Hoe wordt het EPC voor publieke gebouwen opgemaakt?

Wie draagt welke verantwoordelijkheid om tot een correct EPC te komen?

De publieke organisatie moet een EPC hebben...

De publieke organisatie stelt tijdig een interne of een erkende energiedeskundige type C voor publieke gebouwen aan.

  • Een erkende energiedeskundige type C heeft een erkende opleiding gevolgd. Kandidaat-energiedeskundigen type C moeten ook slagen voor het centraal examen.
  • Een interne energiedeskundige voor publieke gebouwen is een medewerker van de publieke organisatie die binnen de organisatie minstens twee jaar ervaring heeft op het vlak van energiezorg.

Het EPC voor publieke gebouwen wil zowel publieke organisaties als burgers sensibiliseren, daarom moet het EPC uithangen op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats.

De energiedeskundige inspecteert het gebouw ...

De energiedeskundige noteert de startwaarden van de meterstanden van elektriciteit, aardgas en stookolie.

De energiedeskundige bepaalt de totale bruikbare vloeroppervlakte en voert een doorlichting van de gebouwen aan de hand van een aantal technische auditlijsten.

Exact één jaar na het noteren van de startwaarden noteert de energiedeskundige de eindwaarden van de meterstanden van elektriciteit, aardgas en stookolie. Door exact één jaar te meten wordt de invloed van winter en zomer correct meegenomen in het energieverbruik. Extrapolatie van een kortere periode of interpolatie van langere periode dan een jaar kan het energieverbruik vertekenen en zijn niet toegelaten.

De energiedeskundige geeft de gegevens van de gebouwen in in de webapplicatie, http://www.energieprestatiedatabank.be/, maakt het EPC op en overhandigt het gehandtekende EPC aan de publieke organisatie. De kostprijs van de opmaak van een EPC hangt af van verschillende factoren, zoals de beschikbare info, de complexiteit van het gebouw, .... De overheid legt geen richtprijs op.

Het VEA controleert en helpt ...

Het VEA controleert steekproefsgewijs op aanwezigheid en op correctheid van het EPC voor publieke gebouwen.

  • Als de publieke organisatie (=de gebruiker van het gebouw) voor haar gebouwen niet over een geldig EPC beschikt, kan het VEA de publieke organisatie een administratieve geldboete opleggen van minimaal 500 euro en maximaal 5000 euro.
  • Als bij controle blijkt dat het EPC niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEA aan de energiedeskundige een boete opleggen tussen 500 en 5000 euro. Ook bij misbruiken, onvoldoende kwaliteit, ... kan het VEA de erkenning van de deskundige intrekken en/of de EPC's in kwestie intrekken.

De gebruiker van het publieke gebouw en de energiedeskundige voor publieke gebouwen stellen alle noodzakelijke gegevens ter beschikking van het VEA.