberekening

De verdere invoergegevens (vermogen opwekkingseenheid, vermogen ventilator en ventilatormodus) worden op eenzelfde manier bepaald als voor de EPB-software 3G.

Ventiloconvectoren in niet-residentiële eenheden

Het hulpenergieverbruik van ventiloconvectoren die enkel voor ruimteverwarming dienen, wordt bij EPU- en EPN-projecten niet meegerekend in het kader van de energieprestatieregelgeving. Voor deze eenheden moet u dus geen gegevens over ventilatoren alleen voor ruimteverwarming invoeren. Indien de ventiloconvectoren ook instaan voor hygiënische ventilatie, moet u het hulpenergieverbruik wel ingeven.

Geldig voor alle aanvragen