EPC bewijsstukken

Op te zoeken gegevens = gekende gegevens?

Ja. Het inspectieprotocol bepaalt dat gekende gegevens moeten ingevoerd worden (zie II.2.1). Soms moet er echter eerst een opzoeking gebeuren om het gekende gegeven te achterhalen.

De websites van de fabrikanten bevatten technische fiches met technische informatie die bij de opmaak van een EPC moet ingevoerd worden.

Het opzoeken is o.a. verplicht in volgende gevallen:

  • U- en g-waarde van beglazing:

met de gegevens uit de afstandshouder (en de breedte van de luchtspouw) worden
de U- en g-waarde opgezocht op de website van de fabrikant of op de website van
het Verbond van de Glasindustrie;

  • Testrendement bij 30% deellast van een verwarmingsketel:

met het merk, type (eventueel serienummer) en referentiejaar fabricage wordt
het rendement opgezocht op de website van de fabrikant;

  • Energie-efficiëntieklasse (en capaciteitsprofiel) van een opwekker voor ruimteverwarming of sanitair warm water:

met het merk, type, referentiejaar fabricage (en inhoud) wordt de energie-
efficiëntieklasse (en capaciteitsprofiel) opgezocht in het energielabel, de
 productkaart of op de website van de fabrikant.

  • Goed om weten: in een kwaliteitscontrole wordt het niet opzoeken van gekende gegevens beschouwd als een inbreuk tegen de energieprestatieregelgeving.
Bewijsstukken combineren om ze ontegensprekelijk te kunnen linken aan een gebouw of gebouweenheid

Een woning werd in de jaren '70 gebouwd in een verkaveling in Borgerhout. Voor de opmaak van een EPC van een woning zijn er verschillende documenten voorhanden:

  • plan
  • factuur van beglazing van de woning
  • factuur van de beglazing van een latere aanbouw
  • aankoopakte van de woning

Enkele bewijsstukken vertonen een onvolledig adres:

  • het plan maakt enkel melding van de straat en het lotnummer van de verkaveling
  • de factuur van de beglazing in de woning heeft een onvolledig adres

Door de combinatie van bewijsstukken kan afgeleid worden dat de documenten over één en dezelfde woning gaan en daardoor kunnen aanvaard worden:

De akte koppelt de eigenaar zowel aan zijn oude verblijfsadres als aan het adres van de wooneenheid. Dankzij die koppeling kunnen de documenten met onvolledig adres aanvaard worden als bewijs. De relatie tussen de eigenaar met het huidige adres wordt verder bevestigd door het meest recente bewijsstuk, namelijk de factuur van de beglazing van de aanbouw die een volledig adres vertoont.

aankoopakteEPC bewijsstukken - akte 1EPC bewijsstukken - akte 2EPC bewijsstukken - akte 3

plan

EPC bewijsstukken - plan

factuur glas woning

EPC bewijsstukken - factuur glas oud

factuur glas aanbouw

EPC bewijsstukken - factuur glas nieuw
Referentiejaar bouw

Het referentiejaar bouw is een belangrijk invoergegeven van het EPC: als bij muren, vloeren, daken,.. ‘isolatie onbekend’ of ‘isolatie aanwezig’ wordt ingevoerd, gaat de software uit van aannames voor de isolatiedikten (cfr. formulestructuur). Deze dikten zijn gebaseerd op de eisen die van toepassing waren bij het indienen van de stedenbouwkundige aanvraag en worden ingerekend bij gebouwen vanaf 1971.  Voor de eenduidigheid worden ook werken zonder stedenbouwkundige aanvraag op dezelfde manier verrekend.

Het  is dus belangrijk om het referentiejaar bouw op te zoeken of vast te stellen, zodat de isolatiedikten kunnen ingerekend worden vanaf 1971.  

  • De energiedeskundige kan de gemeente schriftelijk om informatie vragen over het jaar van de aanvraag of van het verlenen van de bouwvergunning.
  • De eigenaar kan een kopie bezorgen van de bouwvergunning, notariële akte, het kadaster of de Woningpas en kan tijdelijk toegang verlenen tot zijn Woningpas.

Al deze bronnen maken melding van het bouwjaar, dat in bepaalde gevallen nog moet verrekend worden volgens de werkwijze beschreven in het inspectieprotocol. 

Goed om weten:

  • Het referentiejaar bouw van een appartementsgebouw (EPC GD) wordt op dezelfde manier bepaald als het referentiejaar bouw van een eenheid (EPC RES of kNR).
  • Informatie verkregen via telefonisch contact met ambtenaren of notarissen wordt niet aanvaard als bewijs. Er is een bewijs op mail nodig met een duidelijke vermelding uit welke bron (vergunning, kadaster, …) het bouwjaar werd teruggevonden.
  • Het ‘bouwjaar’ zoals vermeld in de kadastrale legger, notariële akte of verkoopakte, Woningpas,.. wordt verminderd met twee jaar, omdat deze documenten zijn opgemaakt na de uitvoering van de werken. 
  • Voor vaststellingen of bewijsstukken gerelateerd aan de uitvoering (vorderingsstaten, ‘eerste’ steen,..) wordt het jaar van het bewijsstuk verminderd met één jaar.
  • Gezien de aannames voor isolatiedikten pas van toepassing zijn vanaf 1971, mag de energiedeskundige, voor gebouwen en eenheden met bouwjaar ouder dan 1971, het bouwjaar zonder verrekening invoeren als referentiejaar bouw. Is het bouwjaar niet gekend, dan mag het geschat worden op basis van de beschikbare informatie. Het ingevulde referentiejaar bouw is in beide gevallen altijd ouder dan 1971.
  • De bepaling van het referentiejaar renovatie gebeurt op dezelfde werkwijze als het referentiejaar bouw.
     
Referentiejaar bouw: concrete voorbeelden
  • Op een gebouw bevindt zich een gedenksteen met het jaar 1923. Het jaar 1923 dateert van voor 1971 en mag rechtstreeks als bouwjaar worden ingevoerd. Verrekenen is niet nodig.

Enkele voorbeelden:

bouwjaar 1923 bouwjaar 1930

 

  • Op een gebouw bevindt zich een gedenksteen met de naam van de architect en het jaar 1994. Het jaar 1994 dateert van na 1970 en moet verminderd worden met een jaar, omdat het een bewijsstuk is gerelateerd aan de uitvoering. Bij het referentiejaar bouw wordt dus 1993 ingevuld.

Enkele voorbeelden:

bouwjaar 1994 bouwjaar 2016
  • De eigenaar bezorgt een plan van de stedenbouwkundige vergunning van 1968. Het jaar 1968 dateert van voor 1971 en mag zonder verrekening (1968) als referentiejaar bouw worden ingevoerd. 
  • Een notariële akte vermeldt zowel het jaar waarin de stedenbouwkundige vergunning werd verleend (1992) als het bouwjaar (1994) van de woning. Het jaar van de stedenbouwkundige vergunning wordt verminderd met een jaar en 1991 wordt ingevoerd als referentiejaar bouw.
  • De eigenaar bezorgt een plan van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een appartementsgebouw. Het plan is opgemaakt op 20 november 1994 en goedgekeurd (stempel) door de gemeente op 15 juni 1995. Gezien de datum van de opmaak gekend is en wordt beschouwd als het jaar van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning, wordt dit jaar (1994) als referentiejaar bouw ingevoerd.
  • In onderstaande foto is het plan voor de stedenbouwkundige vergunning opgemaakt in 1979. Het plan is goedgekeurd door de gemeente eveneens in 1979 (stempel). Het in te voeren referentiejaar bouw is het jaar van opmaak (1979).
planvignet bouwjaar
  • De eigenaar bezorgt een plan van de stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding van een bestaande woning met een keuken. Het plan is opgemaakt op 20 januari 2005 en goedgekeurd (stempel) door de gemeente op 15 november 2006. Gezien de datum van de opmaak gekend is, wordt dit jaar (2005) als referentiejaar renovatie voor de vloer, de muren en het dak van deze keuken ingevoerd.
  • De eigenaar bezorgt een factuur van de aannemer voor het vervangen en het isoleren van de het platte dak. De factuur dateert van 2006. Een factuur is een bewijsstuk opgemaakt na de uitvoering van de werken. Er werd geen bouwaanvraag ingediend voor deze werken. Als referentiejaar renovatie wordt 2004 (2006 – 2) ingevoerd.
  • De eigenaar bezorgt de energiedeskundige de werfverslagen (periode september 2014 - mei 2015) voor een grondige verbouwing van een woning. De energiedeskundige vraagt de bouwaanvraagplannen op bij de eigenaar en/of raadpleegt de gemeente voor de datum van de stedenbouwkundige aanvraag. Pas als deze informatie niet kan bezorgd worden, baseert hij zich op deze werfverslagen. Een werfverslag is een bewijsstuk gerelateerd aan de uitvoering van de werken. Als referentiejaar bouw wordt 2013 (oudste werfverslag 2014 – 1) ingevoerd.
  • De eigenaar bezorgt de energiedeskundige een offerte van 01/02/2001 voor het isoleren van het dak en een factuur van 06/06/2001 voor deze isolatiewerken. De energiedeskundige verrekent het jaar zoals vermeld op beide bewijsstukken om naar het referentiejaar renovatie (offerte = 2001 – 1 en factuur = 2001 – 2) en voert het oudste jaar (1999) in als referentiejaar renovatie.
  • Welk bouwjaar moet er ingevuld worden bij een vergunde ‘volledige herbouw’? Een herbouw is een nieuwbouw die gepaard gaat met een volledige voorafgaande sloop van een bestaand gebouw. Het bouwaanvraagjaar van de volledige herbouw wordt bijgevolg als referentiejaar bouw ingevuld.
     
De Woningpas als bron voor het referentiejaar bouw en renovatie

In het deel van de EPC-pedia over 'het overnemen van invoergegevens'  leest u waar u het referentiejaar bouw en renovatie kan terugvinden in de Woningpas.

Destructief onderzoek

Wanneer de aanwezigheid van isolatie vermoed wordt,  maar niet kan aangetoond worden met bewijsstukken (omdat er bijvoorbeeld geen voorhanden zijn) en niet eenvoudig kan vastgesteld worden, dan is het aangeraden over te gaan op destructief onderzoek.

Er zijn drie mogelijkheden om informatie uit een verslag van destructief onderzoek te kunnen overnemen in het EPC:

  1. De energiedeskundige is aanwezig tijdens het destructief onderzoek en kan ter plaatse het isolatiemateriaal en de isolatiedikte vaststellen. Hij neemt voldoende detail- en overzichtsfoto’s als staving voor het projectdossier.
  2. De energiedeskundige ontvangt een fotoreeks van het destructief onderzoek. De foto’s moeten voldoende gedetailleerd en duidelijk zijn om het isolatiemateriaal en de isolatiedikte vast te stellen. Bij voorkeur bevat de fotoreeks ook een foto van de isolatiedikte gepositioneerd naast een meetlat. Tevens moet de fotoreeks minstens één overzichtsfoto bevatten die toelaat om de plaats van het destructief onderzoek of de detailfoto’s te linken aan het gebouw of de gebouweenheid. Dit kan bijvoorbeeld door een foto te nemen van de ruimere omgeving of van de schouw van het gebouw of de gebouweenheid.
  3. De energiedeskundige ontvangt een verslag van destructief onderzoek dat werd opgemaakt door een derde (zoals expert, … ). Het verslag bevat minstens volgende gegevens: de auteur, de datum en het adres van het gebouw of de gebouweenheid of een overzichtsfoto waardoor het verslag kan gelinkt worden aan het gebouw of de gebouweenheid, overzichts- én detailfoto’s die de geschreven informatie over de isolatie in het verslag bevestigen. 

Goed om weten:

  • Uit een verslag van destructief onderzoek mogen geen lambda- of R-waarden worden overgenomen. 
  • Interessant bij de opmaak van een EPC voor de gemeenschappelijke delen in het kader van de dakisolatienorm: Bij de vaststelling van dakisolatie bij platte daken wordt dergelijk destructief onderzoek vaak uitgevoerd door een aannemer of gespecialiseerde firma.

Voorbeeld van een sequentie van foto’s van destructief onderzoek op een dak:
EPC GD destructief onderzoek

Ik ben mijn bewijsstukken kwijt en kan geen argumenten indienen. Wat nu?

Uw laptop werd gestolen of uw computer is gecrasht? Zijn dit aanvaarde argumenten om geen bewijsstukken of grafisch dossier in te dienen bij een kwaliteitscontrole van een EPC?

Neen. Een energiedeskundige moet alle redelijke maatregelen nemen om aan zijn wettelijke verplichtingen te voldoen. Wanneer hij geen argumenten kan voorleggen, kan hij geschorst worden voor het niet naleven van de energieprestatieregelgeving.

Voorzie dus altijd kopieën op een externe harde schijf en/of in de cloud. Bij de keuze van uw back-up systeem houdt u er ook best rekening mee dat EPC’s tot 10 jaar geldig kunnen zijn en dat uw projectdossiers gedurende die periode beschikbaar en leesbaar moeten blijven.

Tijdens het plaatsbezoek worden de opmeting en vaststellingen vaak op papier genoteerd. Mocht het noodlot toch toeslaan, kan u altijd nog deze notities herwerken en indienen.

Published on: 
17-05-2022